Maatschappijleer rechtstaat – periode 2
Paragraaf 1
Socialisatie
= Het proces waarbij je bewust of onbewust de normen en waarden van een groep leert en zich
eigen maakt.
Van jongs af aan leer je hoe om te gaan met andere mensen en wat er van je verwacht wordt. Je hele
leven lang leer je aan welke normen je je moet houden en hoe je je moet gedragen binnen een
groep. Dat begint thuis, gaat verder op school en later op het werk.
Ongeschreven regels
Omgangsregels die nergens staan opgeschreven.
Wie zich op school of op straat onaangepast gedraagt en zich niet aan de ongeschreven regels houdt,
heet al snel ‘asociaal’.
Geschreven regels
Zijn nodig om serieuze conflicten tussen mensen te voorkomen en de orde in een samenleving te
handhaven. De geschreven regels staan in verschillende wetboeken. Wie ze overtreed kan gestraft
worden door boetes, inname van rijbewijs of staatverbod.
Sociale controle
De omgeving zorgt ervoor dat iemand zich gedraagt zoals het hoort. Een buurman waarschuwt een
spelen kind voor gevaar op de weg en een mentor spreekt leerlingen aan op storend gedrag.
Rechten
Rechten zijn eigenlijk de regels waar de overheid zich aan moet houden en die mensen moeten
beschermen tegen willekeurig optreden van de overheid. Het is goed dat al die rechten er zijn, want
als een overheid alleen maar regels maakt voor burgers zich aan moeten houden, dan zou het volk
slechts bestaan uit rechteloze onderdanen.
Klassieke grondrechten
Ook wel mensenrechten of fundamentele rechten genoemd. Dit zijn de belangrijkste regels die de
basis voor allerlei wetten vormen. De klassieke grondrechten zijn als volgt te verdelen:
1. Gelijkheidsrechten
` Het belangrijkste staat in artikel 1 van de Grondwet. Dit gelijkheidsbeginsel verbiedt de
overheid om in gelijke gevallen mensen anders te behandelen vanwege herkomst, geloof
of seksuele voorkeur.
2. Politieke rechten
Maakt het voor burgers mogelijk om aan de democratie mee te doen door te gaan
stemmen (actief kiesrecht) of door zich verkiesbaar te stellen (passief kiesrecht).
3. Vrijheidsrechten
Bied burgers bepaalde vrijheden, zoals de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van
meningsuiting.
Paragraaf 1
Socialisatie
= Het proces waarbij je bewust of onbewust de normen en waarden van een groep leert en zich
eigen maakt.
Van jongs af aan leer je hoe om te gaan met andere mensen en wat er van je verwacht wordt. Je hele
leven lang leer je aan welke normen je je moet houden en hoe je je moet gedragen binnen een
groep. Dat begint thuis, gaat verder op school en later op het werk.
Ongeschreven regels
Omgangsregels die nergens staan opgeschreven.
Wie zich op school of op straat onaangepast gedraagt en zich niet aan de ongeschreven regels houdt,
heet al snel ‘asociaal’.
Geschreven regels
Zijn nodig om serieuze conflicten tussen mensen te voorkomen en de orde in een samenleving te
handhaven. De geschreven regels staan in verschillende wetboeken. Wie ze overtreed kan gestraft
worden door boetes, inname van rijbewijs of staatverbod.
Sociale controle
De omgeving zorgt ervoor dat iemand zich gedraagt zoals het hoort. Een buurman waarschuwt een
spelen kind voor gevaar op de weg en een mentor spreekt leerlingen aan op storend gedrag.
Rechten
Rechten zijn eigenlijk de regels waar de overheid zich aan moet houden en die mensen moeten
beschermen tegen willekeurig optreden van de overheid. Het is goed dat al die rechten er zijn, want
als een overheid alleen maar regels maakt voor burgers zich aan moeten houden, dan zou het volk
slechts bestaan uit rechteloze onderdanen.
Klassieke grondrechten
Ook wel mensenrechten of fundamentele rechten genoemd. Dit zijn de belangrijkste regels die de
basis voor allerlei wetten vormen. De klassieke grondrechten zijn als volgt te verdelen:
1. Gelijkheidsrechten
` Het belangrijkste staat in artikel 1 van de Grondwet. Dit gelijkheidsbeginsel verbiedt de
overheid om in gelijke gevallen mensen anders te behandelen vanwege herkomst, geloof
of seksuele voorkeur.
2. Politieke rechten
Maakt het voor burgers mogelijk om aan de democratie mee te doen door te gaan
stemmen (actief kiesrecht) of door zich verkiesbaar te stellen (passief kiesrecht).
3. Vrijheidsrechten
Bied burgers bepaalde vrijheden, zoals de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van
meningsuiting.