Werkcollege 1:
AANTEKENINGEN:
Alternatieve argumentatie: of of
Cumulatieve argumentatie: en en
Alternatief
Standpunt: geen nader gehoor gehouden v/d vreemdeling
Argument 1: kan niet om medische redenen
Argument 2: alleenstaande minderjarige asielzoeker jonger dan 12
Cumulatief
Standpunt: de procedure verschilt AANZIENLIJK van de normale bezwaarprocedure
Argument: hoorplicht ontbreekt EN het is geen besluit in de zin van art. 3:1 Awb
OPDRACHTEN:
Opdrachten JUA werkcollege
Verwesterde vrouwen in het asielrecht: toetsingskader en bewijslast.
ABRvS 21-11-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735, m.nt. L. Hillary
Enkele tekstfragmenten uit deze uitspraak met opdrachten.
Standpunt: Verwesterde vrouwen hebben recht op asiel
Argument 1: indien een politieke of religieuze overtuiging ten grondslag ligt aan hun westerse
levensstijl of
Argument 2: indien aan hen zo een overtuiging wordt toegedicht.
Alternatief
Opdracht 1: Wat is het standpunt in dit tekstgedeelte? Wat zijn de argumenten? Hoe heet deze
argumentatiestructuur?
***
standpunt: Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen vrouwen wél in
aanmerking komen voor een asielvergunning
Argument 1: als zij aannemelijk maken dat aan hun westerse levensstijl een godsdienstige of
politieke overtuiging ten grondslag ligt. Als blijkt dat een vreemdeling alleen een westerse levensstijl
heeft, zonder een godsdienstige of een politieke overtuiging, dan mag volgens de Afdeling van die
vreemdeling worden verwacht dat zij terugkeert naar het land van herkomst.
A2: Maar er zijn volgens de Afdeling ook situaties denkbaar waarin een vreemdeling zich na
terugkeer niet volledig kan aanpassen. Er zijn dan uiterst moeilijk of nagenoeg onmogelijk te
veranderen kenmerken, die een vreemdeling ook niet duurzaam kan verbergen. Volgens de Afdeling
is niet uitgesloten dat een vreemdeling om die kenmerken toch een vervolgingsgrond wordt
, toegedicht. De staatssecretaris moet zo'n claim van een vreemdeling dan onderzoeken en
beoordelen.
Opdracht 2: Welk tekstgedeelte past bij welk argument (uit de vorige opdracht)?
***
ST: De staatssecretaris heeft de asielvergunning van de vreemdeling ingetrokken
A1: , omdat zij volgens de staatssecretaris niet aannemelijk heeft gemaakt in Afghanistan een
gegronde vrees te hebben voor vervolging of
A2: een reëel risico te lopen op een onmenselijke behandeling.
Alternatief
Opdracht 3: Wat is het standpunt in dit tekstgedeelte? Wat zijn de argumenten? Hoe heet deze
argumentatiestructuur?
***
ST: loopt zij in Afghanistan geen gevaar
A: De vreemdeling moet zich in Afghanistan gewoon weer aanpassen
A: net zoals zij zich in Nederland aan de heersende gebruiken heeft aangepast.
Cumulatief/ondergeschikt
Opdracht 4: Wat is het standpunt in dit tekstgedeelte? Wat zijn de argumenten? Hoe heet deze
argumentatiestructuur?
***
… net zoals zij zich in Nederland aan de heersende gebruiken heeft aangepast.
Analogie, want signaalwoord net zoals (analogie is een vergelijking)
Opdracht 5: Deze formulering past het beste bij een a) generalisering b) analogieredenering c) a-
contrarioredenering d) causale redenering. Licht je antwoord toe.
***
AANTEKENINGEN:
Alternatieve argumentatie: of of
Cumulatieve argumentatie: en en
Alternatief
Standpunt: geen nader gehoor gehouden v/d vreemdeling
Argument 1: kan niet om medische redenen
Argument 2: alleenstaande minderjarige asielzoeker jonger dan 12
Cumulatief
Standpunt: de procedure verschilt AANZIENLIJK van de normale bezwaarprocedure
Argument: hoorplicht ontbreekt EN het is geen besluit in de zin van art. 3:1 Awb
OPDRACHTEN:
Opdrachten JUA werkcollege
Verwesterde vrouwen in het asielrecht: toetsingskader en bewijslast.
ABRvS 21-11-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735, m.nt. L. Hillary
Enkele tekstfragmenten uit deze uitspraak met opdrachten.
Standpunt: Verwesterde vrouwen hebben recht op asiel
Argument 1: indien een politieke of religieuze overtuiging ten grondslag ligt aan hun westerse
levensstijl of
Argument 2: indien aan hen zo een overtuiging wordt toegedicht.
Alternatief
Opdracht 1: Wat is het standpunt in dit tekstgedeelte? Wat zijn de argumenten? Hoe heet deze
argumentatiestructuur?
***
standpunt: Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen vrouwen wél in
aanmerking komen voor een asielvergunning
Argument 1: als zij aannemelijk maken dat aan hun westerse levensstijl een godsdienstige of
politieke overtuiging ten grondslag ligt. Als blijkt dat een vreemdeling alleen een westerse levensstijl
heeft, zonder een godsdienstige of een politieke overtuiging, dan mag volgens de Afdeling van die
vreemdeling worden verwacht dat zij terugkeert naar het land van herkomst.
A2: Maar er zijn volgens de Afdeling ook situaties denkbaar waarin een vreemdeling zich na
terugkeer niet volledig kan aanpassen. Er zijn dan uiterst moeilijk of nagenoeg onmogelijk te
veranderen kenmerken, die een vreemdeling ook niet duurzaam kan verbergen. Volgens de Afdeling
is niet uitgesloten dat een vreemdeling om die kenmerken toch een vervolgingsgrond wordt
, toegedicht. De staatssecretaris moet zo'n claim van een vreemdeling dan onderzoeken en
beoordelen.
Opdracht 2: Welk tekstgedeelte past bij welk argument (uit de vorige opdracht)?
***
ST: De staatssecretaris heeft de asielvergunning van de vreemdeling ingetrokken
A1: , omdat zij volgens de staatssecretaris niet aannemelijk heeft gemaakt in Afghanistan een
gegronde vrees te hebben voor vervolging of
A2: een reëel risico te lopen op een onmenselijke behandeling.
Alternatief
Opdracht 3: Wat is het standpunt in dit tekstgedeelte? Wat zijn de argumenten? Hoe heet deze
argumentatiestructuur?
***
ST: loopt zij in Afghanistan geen gevaar
A: De vreemdeling moet zich in Afghanistan gewoon weer aanpassen
A: net zoals zij zich in Nederland aan de heersende gebruiken heeft aangepast.
Cumulatief/ondergeschikt
Opdracht 4: Wat is het standpunt in dit tekstgedeelte? Wat zijn de argumenten? Hoe heet deze
argumentatiestructuur?
***
… net zoals zij zich in Nederland aan de heersende gebruiken heeft aangepast.
Analogie, want signaalwoord net zoals (analogie is een vergelijking)
Opdracht 5: Deze formulering past het beste bij een a) generalisering b) analogieredenering c) a-
contrarioredenering d) causale redenering. Licht je antwoord toe.
***