100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Algemene Economie Xtra, ISBN: 9789043023771 Algemene Economie

Rating
5.0
(3)
Sold
12
Pages
29
Uploaded on
27-10-2021
Written in
2021/2022

Alle hoofdstukken die op het tentamen wordt gevraagd samengevat.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 t/m 8, h10 t/m h12, h15 paragraaf 4, h17
Uploaded on
October 27, 2021
Number of pages
29
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

H1 Markten en Ondernemers

1.1. Marktwerking en marktefficiëntie

Marktwerking = De confrontatie tussen vraag en aanbod in een concurrerende
omgeving.
Dit houdt ondernemers scherp op drie gebieden van efficiëntie:
1. Allocatieve efficiëntie = Doelgerichtheid. Produceren wat de markt vraagt;
2. Statische efficiëntie = Doelmatigheid. Produceren met geringe inzet van
arbeid, geld en natuur;
3. Dynamische efficiëntie = Nieuwe producten. Toepassing van nieuwe
producten en technieken.

1.2. Productie, toegevoegde waarde en inkomensvorming

Productie = Waarde toevoegen. De markt moet weer willen geven dan het de
ondernemer heeft gekost.
Intermediaire producten = Producten gekocht voor de productie.
Toegevoegde waarden = omzet – intermediaire leveringen
Som van de toegevoegde waarden = verkoopbedrag detaillist (zijn alle
toegevoegde waarden van intermediaire leveringen al in verwerkt.
Nationale productie = som van toegevoegde waarden
Nationale inkomsten = Som bruto/primaire-inkomens voor aftrekking belasting.
= Nationale productie
Het is belangrijk een goede balans te vinden tussen het uitbetalen van de lonen
het de winst voor het bedrijf.

1.3. Vormen van concurrentie

Ondernemers concurreren in de bedrijfstak (rivaliteit om het marktaandeel). Dit
noemt met interne concurrentie. En in de bedrijfskolom (rivaliteit om
winstmarge). Dit noemt men externe concurrentie. De concurrentie die opkomt
noemt men potentiële concurrentie. Zowel buitenlands als binnenlandse
concurrentie valt hieronder. Dit kan op gebied van extern en intern.

Interne concurrentie bestaat volgens Daems en Douma uit de volgende factoren:
 Concentratiegraad
De concentratiegraad wordt vaak uitgedrukt met de vier grootste
bedrijven (C4 methode). Hoeveel procent zij van het marktaandeel
bezitten is het percentage. Bijvoorbeeld ze bezitten 50%. C4 = 0,5. Hoge
concurrentiegraad kan zorgen voor zwakke interne concurrentie. Verschilt
wel hoe het is verdeeld onder de vier. Gelijke verdeling zorgt juist wel voor
concurrentie.
Andere maatstaf HHI houdt rekening met deze verdeling. Tel de
kwadraten van de percentages bij elkaar op. Bijvoorbeeld grootste drie
bedrijven 30, 15, 55.
HHI = 55^2 + 15^2 + 30^2 = 4150. De HHI is 4150.
Hoe hoger de HHI, hoe meer marktmacht er heerst. Dit wil een overheid
voorkomen aangezien er dan minder interne concurrentie heerst. Wordt
gebruikt bij fusies.
 Mate van productdifferentiatie

, Bij productdifferentiatie neemt de interne concurrentie af omdat men een
ander segment bedient of het op een andere manier bedient. Men bindt
klanten.
 Ontwikkeling van de bedrijfstak
Het maakt uit in welke fase de bedrijfstak zich bevindt. Bevindt het zich in
de expansiefase dan is er nog weinig concurrentie. Is de markt verzadigd
dan is er veel interne concurrentie.
 Kostenstructuur
Bedrijven met hoge vaste kosten hebben moeten de prijs laag houden om
de afzet te vergroten. Dit zorgt voor onderlinge concurrerende prijzen.
 Mate van overcapaciteit
Ondernemers investeren individueel in voorraad en producten dit zorgt
voor overcapaciteit.
 Uittredingsdrempels
Wanneer het moeilijk is uit de bedrijfstak te stappen door moeilijk
verkoopbare activa of hoge marketingkosten loopt de interne concurrentie
op en zorgt voor verscherping.
 Mate van marktonderzekerheid
Hoe minder bekend over de concurrentie. Hoe scherper de interne
concurrentie.

Factoren die invloed hebben op de externe concurrentie:
 Het belang van de leverancier of afnemer = Dit kan te maken hebben met
het merk, grootte, graag wil leveren etc.
 De kosten die moeten worden gemaakt bij overstappen = Wanneer
overstappen veel tijd en geld kost heb je als leverancier een voordeel.
Door de standaard verlenging abonnementen af te schaffen verscherpt dit
de interne, externe en potentiële concurrentie.
 Scherpe interne concurrentie = Wanneer er veel interne concurrentie
heerst is er een lage machtspositie tegenover de afnemers.

Potentiële concurrentie kan worden beïnvloed door de strategische
toetredingsdrempels te verhogen:
 Lage prijzen stellen zodat de potentiële concurrentie wordt uitgeschakeld.
‘Stay-outprijzen’;
 Door middel van productdifferentiatie elk gat in de markt vullen;
 Overstapkosten en moeite groter maken. De afnemer binden.

Ook de structurele toetredingsdrempels hebben invloed. Dit is markt
gerelateerd en heeft te maken met hoge investeringskosten. Dit kan zijn op
marketinggebied door grote merknamen of investeringskosten voor machines
etc. welke geen tot weinig geld opleveren bij uittreding. Ook de schaalgrote
van het bedrijf is van belang. Iedere markt heeft een ideale grote voor een
optimale winst. Wanneer deze heel hoog ligt is het voor concurrentie moeilijk
toe te treden.
Door marktverzadiging is het moeilijk om als nieuwkomer op de markt de
concurrentie weg te drukken. Door weinig ervaring en wellicht hoge
marketingkosten zijn de overhead kosten duurder en is het vrijwel onmogelijk
om te concurreren.

Als laatste is er de tijdelijke toetredingsdrempel. Dit kan de economische
staat van het land zijn. Bij laagconjunctuur is er scherpe interne concurrentie
en is het onaantrekkelijk om te investeren in bepaalde markten.

, 1.4. Prijszetting of aanpassen?

Volkomen concurrentie = Homogeen product en de prijs wordt bepaald door
concurrentie en daarop met de ondernemer zich aanpassen. Sterke interne en
externe concurrentie.
Monopolistische concurrentie = Heterogeen product en men bepaalt gedeeltelijk
zelf de prijs. Iets minder, maar wel scherpe concurrentie.
Homogene oligopolie = Marktaanbieders bepalen de prijs zelf, maar zal één prijs
zijn.
Heterogene oligopolie = Verschillende prijzen, maar concurrentie wordt niet
uitgevochten op gebied van prijs, maar op service en productverschillen.
$5.44
Get access to the full document:
Purchased by 12 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
3 year ago

3 year ago

2 year ago

5.0

3 reviews

5
3
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
carolinevancappellen Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
100
Member since
4 year
Number of followers
74
Documents
11
Last sold
1 week ago

4.6

7 reviews

5
4
4
3
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions