Diabetes samenvatting:
WAT IS DIABETES ?
Diabetes, diabetes mellitus of suikerziekte =frequent voorkomende chronische aandoening-> een
auto-immuun ziekte met als kenmerk hyperglycemie-> veroorzaakt door verminderde
insulineproductie of insulineresistentie.
verminderde insulineproductie-> glucose blijft in de bloedbaan.
kan ook dat het lichaam genoeg insuline produceert maar dat het hiervoor ongevoelig is ->
insulineresistentie.
Er bestaan verschillende types diabetes:
Diabetes type 1:
ook wel insuline afhankelijke diabetes genoemd-> kan onderverdeeld worden in 3 groepen:
- auto-immuun diabetes type 1: auto-immuunsysteem vernietigt de bètacellen in de pancreas
waardoor er geen of onvoldoende insuline wordt geproduceerd
- idiopathische diabetes type 1: oorzaak niet gekend
- latent autoimmune diabetes in adults (LADA): Diabetes type 1 dat ook door auto-immuniteit
op latere leeftijd ontstaat. Hier neemt de functie van de bètacellen langzaam af
Oorzaken:
erfelijke factoren spelen een rol maar ook omgevingsfactoren, zoals virusinfecties en bepaalde
voeding, kunnen de aanmaak van antistoffen uitlokken.
Algemene kenmerken:
symptomen treden snel op:
- Polyurie
- Polydipsie
- Moeheid
- Gewichtsverlies
- Ontstaat meestal op jongere leeftijd < 40 jaar
- Risico op ketoacidose
- Patiënt is afhankelijk van insulinetoediening
Diabetes type 2:
ook niet-insuline afhankelijke diabetes genoemd-> ontstaat door:
- Insulineresistentie
- Verminderde productie van insuline door de bètacellen
Oorzaken:
erfelijke factoren en leeftijd maar ook een ongezonde levensstijl met overgewicht en gebrek aan
lichaamsbeweging.
,Algemene kenmerken:
symptomen treden langzaam op en worden vaak toevallig ontdekt:
- Slecht genezende wonden
- Verminderd gezichtsvermogen
- Terugkomende infecties
- Vermoeidheid
- Ontstaat meestal op latere leeftijd > 40 jaar (uitzondering: obesitas bij jongeren)
BEHANDELING:
gericht op een zo normaal mogelijke glycemie bereiken.
Glycemiemeting:
Dagelijkse glycemiemeting -> geeft zicht op glycemiewaarden > hoeveelheid toe te dienen insuline
aanpassen.
Bloedsuikerverlagende middelen:
Patiënten met diabetes type 1 zijn afhankelijk aan het dagelijks toedienen van insuline.
Patiënten met diabetes type 2 eerst behandeld door het aanpassen van hun levensstijl omtrent
voeding en beweging-> zo nodig bloedsuikerverlagende medicatie (orale antidiabetica) aan
toegevoegd. Heel uitzonderlijk wordt insuline toegevoegd.
bloedsuikerverlagende medicatie kan men onderverdelen in 2 groepen:
- Medicatie die de werking van de endogene insuline bevordert (Vb.: Glucophage®,
Metformax®).
- Medicatie die de productie van de endogene insuline bevordert (Vb.: Uni Diamicron®,
Novonorm®).
Aanpassing levensstijl:
Voeding:
Aanpassen.
Lichaamsbeweging:
doel van lichaamsbeweging is:
- Verlaging van de glycemie
- Verminderd risico op overgewicht
- Preventie van chronische complicaties
Diabeteseducatie:
belangrijk dat diabetici goed op de hoogte zijn van de aandoening en de daaraan gekoppelde
behandeling-> ze kunnen bijgestaan worden door een diabeteseducator-> = persoon die bijkomende
opleidingen gevolgd heeft rond diabetes.
Diabeteseducatie is steeds verplicht bij:
- Start van insulinetherapie of orale antidiabetica
, - Bij de overgang van 1 naar meerdere injecties insuline
- Bij onvoldoende metabole controle (HbA1c > 7,5%)
educatie wordt steeds gegeven op voorschrift van de huisarts, deze krijgt nadien een verslag.
ACUTE COMPLICATIES:
verpleegkundige moet deze kunnen herkennen en gepast kunnen optreden.
Hypoglycemie:
Hypoglycemie = glycemie < 60-70 mg/dl.
Oorzaken:
gevolg van een wanverhouding tussen energietoevoer en energieverbruik:
- Overdosis insuline of orale antidiabetica
- Te laat, niet of te weinig eten na insuline inspuiting
- Foute injectietechniek
- Teveel fysieke inspanning of sport
- Verandering van leefgewoonten (vb.: vakantie)
- Alcohol gebruik na insuline toediening, vooral bij verminderde voedselinname. Alcohol heeft
de eigenschap een glycemie verlagend effect te hebben.
- Stress, emotie
Symptomen:
Autonome symptomen treden op door prikkeling van het autonoom zenuwstelsel.
- Zweten
- Beven
- Hartkloppingen
- Angst
- Honger
- Bleekheid
Neuroglycopenische symptomen treden op wanneer de eerste alarmtekens niet worden herkend en
de glycemie verder daalt-> glucosetekort in de hersenen ontstaat.
WAT IS DIABETES ?
Diabetes, diabetes mellitus of suikerziekte =frequent voorkomende chronische aandoening-> een
auto-immuun ziekte met als kenmerk hyperglycemie-> veroorzaakt door verminderde
insulineproductie of insulineresistentie.
verminderde insulineproductie-> glucose blijft in de bloedbaan.
kan ook dat het lichaam genoeg insuline produceert maar dat het hiervoor ongevoelig is ->
insulineresistentie.
Er bestaan verschillende types diabetes:
Diabetes type 1:
ook wel insuline afhankelijke diabetes genoemd-> kan onderverdeeld worden in 3 groepen:
- auto-immuun diabetes type 1: auto-immuunsysteem vernietigt de bètacellen in de pancreas
waardoor er geen of onvoldoende insuline wordt geproduceerd
- idiopathische diabetes type 1: oorzaak niet gekend
- latent autoimmune diabetes in adults (LADA): Diabetes type 1 dat ook door auto-immuniteit
op latere leeftijd ontstaat. Hier neemt de functie van de bètacellen langzaam af
Oorzaken:
erfelijke factoren spelen een rol maar ook omgevingsfactoren, zoals virusinfecties en bepaalde
voeding, kunnen de aanmaak van antistoffen uitlokken.
Algemene kenmerken:
symptomen treden snel op:
- Polyurie
- Polydipsie
- Moeheid
- Gewichtsverlies
- Ontstaat meestal op jongere leeftijd < 40 jaar
- Risico op ketoacidose
- Patiënt is afhankelijk van insulinetoediening
Diabetes type 2:
ook niet-insuline afhankelijke diabetes genoemd-> ontstaat door:
- Insulineresistentie
- Verminderde productie van insuline door de bètacellen
Oorzaken:
erfelijke factoren en leeftijd maar ook een ongezonde levensstijl met overgewicht en gebrek aan
lichaamsbeweging.
,Algemene kenmerken:
symptomen treden langzaam op en worden vaak toevallig ontdekt:
- Slecht genezende wonden
- Verminderd gezichtsvermogen
- Terugkomende infecties
- Vermoeidheid
- Ontstaat meestal op latere leeftijd > 40 jaar (uitzondering: obesitas bij jongeren)
BEHANDELING:
gericht op een zo normaal mogelijke glycemie bereiken.
Glycemiemeting:
Dagelijkse glycemiemeting -> geeft zicht op glycemiewaarden > hoeveelheid toe te dienen insuline
aanpassen.
Bloedsuikerverlagende middelen:
Patiënten met diabetes type 1 zijn afhankelijk aan het dagelijks toedienen van insuline.
Patiënten met diabetes type 2 eerst behandeld door het aanpassen van hun levensstijl omtrent
voeding en beweging-> zo nodig bloedsuikerverlagende medicatie (orale antidiabetica) aan
toegevoegd. Heel uitzonderlijk wordt insuline toegevoegd.
bloedsuikerverlagende medicatie kan men onderverdelen in 2 groepen:
- Medicatie die de werking van de endogene insuline bevordert (Vb.: Glucophage®,
Metformax®).
- Medicatie die de productie van de endogene insuline bevordert (Vb.: Uni Diamicron®,
Novonorm®).
Aanpassing levensstijl:
Voeding:
Aanpassen.
Lichaamsbeweging:
doel van lichaamsbeweging is:
- Verlaging van de glycemie
- Verminderd risico op overgewicht
- Preventie van chronische complicaties
Diabeteseducatie:
belangrijk dat diabetici goed op de hoogte zijn van de aandoening en de daaraan gekoppelde
behandeling-> ze kunnen bijgestaan worden door een diabeteseducator-> = persoon die bijkomende
opleidingen gevolgd heeft rond diabetes.
Diabeteseducatie is steeds verplicht bij:
- Start van insulinetherapie of orale antidiabetica
, - Bij de overgang van 1 naar meerdere injecties insuline
- Bij onvoldoende metabole controle (HbA1c > 7,5%)
educatie wordt steeds gegeven op voorschrift van de huisarts, deze krijgt nadien een verslag.
ACUTE COMPLICATIES:
verpleegkundige moet deze kunnen herkennen en gepast kunnen optreden.
Hypoglycemie:
Hypoglycemie = glycemie < 60-70 mg/dl.
Oorzaken:
gevolg van een wanverhouding tussen energietoevoer en energieverbruik:
- Overdosis insuline of orale antidiabetica
- Te laat, niet of te weinig eten na insuline inspuiting
- Foute injectietechniek
- Teveel fysieke inspanning of sport
- Verandering van leefgewoonten (vb.: vakantie)
- Alcohol gebruik na insuline toediening, vooral bij verminderde voedselinname. Alcohol heeft
de eigenschap een glycemie verlagend effect te hebben.
- Stress, emotie
Symptomen:
Autonome symptomen treden op door prikkeling van het autonoom zenuwstelsel.
- Zweten
- Beven
- Hartkloppingen
- Angst
- Honger
- Bleekheid
Neuroglycopenische symptomen treden op wanneer de eerste alarmtekens niet worden herkend en
de glycemie verder daalt-> glucosetekort in de hersenen ontstaat.