Leerdoelen:
1. De betekenis van het begrip homeostase uitleggen.
2. De fysiologische regelprincipes: negatieve terugkoppeling, positieve terugkoppeling
en vooruitkoppeling uitleggen.
3. Uitleggen op welke manier het vegetatieve zenuwstelsel en het hormoonstelsel
invloed hebben op vegetatieve processen, om zo de homeostase te handhaven.
4. Beschrijven op welke manieren informatie overdracht in het lichaam plaats vindt.
5. Uitleggen wat bedoeld wordt met ‘trofotrope’ en ‘ergotrope’ processen en de relatie
van het vegetatieve zenuwstelsel daarmee.
Hoorcollege 15 →
Het constant houden van het interne milieu is een voorwaarde om onafhankelijk van de
uitwendige omstandigheden in leven te kunnen blijven.
Intern milieu = interstitium → De leefomgeving van de cellen in een meercellig
organisme
Homeostase definitie:
● Het constant houden (binnen zekere grenzen) van het interne milieu van het
organisme.
- Maar: het is een Dynamische evenwicht - dus niet altijd hetzelfde!
● Bioconstant
- bijvoorbeeld: temperatuur, concentraties van voedingsstoffen, pH, O2,
bloeddruk, lichaamshouding
● Homeostase komt tot stand door fysiologische regelmechanismen:
- Negatieve terugkoppeling
- Vooruitkoppeling
- Positieve terugkoppeling
Negatieve terugkoppeling:
Op lichaamsniveau:
Verstoring → Sensor → (instelwaarde) → regelcentra →
effector → effect
Sensor: zintuigen
Regelcentra: zenuwstelsel, hormoonstelsel
Effector: spieren, klieren, inwendige organen
Negatieve terugkoppeling: de myotatische reflex (rekreflex):
Door rekken van de spier worden lengtesensoren (spierspoelen)
geprikkeld.
Reflexmatige spiercontractie herstelt uitgangshouding.
Op het moment dat je weet dat iemand een gewicht in het hand gaat leggen dan krijg je
vooruitkoppeling. Dan bouw je vooraf al spanning op in de spieren, zodat de situatie in je
lichaam niet zomaar verstoord wordt.
1. De betekenis van het begrip homeostase uitleggen.
2. De fysiologische regelprincipes: negatieve terugkoppeling, positieve terugkoppeling
en vooruitkoppeling uitleggen.
3. Uitleggen op welke manier het vegetatieve zenuwstelsel en het hormoonstelsel
invloed hebben op vegetatieve processen, om zo de homeostase te handhaven.
4. Beschrijven op welke manieren informatie overdracht in het lichaam plaats vindt.
5. Uitleggen wat bedoeld wordt met ‘trofotrope’ en ‘ergotrope’ processen en de relatie
van het vegetatieve zenuwstelsel daarmee.
Hoorcollege 15 →
Het constant houden van het interne milieu is een voorwaarde om onafhankelijk van de
uitwendige omstandigheden in leven te kunnen blijven.
Intern milieu = interstitium → De leefomgeving van de cellen in een meercellig
organisme
Homeostase definitie:
● Het constant houden (binnen zekere grenzen) van het interne milieu van het
organisme.
- Maar: het is een Dynamische evenwicht - dus niet altijd hetzelfde!
● Bioconstant
- bijvoorbeeld: temperatuur, concentraties van voedingsstoffen, pH, O2,
bloeddruk, lichaamshouding
● Homeostase komt tot stand door fysiologische regelmechanismen:
- Negatieve terugkoppeling
- Vooruitkoppeling
- Positieve terugkoppeling
Negatieve terugkoppeling:
Op lichaamsniveau:
Verstoring → Sensor → (instelwaarde) → regelcentra →
effector → effect
Sensor: zintuigen
Regelcentra: zenuwstelsel, hormoonstelsel
Effector: spieren, klieren, inwendige organen
Negatieve terugkoppeling: de myotatische reflex (rekreflex):
Door rekken van de spier worden lengtesensoren (spierspoelen)
geprikkeld.
Reflexmatige spiercontractie herstelt uitgangshouding.
Op het moment dat je weet dat iemand een gewicht in het hand gaat leggen dan krijg je
vooruitkoppeling. Dan bouw je vooraf al spanning op in de spieren, zodat de situatie in je
lichaam niet zomaar verstoord wordt.