H3: De commissie en de agentschappen: een Europese superregering?
3.1
De term commissie verwijst zowel naar het college van commissarissen als
naar de gehele organisatie die hier achter schuilgaat. De voorzitter van de
commissie zit vijf jaar. De Europese Raad van regeringsleiders beslist bij
gekwalificeerde meerderheid wie hij voordraagt als voorzitter. Vervolgens
stemt het parlement over deze voordracht.
De rol van voorzitter is vergelijkbaar met dat van een Nederlandse premier.
Formeel is hij ‘primus inter pares’, eerste onder gelijken. De voorzitter heeft
een belangrijke beleids- en gezichtsbepalende rol, hij is verantwoordelijk voor
de grote beleidslijnen, hij bemiddelt eventuele conflicten tussen
commissarissen en hij vertegenwoordigt de commissie in de Raad.
Het belangrijkste orgaan van de commissie is het college van commissarissen.
Elke lidstaat vaardigt 1 commissaris af. Het college bestond in 2013 uit 28
leden. Elke commissaris heeft zijn eigen portefeuille. Zij worden ondersteund
door een directoraat-generaal. Het is mogelijk voor een voorzitter om tijdens
zijn ambtstermijn taakverdelingen te wijzigen.
Sinds het verdrag van Lissabon is er ook een ‘Europese minister van
buitenlandse zaken’. Deze functie heet de ‘hoge vertegenwoordiger van de
Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid’. Zij is een van
vicevoorzitters van de commissie, is verantwoordelijk voor de externe
betrekkingen en is voorzitter van de Raad voor buitenlandse zaken.
In de commissie is er steeds meer sprake van politisering: partijpolitieke
overwegingen spelen een steeds grotere rol in de selectie van commissarissen.
Tegelijkertijd is het directoraat-generaal steeds apolitieker geworden.
De commissie is verantwoording schuldig aan het parlement. De commissie
moet gezamenlijk ontslag nemen als het parlement een motie van afkeuring
aanneemt, dit is nog nooit gebeurd, maar het parlement heeft er wel vaker
mee gedreigd.
De commissarissen worden bijgestaan door een persoonlijk kabinet. Hierin
moeten minstens 3 nationaliteiten worden vertegenwoordigd. Ook moeten
hierin minstens 3 commissieambtenaren zitten.
3.1
De term commissie verwijst zowel naar het college van commissarissen als
naar de gehele organisatie die hier achter schuilgaat. De voorzitter van de
commissie zit vijf jaar. De Europese Raad van regeringsleiders beslist bij
gekwalificeerde meerderheid wie hij voordraagt als voorzitter. Vervolgens
stemt het parlement over deze voordracht.
De rol van voorzitter is vergelijkbaar met dat van een Nederlandse premier.
Formeel is hij ‘primus inter pares’, eerste onder gelijken. De voorzitter heeft
een belangrijke beleids- en gezichtsbepalende rol, hij is verantwoordelijk voor
de grote beleidslijnen, hij bemiddelt eventuele conflicten tussen
commissarissen en hij vertegenwoordigt de commissie in de Raad.
Het belangrijkste orgaan van de commissie is het college van commissarissen.
Elke lidstaat vaardigt 1 commissaris af. Het college bestond in 2013 uit 28
leden. Elke commissaris heeft zijn eigen portefeuille. Zij worden ondersteund
door een directoraat-generaal. Het is mogelijk voor een voorzitter om tijdens
zijn ambtstermijn taakverdelingen te wijzigen.
Sinds het verdrag van Lissabon is er ook een ‘Europese minister van
buitenlandse zaken’. Deze functie heet de ‘hoge vertegenwoordiger van de
Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid’. Zij is een van
vicevoorzitters van de commissie, is verantwoordelijk voor de externe
betrekkingen en is voorzitter van de Raad voor buitenlandse zaken.
In de commissie is er steeds meer sprake van politisering: partijpolitieke
overwegingen spelen een steeds grotere rol in de selectie van commissarissen.
Tegelijkertijd is het directoraat-generaal steeds apolitieker geworden.
De commissie is verantwoording schuldig aan het parlement. De commissie
moet gezamenlijk ontslag nemen als het parlement een motie van afkeuring
aanneemt, dit is nog nooit gebeurd, maar het parlement heeft er wel vaker
mee gedreigd.
De commissarissen worden bijgestaan door een persoonlijk kabinet. Hierin
moeten minstens 3 nationaliteiten worden vertegenwoordigd. Ook moeten
hierin minstens 3 commissieambtenaren zitten.