Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Overzicht van alle schema's en begrippen

Rating
-
Sold
-
Pages
16
Uploaded on
26-10-2021
Written in
2020/2021

Een overzichtelijke samenvatting van alle begrippen en schema's

Institution
Course

Content preview

Begrippen en rijtjes Ondernemingsrecht

Week 1: Inleiding

Onderneming (art. 1 lid 1 sub c WOR)
1. Zelfstandige eenheid
2. Organisatorisch verband (zekere samenwerking)
3. Krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling
waarbij arbeid wordt verricht

Twee functies van art. 25 Handelsregisterwet:
1. Bescherming positie van een derde
Onkundige derde (subjectief criterium): was de derde echt niet op de hoogte?
 Café ’t Brouwertje arrest: het belang van vlot lopend handelsverkeer: je
hoeft dus niet voor elke transactie het handelsregister te raadplegen, derde
bescherming gaat dus heel ver en de derde wordt vrij snel beschermd
2. Bescherming positie van de ingeschrevene
De derde kan enkel de wederpartij of de contractspartij zijn, de curator valt
hier niet onder

Sociaal economisch raad (SER) bestaat uit:
 1/3 vakbondvertegenwoordigers
 1/3 werkgevers
 1/3 kroonleden (onafhankelijke mensen)

Elementen van een ‘onderneming’
 Organisatie
 Bedrijf
 Continuïteit
 Deelname aan het economische verkeer
 Winst oogmerk
 Arbeid in dienstverband

Rechtspersonen (art. 2:1-2:3 BW)
 Publiekrechtelijke lichamen (provincie, gemeente, staat)
 Kerkgenootschappen
 Privaatrechtelijke rechtspersonen (NV/BV, coöperatie, vereniging etc)


Week 2: algemene bepalingen en leven van een rechtspersoon

Organen van de rechtspersoon (art. 2:78A/2:289A BW)
 AVA
 ALV
 Bestuur
 RvC
 Vergadering van bijzondere soort
 Gemeenschappelijke vergadering
 Ondernemingsraad (status van een orgaan ogv art. 15 WOR)


1

,Gesloten stelsel van boek 2: er kan niet zo maar een nieuwe rechtspersoon
verzonnen worden, hoofdregels:
 Art. 5: zowel natuurlijk als een rechtspersoon mag
 Art. 6: inschrijven in het handelsregister
 Art. 8: redelijkheid en billijkheid (HR Verenigde Bootlieden)
 Art. 25: dwingend recht (tenzij de statuten anders bepalen)

Toetsing van besluiten
1. Wat is een besluit?
Een besluit in naam van de rechtspersoon wordt toegerekend aan de
rechtspersoon en stelt de wil van de rechtspersoon vast
Sui generis: komt bij meerderheid tot stand
2. Wanneer is een besluit nietig?
Art. 2:14 lid 1 BW: een besluit is nietig wanneer het in strijd is met:
 De wet
 De statuten
 Genomen door een verkeerd orgaan
 Ontbreken voorafgaande handeling/mededeling
 Fundamenteel totstandkomingsvoorschrift is geschonden
 Het is in strijd met de goede zeden/openbare orde
3. Wanneer is een besluit vernietigbaar?
3 gevallen in art. 2:15 BW:
 Strijd met wettelijke/statutaire bepalingen die het tot stand komen van
besluiten regelen
 Strijd met redelijkheid en billijkheid
 Strijd met een reglement
4. Verschil tussen nietigheid en vernietigbaarheid?
 Nietigheid werkt vanaf het begin: besluit bestaat niet en heeft ook nooit
bestaan (kan door iedereen worden ingesteld)
 Vernietigbaar: geldig tot de rechter het vernietigd heeft: art. 3:53 BW
heeft terugwerkende kracht (moet worden gevorderd)
5. Wat zijn de gevolgen van (ver)nietigbaarheid?
Hoofdregel: besluiten hebben enkel interne werking, sommige besluiten
hebben ook externe werking (uitzondering)
 alleen als een besluit externe werking heeft, heeft de vernietiging of
nietigheid gevolgen voor derde

Beschermingsconstructie
 Uitgifte prioriteitsaandelen
 Uitgifte preferente aandelen
 Beperking van stemrechten
 Stichting administratiekantoor (STAK)
 Invoeren van een structuurregime
 Call optie: stichting krijgt het recht om de aandelen van de NV te kopen
(aandelen die al klaar lagen in de holding)  dus geen openbare verkoop bij
beleggers en aandeelhouders (zijn preferente aandelen, art. 2:96a lid 3 BW)



Week 3: Vereniging, OWM, coöperatie en stichting

2

, Tijdlijn van een rechtspersoon
1. Oprichting  akte van oprichting bij de notaris
Art. 2:4 BW: niet opgericht als er geen notariële akte is, uitzondering is de
informele vereniging (art. 2:28 jo 2:29 BW)
2. (voort)bestaan: art. 2:17 BW  voor onbepaalde tijd, anders moet het
aangegeven worden
Dwingend recht (art. 2:17-2:25 BW) en dus bestaat de rechtspersoon voort
3. Omzetting, fusie of splitsing (art. 2:18 BW)
Lid 8: omzetting eindigt het bestaan van de rechtspersoon niet, de
rechtspersoon blijft dus bestaan
Fusie: art. 2:17 BW  voortbestaan want het bedrijf wordt enkel
samengevoegd
4. Ontbinding en vereffening
Art. 2:19-2:21 BW: hoe hef je een stichting op?
De bevoegdheid hiervoor ligt bij de AVA en de ALV, als dit er niet is dan zegt
de wet dat het bestuur deze bevoegdheid heeft. Wat als er dan nog geld op de
rekening staat?
- In liquidatie (art. 2:19 lid 5 BW): het vermogen wordt vereffent, de
rechtspersoon bestaat alleen nog om het vermogen af te wikkelen. Art.
2:23b lid 1 BW: vereffeningsfase, eerst moet er in de statuten gekeken
worden wat er gebeurt met het overgebleven geld als alle schulden zijn
betaald

Verbieden van een rechtspersoon: art. 2:20 lid 1 BW  wanneer de
werkzaamheden in strijd zijn met de openbare orde (Stichting Martijn)
Invulling van art. 2:20 lid 1 BW (HR Hells Angels):
 Noodzakelijke maatregel om gedragingen te voorkomen
 Die een daadwerkelijke en ernstige aantasting zijn van
 Een als wezenlijk ervaren beginsel van ons rechtsstelsel
 En die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten (hoeft dus niet al
te gebeuren, het principe dat het zou kunnen gebeuren voldoet)

Als rechter moet je voldoen aan 3 eisen om een rechtspersoon te kunnen
verbieden:
 Beperking is in de wet voorzien (er is dus een wettelijke grondslag)  art.
2:20 lid 1 BW
 Het moet noodzakelijk zijn in de democratie
- Proportioneel
- De gronden zijn dienend en toereikend
 Strijd met openbare zeden en openbare orde
 het geval wanneer er een structureel patroon van strafbare feiten is

Concernrechtelijke begrippen (art. 2:24a/b/c)
 Dochtermaatschappij
 Groepsmaatschappij
 Deelneming

‘Groep’  wetttelijke term voor concern, 3 vereisten:
1. Economische eenheid

3

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 26, 2021
Number of pages
16
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$6.57
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
fleurbrokke

Get to know the seller

Seller avatar
fleurbrokke Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions