Een Spaanse roman
Bredero heeft een deel van alle gebeurtenissen ontleend uit de Spaanse schelmenroman Lazarillo de
Tormes. In een schelmenroman is de hoofdpersoon een bijdehand maar goedaardige jongen die een
bestaan leidt aan de onderkant van de samenleving. Vaak is die jongen een weeskind. Ironie ontstaat
doordat iemand het tegenovergestelde zegt van wat hij meent, en zo de spot drijft met iemand of
iets. Robbeknol praat met veel ironie.
Een Spaanse Brabander of een Brabantse Spanjaard?
Bredero kende geen Spaans en las daarom de vertaling van Lazarillo de Tormes. Deze roman was
populair, omdat het over de sluwheid van een Spanjaard ging terwijl de Tachtigjarige Oorlog (1568
tot 1648) aan de gang was.
Bredero’s lezers kennen ook geen Spaans en daarom werd de Spanjaard een Brabander die uit
Antwerpen kwam. Uit Antwerpen zodat Bredero de talloze immigranten op de hak kon nemen, die
volgens hem even arrogant zijn als de Spanjaarden. In Bredero zijn tijd was 1/3 van Amsterdam
afkomstig uit Zuid-Nederland.
Wanneer speelt het verhaal zich af?
Tijdens de pestepidemie rond 1570.
Leentjebuur met woorden
Verhaal begint met monoloog (alleenspraak) over waar Jerolimo vandaan komt. Veel leenwoorden.
Het dialect en de arrogantie van Jerolimo maken hem een stereotype, een karakterisering waarvan
men vindt dat die bij een persoon uit die streek hoort. Mensen horen gelijk dat hij hier niet vandaan
komt.
Bredero is een taalpurist, voorstanders van taalzuiverheid. Hij probeert Franse woorden te
vermijden. Tegenwoordig is dit natuurlijk bijna onmogelijk.
Noord en Zuid in stereotypen
De toeschouwers zullen in Jerolimo de lachwekkende opschepperij van de Brabanders hebben
herkend, omdat ze die elke dag om zich heen zagen. Maar de kleinzielige Amsterdammers, dat was
een vroegere generatie en daarom konden de toeschouwers daar ook nog om lachen.
Anachronismen
Bredero liet het stuk misschien in een ver verleden spelen, omdat hij bang was dat stadsgenoten
hem erop zouden aanspreken op dingen die niet klopte. Bredero heeft veel moeite gedaan om het
stuk in een oudere tijd te laten spelen, maar niet alles klopt. Er zijn anachronismen, een element uit
de tekst dat niet past bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Alteratie, katholieke
stadsbestuurders die werden afgezet. Lommerd (de Bank van lening waar je kostbare spullen kon
brengen om een lening te krijgen) kwam voor in het verhaal wat nog helemaal niet bestond. Dit mag
allemaal, want het is natuurlijk fictie.