H5 Zouten in de bodem
5.1 Ionen in de bodem
Fotosynthese: CO2 + H20 -licht> C6H12O6 + O2. Uit glucose maakt een plant zetmeel als reservevoedsel
en cellulose voor stevigheid. Een tekort aan een element veroorzaakt ziekten voor de plant. Planten
nemen via wortels minerale elementen als ionen op. Je hebt enkelvoudige ionen, zoals Na +. Je hebt
ook samengestelde ionen, bijvoorbeeld carbonaat, CO 32-. Een zout bestaat uit een negatief en een
positief ion, samen zijn ze neutraal. Er moet dus een verhoudingsformule zijn. Er moeten haakjes om
een samengesteld ion wanneer een samengesteld ion meerdere keren voorkomt in de
verhoudingsformule.
5.2 Oplosbaarheid van zouten
Planten halen op CO2 na al hun voedingsstoffen uit de grond. In het water in de grond zitten de
voedingsstoffen opgelost. Die oplossing heet bodemoplossing. Grond is een mengsel van verweerd
gesteente en organisch materiaal. Samen is het poreus. Er zitten ook bacteriën en beestjes in. De
gesteenten zijn belangrijk voor de mineralen. Door verwering door het weer ontstaan bijvoorbeeld
zand en klei. Zand is siliciumdioxide, SiO2 (s). In het zand worden met het regenwater mineralen
weggespoeld naar het grond- of oppervlaktewater, dit is uitspoelen. Als dit vaak gebeurt, wordt het
arm aan mineralen, er is dan geen optimale plantengroei. Klei ontstaat door verwering van
gesteentes als graniet. In klei bevinden zich platte negatief geladen lagen uit Si O2 atomen. De
positieve ionen zijn bv K, Mg, Ca of Al. Ze zitten tussen de negatieve en houden de klei neutraal. Als Si
vervangen wordt door Al atomen verandert de eigenschap van die klei. De verhouding tussen zand
en klei is belangrijk voor de beschikbaarheid van water en ionen. De ionen in de bodem komen van
klei, van vergaan plantaardig materiaal en van mest. Een zoutoplossing geleidt omdat er vrije ionen
aanwezig zijn. De ionen komen in de oplossing los. Deze oplossingen geef je met een
oplosvergelijking weer, bijvoorbeeld: CaCl2 (s) -> Ca2+ (aq) + 2 Cl- (aq). Als je uit de naam van de
5.1 Ionen in de bodem
Fotosynthese: CO2 + H20 -licht> C6H12O6 + O2. Uit glucose maakt een plant zetmeel als reservevoedsel
en cellulose voor stevigheid. Een tekort aan een element veroorzaakt ziekten voor de plant. Planten
nemen via wortels minerale elementen als ionen op. Je hebt enkelvoudige ionen, zoals Na +. Je hebt
ook samengestelde ionen, bijvoorbeeld carbonaat, CO 32-. Een zout bestaat uit een negatief en een
positief ion, samen zijn ze neutraal. Er moet dus een verhoudingsformule zijn. Er moeten haakjes om
een samengesteld ion wanneer een samengesteld ion meerdere keren voorkomt in de
verhoudingsformule.
5.2 Oplosbaarheid van zouten
Planten halen op CO2 na al hun voedingsstoffen uit de grond. In het water in de grond zitten de
voedingsstoffen opgelost. Die oplossing heet bodemoplossing. Grond is een mengsel van verweerd
gesteente en organisch materiaal. Samen is het poreus. Er zitten ook bacteriën en beestjes in. De
gesteenten zijn belangrijk voor de mineralen. Door verwering door het weer ontstaan bijvoorbeeld
zand en klei. Zand is siliciumdioxide, SiO2 (s). In het zand worden met het regenwater mineralen
weggespoeld naar het grond- of oppervlaktewater, dit is uitspoelen. Als dit vaak gebeurt, wordt het
arm aan mineralen, er is dan geen optimale plantengroei. Klei ontstaat door verwering van
gesteentes als graniet. In klei bevinden zich platte negatief geladen lagen uit Si O2 atomen. De
positieve ionen zijn bv K, Mg, Ca of Al. Ze zitten tussen de negatieve en houden de klei neutraal. Als Si
vervangen wordt door Al atomen verandert de eigenschap van die klei. De verhouding tussen zand
en klei is belangrijk voor de beschikbaarheid van water en ionen. De ionen in de bodem komen van
klei, van vergaan plantaardig materiaal en van mest. Een zoutoplossing geleidt omdat er vrije ionen
aanwezig zijn. De ionen komen in de oplossing los. Deze oplossingen geef je met een
oplosvergelijking weer, bijvoorbeeld: CaCl2 (s) -> Ca2+ (aq) + 2 Cl- (aq). Als je uit de naam van de