Inhoudsopgave
THEMA 1: VET EN SPIEREN (SPORT, ONDERVOEDING EN COPD).....................................................................2
SPORTERS................................................................................................................................................................2
ONDERVOEDING........................................................................................................................................................4
COPD................................................................................................................................................................11
THEMA 2: LEVENSLOOP: ZWANGEREN EN LACTERENDE................................................................................16
THEMA 3: LEVENSLOOP: KINDEREN.............................................................................................................. 20
THEMA 4: LEVENSLOOP: OUDEREN EN OSTEOPOROSE.................................................................................23
,Thema 1: Vet en spieren (sport, ondervoeding en COPD)
Sporters
De DIO kent de meest recente evidence based principes van voeding bij recreatieve en
intensieve sporters en kan deze toepassen in de rol van voorlichter en behandelaar.
Recreatiesport: sportbeoefening waarbij de prestaties minder belangrijk zijn dan het plezier.
Duurtraining: Het lichaam wordt getraind om op efficiënte wijze een langdurige inspanning
vol te kunnen houden.
Aan denken in de praktijk:
- Zorg voor een royale koolhydraatinneming (5 – 10 gram koolhydraten /kg
lichaamsgewicht).
- De laatste maaltijd 2 à 3 uur voor de inspanning gebruiken.
- Als de inspanning langer dan 1,5 uur duurt, dan 60-70 gram koolhydraten per uur
nuttigen, bij voorkeur in de vorm van dranken.
- Als de inspanning langer dan drie uur duurt, dan 90 gram koolhydraten per uur
nuttigen (60 gram glucose; 30 gram fructose).
- Als de inspanning langer dan een uur duurt, dan 150-250 ml water of dorstlesser per
kwartier gebruiken.
- Direct na de inspanning 20-25 gram eiwit innemen.
- Binnen twee uur na de inspanning ongeveer 100 gram koolhydraten nuttigen.
- Na de inspanning drinken: 150% van de hoeveelheid vocht die tijdens de inspanning
verloren is gegaan.
Krachttraining: trainen met (extra) weerstand om de kracht te vergroten, met als doel de
sportprestatie te verbeteren.
Aan denken in de praktijk:
- Zorg ervoor dat 1 – 1,7 gram eiwit per kg lichaamsgewicht wordt opgenomen.
- De inname van eiwit goed verdelen over de dag: 4-6 eiwitmomenten waarvan 1
direct na de training.
- De laatste maaltijd twee uur voor de inspanning gebruiken.
- Tijdens de inspanning 150-250 ml water of dorstlesser per kwartier gebruiken.
- Binnen een half uur na de training 20-25 gram eiwit gebruiken.
- Binnen twee uur na de inspanning ongeveer 100 gram koolhydraten nuttigen.
- Na de inspanning drinken: 150% van de hoeveelheid vocht die tijdens de inspanning
verloren is gegaan.
Techniektraining: trainen van techniek bestaat uit het aanleren van een bepaalde houding,
positie of een bepaald beweegpatroon, met als doel een beweging zo optimaal, snel en
efficiënt mogelijk uit voeren.
Aan denken in de praktijk:
- De laatste maaltijd 1,5 – 2 uur voor de inspanning gebruiken.
- Tijdens de inspanning 150 – 250 ml water per kwartier drinken.
- De hoeveelheid eiwit en koolhydraten aanpassen aan het doel van de training: kracht
of uithouding.
- Na de inspanning drinken: 150% van de hoeveelheid vocht die tijdens de inspanning
verloren is gegaan.
, Voeding voor de wedstrijd
Over het algemeen wordt aangeraden het voedingspatroon de dagen voorafgaand aan een
wedstrijd niet te wijzigen.
- Het advies is om de laatste 2-3 uur voor de wedstrijd nog 500 ml te drinken. Het
voordeel van een isotone sportdrank t.o.v. water is een snellere opname van het vocht
en de koolhydraten, ook de kans op darmklachten (zoals klotsende darmen) is minder.
-
Intensieve sportbeoefening
Voeding voor inspanning (wedstrijd):
- Maximaliseren van glycogeenvoorraad.
o Succesvolste manier blijk: ‘supercompensatiedieet’
Nadeel: de voeding kan verre van smakelijk zijn, psychische inspanningen en
irritaties over het strikte wel of niet kunnen trainen.
o Vanwege deze nadelen wordt in de praktijk het gemodificeerd-regime
gebruikt. Koolhydraatinname van 6de tot 4de dag voor de wedstrijd is 50 en%
en de laatste 3 dagen 70 en%.
- Enkele dagen voor de wedstrijd vezelrijke voedingsmiddelen vermijden, om belasting
van het maagdarmstelsel te minimaliseren.
- 2 tot 4 uur voor de wedstrijd een koolhydraatrijke maaltijd gebruiken om de
glycogeenvoorraad aan te vullen.
- Voeding vooraf plannen en uitproberen tijdens training om maag-darmklachten
tijdens de wedstrijd te voorkomen.
- Voor de start 6 – 8 ml vocht per kg lichaamsgewicht drinken.
Voeding tijdens de inspanning (wedstrijd):
- Koolhydraatinname tijdens de inspanning verbetert het prestatievermogen van
middelmatige tot hoge intensiteit wat >60 minuten duurt.
( daling bloedglucosespiegel kan voorkomen worden).
De oxidatiesnelheid van oraal ingenomen glucose is nooit groter dan 1,0 – 1,1 gram per
minuut, de beperkende factor is de opnamecapaciteit van glucose in het
maagdarmstelsel door de glucosetransporter SGLT1.
Fructose heeft echter een andere transporter, GLUT5, dus de combinatie van de 2 leidt
tot een hogere koolhydraatopname. 1,3 – 1,8 gram per minuut.
Koolhydraatopname van 90 gram per uur wordt aanbevolen (60 gram glucose & 30 gram
fructose).
- De ideale sportdrank is iso- tot hypotoon en heeft een natriumgehalte van 400 à 1200
mg per liter.
- 2-3 ml vocht/kg lichaamsgewicht om de 15 à 20 minuten.