Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 6 pages
Summary

beknopte samenvatting psychologische gespreksvoering

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 6 pages

samenvatting hoofdstuk 1 tm 6 psychologische gespreksvoering

Content preview

Psychologische gespreksvoering

Hoofdstuk 1

Boek is bedoeld voor oplossen van tijdelijke problemen van mensen die verantwoordelijkheid
dragen voor eigen daden.
Hoe kun je mensen het best helpen?
1.Helder beeld krijgen van de belangrijke rol die gesprekken innemen in de hulpverlening
2.Vaardigheden m.b.t. gespreksvoering van hulpverlener belangrijk
Belangrijk voor een goed gesprek: - vertrouwen
-de client zelf iets laten doen (moet voor rekening vatbaar zijn)
-toespitsen op de mogelijkheden die er zijn om tot oplossing te
komen

Hoofdstuk 2-de gezindheid van de hulpverlener
Probleem met hulp van naasten: zowel de hulpbehoevende als de naaste teveel rekening met
elkaar houden er kan niet vrij gepraat worden. Ook wordt er gebagatelliseerd en de bedoelingen
van de personen spelen een rol.
Hulpverlener neemt een subjectief standpunt in  de gezindheid
Bij het oplossen van problemen is het belangrijk dat algemene leefregels, waarden en normen
worden gehanteerd vooral bij persoonlijke problemen
*Diagnose recept model: Doelgerichte en eenvoudige aanpak van probleem  zorgt ervoor dat de
hulpverlener niet afdwaalt. De cliënt komt dus met een probleem en de hulpverlener zoekt
doelgericht voor een oplossing voor het probleem, de cliënt heeft weinig inbreng. Niet de voorkeur
 te weinig openheid. Hulpverlener wordt als soort gezag gezien en cliënt als object van
onderzoek. Psycholoog heeft bepaalde belangen
*Samenwerkingsmodel: Cliënt denkt meer na over de oplossing dan de hulpverlener. De Cliënt
wordt actief betrokken in het gesprek en is dus een soort partner en niet het object van onderzoek.
Hulpverlener stuurt cliënt in de richting van de oplossing, zodat cliënt zelf met de oplossing komt 
verantwoordelijkheid blijft zo bij de cliënt. Psycholoog krijgt een beter inzicht in de leefwereld van
de cliënt. Werkt alleen als cliënt zelfstandig durft te kiezen. Psycholoog heeft geen belangen en er
kan dus vrijuit gepraat worden.
geraffineerde/slinkse hulpverlener: spontaniteit van samenwerking is ver te zoeken, de
psycholoog stuurt de cliënt wel in de goede richting en doet dit op zo’n manier dat de cliënt zelf
aan zijn probleem werkt.

Hoofdstuk 3-de cliëntgerichte benadering van Rogers
De mens is op zoek naar zelfactualisatie:de drang om je steeds verder te ontwikkelen. Dit wordt
gevormd door je belevingswereld. Als omstandigheden gunstig zijn (als je onvoorwaardelijke liefde
hebt) dan kan je je goed ontwikkelen en heb je een goede belevingswereld  door verandering in
de kwaliteit van zijn beleving
self actualising tendency: we hebben de neiging tot zelfactualisatie (volledig begrip van onszelf)
unconditional positive regard: het gevoel om als mens geaccepteerd te worden
omgeving:heeft belangrijke rol

Het ontstaan van problemen:
Als unconditional regeard conditional regard wordt: als je alleen geaccepteerd word als je aan
bepaalde voorwaarden voldoet en er dus geen onvoorwaardelijke liefde meer is  incongruentie
Je past je gedrag dus aan aan de omgeving  veroorzaakt verwarring, defensieve opstelling etc.
Hoe moet je hier als hulpverlener op reageren?
-accepterende houding tegenover de cliënt  cliënt onvoorwaardelijk accepteren
-echtheid bereiken  cliënt moet echt en eerlijk tegenover zichzelf zijn
-empathie hebben  dit zorgt ervoor dat de cliënt zich veilig voelt
Rogers gaat ervan uit dat cliënt zelf het beste oplossing kan vinden en hulpverlener moet
terughoudend zijn en alleen verhelderen en nuanceren wat de cliënt zegt.

Kritiek op Rogers:
- het is te optimistisch  persoon moet ook kritiek krijgen. Rogers gaat uit van hoge intelligentie
van de cliënt mar niet iedereen is zo intelligent. Het is niet zo dat door onvoorwaardelijke
acceptatie vanzelf alles goed komt
-het is te vaag  bezwaar vanuit de cognitieve psychologie. Er is te weinig directiviteit: cliënt wordt
te weinig gewezen op de verkeerde denkpatronen. Ook experiencing is vaag: dit zou vanzelf tot
stand komen

Cognitieve theorie over het ervaren

, Rogers zegt dat zelfactualisatie een passief proces is  geeft plant water en licht en dan groeit
hij
Wexler zegt dat informatieverwerking (experiencing en waarnemen) een actief cognitief proces
is. Gevoel is het gevolg van het verwerken van informatie  het cognitieve proces is verbonden
met gevoelens.
Wij bepalen zelf welke informatie we willen onthouden en welke informatie niet. Ieder mens
interpreteert dingen anders.

~Bij het interpreteren/verwerken van informatie belangrijk:
- taal:door verwoorden worden problemen duidelijker
- differentiatie: verfijning en nuancering aanbrengen in je beleving
- integratie: je legt verbanden en krijgt overzicht in waargenomen info.

~Het verwerken van gevoelens:
Rogers: (openstaan voor) gevoelens zijn belangrijk  niet actief, het komt vanzelf a/d oppervlakte
Wexler: gevoelens staan in verband met het cognitief-psychologische ontwikkelingsproces. Ze
staan dus in relatie met de waarneming en verwerking van informatie.
Waarom verwerken we informatie soms met gevoelens en soms zonder gevoelens?
-ligt aan de betekenis van de informatie
-bij een grote verandering ontstaan een desorganisatie in het systeem van de persoon
-nieuwe informatie veroorzaakt een nieuwe kijk op bestaande feiten
Cliënt moet meer aandacht besteden aan gevoelens, als je ze verborgen houd dan mis je een
bepaald deel van de informatie verwerking.
Als de cliënt in een emotionele stemming is dan is het belangrijk dat de hulpverlener:
-gevoel van onvoorwaardelijke acceptatie toepast
-empathisch reageert
-zelf de emotie verwerkt en bedenkt wat hij ermee doet

Hoofdstuk 4- de sociaal-leertheoretische benadering
Als je iets wil veranderen is leren heel belangrijk
Rogers: nadruk op groeien en niet op leren
Wexler: nadruk op leren cognitieve theorie
Bandura en Mischel: sociaal-leertheorie
Volgens de sociaal-leertheorie heeft de mens grote mogelijkheden tot ontwikkeling van driehoek
Er bestaat een wisselwerking tussen persoonlijke eigenschappen, gedrag en omgeving
Persoongedrag: gedrag is het gevolg van persoon en zijn eigenschappen personalistische
benaderingswijze
Omgevinggedrag: gedrag is het gevolg van omgeving  klassiek behavioristische
benaderingswijze
De invloed van deze factoren zijn relatief en de hulpverlener moet dan ook met alle factoren
rekening houden

Eigenschappen
Patronen, denken en doen, kenmerkend en opvallend, ze doen zich voor in verschillende situaties,
ze zijn stabiel
*genotype eigenschappen: stabiele eigenschappen zijn relatief onafhankelijk van omgeving en
situatie
*fenotype eigenschappen: hebben met sociaal functioneren te maken, sterk gerelateerd aan
situatie
Mischel: de toekenning van eigenschappen moet genuanceerder  men dient voorzichtig te zijn
met het generaliseren van gedrag over verschillende situaties.
Het toekennen van eigenschappen doet men om orde en overzicht te houden  we bedenken
typen en stereotypen om mensen te kunnen indelen zodat we een overzicht hebben.
Kouwer: bespreekt de problemen die zich voor kunnen doen als je mensen indeelt
attributiefout: bij verklaring van eigen gedrag situationele factoren te grote rol geven en bij
verklaring van gedrag van anderen persoonlijke factoren te grote rol geven
Je moet onderscheid maken tussen de situatie en de psychologische situatie  de omgeving zoals
deze wordt waargenomen door de cliënt en deze geeft er zijn eigen subjectieve interpretatie van

Het leren van gedrag
*leren via modeling: leren via voorbeelden.  3 voorwaarden:
- je aandacht richten op voorbeeld van gedrag (motivatie)
- het onthouden van het nieuwe gedrag
- het nieuwe gedrag zelf uitvoeren
Dit kan ook vanzelf plaatsvinden  ligt aan de persoonlijke affiniteit
*leren via consequenties: leren aan de hand van de gevolgen van huidig gedrag

, informatieve functie: wat is positief gedrag en wat is negatief gedrag
motiverende functie: als gedrag negatieve consequenties heeft is dit motivatie om dit gedrag aan
te passen en als het positieve consequenties heeft is dit motivatie om door te gaan met de
gedraging.
Het reguleren van gedrag ligt aan de manier waarop persoon informatie verwerkt  de ervaren
consequenties worden omgezet in verwachtingen.
invloed van verwachtingen:
Verwachtingen kunnen ontstaan op grond van eigen ervaringen of door kennisname van ervaringen
van anderen. Als iemand een prestatie levert treedt er een positieve verandering op in de verdere
verwachtingen  je hebt dus positieve verwachtingen van diegene.
Persoongedrag: doeltreffendheidsverwachting (de overtuiging dat je zelf gedrag kunt vertonen
met pos gevolg)


De doeltreffenheidsverwachting kun je beïnvloeden:
- Door succes op bepaald gebied krijg je de verwachting ook succes te kunnen hebben op
verwant gebied
- Als je ziet dat andere mensen een moeilijke taak met succes volbrengen heeft dit pos.
Effect op resultaatverwachting en dit heeft pos effect op doeltreffendheidsverwachting.
- Overredingskracht gebruiken niet effectief
- Emotionele opwinding  weinig: futloosheid, te veel: spanning en angst
- Situatiegebonden factoren
Gedragresultaat : resultaatsverwachting (verwachting dat gedrag in het algemeen positieve
gevolgen hebben)
Als je ziet dat iemand anders succes heeft, heeft dit een positief effect op resultaatsverwachting 
je verwacht dat je het zelf ook kan. Factoren die dit beïnvloeden:
-hoe meer het voorbeeld op je lijkt, hoe meer het je stimuleert
-succes moet overeenkomen met het succes dat jij wil bereiken
-overtuigingskans is groter naarmate meer mensen succes hebben
Zelfregulering
Men neemt vaak zelf initiatief en bepaalt zelf wat hij wil zijn  je kiest eigen norm voor acceptabel
gedrag en bevredigende prestaties. Je bent minder afhankelijk van de omgeving. Interne
zelfwaardering beïnvloed het handelen
-Proces van zelfregulering
1e proces: het creëren van doelen die gekoppeld zijn aan beloningenzorgt voor zelfmotivering (de
norm)
2e proces: het beoordelen van een bepaalde handeling vooral door vergelijking met anderen  deze
beoordeling hangt samen met de waarde die men hecht aan de activiteit.

Door de acties en reacties van anderen komt leren en het kiezen van normen en waarden tot stand.
Vooral van de mensen die een voorbeeldfunctie zijn.
Een te hoog ideaal beeld kan verstorende factor zijn leidt tot gevoelens van mislukking en
uiteindelijk tot minder zelfvertrouwen. Als hulpverlener is het belangrijk om dit op te merken

Hoofdstuk 5 – de hulpverlener aan het werk
Om cliënt te helpen moet hulpverlener een doel voor ogen hebben en om dit doel te bereiken moet
hij een geschikte rol aannemen, om hier een helder beeld over te krijgen kan hij gespreksmodel
gebruiken

Doelen
Hulpverlener moet een doel stellen bij het helpen van zijn cliënten. Doelen zorgen ervoor dat een
gesprek ordelijk verloopt.
*proces doelen: creëren voorwaarden voor optimaal verloop van een gesprek, zowel voor cliënt als
hulpverlener.-gaat dus over het proces van de hulpverlening
*product doelen: zijn voor iedereen verschillend en is vooral de verantwoordelijkheid van de cliënt
gaat dus over de gevolgen van de hulpverlening (oplossing van het probleem)
Probleem formulerenvoorstellen doen m.b.t. oplossingnadenken over gevolgen van
maatregelen(evalueren op denkniveau)positief? plan maken tot actie overgaan evaluatie
over uitvoering van het plan

Rollen van de hulpverlener
Vertrouwenspersoon
De hulpverlener schept duidelijkheid en rust en stimuleert om vrijuit te praten
Rogers: hulpverlener moet rust en vertrouwen in de situatie geven  onvoorwaardelijk accepteren
Wexler: hulpverlener helpt bij verheldering van de informatieverwerking. Luisteren en als
klankbord fungeren.

Document information

Study
Uploaded on
February 9, 2015
Number of pages
6
Written in
2013/2014
Type
Summary
$4.16

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
maximevos94
3.1
(12)
Sold
75
Followers
63
Items
9
Last sold
6 year ago

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions