Pathologie
De student kan belangrijke medische terminologie omtrent ziekte (-
processen) beschrijven.
Gezondheid = het vermogen van het lichaam om zich aan te passen en een eigen
regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het
leven.
Ziekte = een schadelijke lichamelijke of psychische afwijking van een organisme.
Verstoring van de homeostase.
Homeostase = het constant houden van het milieu interieur van het lichaam.
Processen moeten hun balans bewaren binnen een bepaalde marge om volledig te
kunnen functioneren. Belangrijk voor de lichaamstemperatuur, vochtbalans en
bloeddruk.
Pathologie = ziekteleer, het ontstaan van een ziekte.
Preventie = het voorkomen van een ziekte. De primaire focus in de
gezondheidszorg. Secundair en tertiair.
Aanvang/ start van een ziekte: acuut of een verloop.
Acuut = plotseling en zomaar bijvoorbeeld een blindedarmontsteking.
Verloop = een ziekte ontstaat geleidelijk. Bijvoorbeeld een chronische ziekte of
een remissie fase (afname van ziekteverschijnselen) en exacerbatie (toename van
ziektesymptomen)
Idiopathisch: ziekte met onbekende oorzaak
Iatrogeen: ziekte veroorzaakt door medisch handelen
Biopsy: oorzaak van de ziekte en weefselonderzoek
Autopsy: onderzoeken van een overleden persoon.
Diagnose: om een ziekte te identificeren. Let op de feiten en symptomen.
Etiologie: factoren in een op zichzelf staande ziekte.
Factoren door aanleg: hoog risico voor de ziekte maar niet een zekere
ontwikkeling hangt ook af van leeftijd, geslacht, milieu, lengte, gewicht,
erfelijkheid en beroepsfactoren.
Prophylaxis measures: het behouden van gezondheid en het voorkomen van
verspreiding.
-is = ontsteking
- Hyper- = vermeerdert,
verhoogd
- Hypo- = vermindert,
verlaagd
- Oom = gezwel
- Primair = oorspronkelijk
- Secundair = bijkomen
, - Endogeen = van
binnenuit
- Exogeen = van buitenaf
- Ischemie = plaatselijk
tekort aan bloedtoevoer
- Necrose = weefsel
afsterving van cellen in
levend wezen
- Gangreen = afsterving en
ontbinding van weefsel in
een lichaam
-is = ontsteking
- Hyper- = vermeerdert,
verhoogd
- Hypo- = vermindert,
verlaagd
- Oom = gezwel
- Primair = oorspronkelijk
De student kan belangrijke medische terminologie omtrent ziekte (-
processen) beschrijven.
Gezondheid = het vermogen van het lichaam om zich aan te passen en een eigen
regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het
leven.
Ziekte = een schadelijke lichamelijke of psychische afwijking van een organisme.
Verstoring van de homeostase.
Homeostase = het constant houden van het milieu interieur van het lichaam.
Processen moeten hun balans bewaren binnen een bepaalde marge om volledig te
kunnen functioneren. Belangrijk voor de lichaamstemperatuur, vochtbalans en
bloeddruk.
Pathologie = ziekteleer, het ontstaan van een ziekte.
Preventie = het voorkomen van een ziekte. De primaire focus in de
gezondheidszorg. Secundair en tertiair.
Aanvang/ start van een ziekte: acuut of een verloop.
Acuut = plotseling en zomaar bijvoorbeeld een blindedarmontsteking.
Verloop = een ziekte ontstaat geleidelijk. Bijvoorbeeld een chronische ziekte of
een remissie fase (afname van ziekteverschijnselen) en exacerbatie (toename van
ziektesymptomen)
Idiopathisch: ziekte met onbekende oorzaak
Iatrogeen: ziekte veroorzaakt door medisch handelen
Biopsy: oorzaak van de ziekte en weefselonderzoek
Autopsy: onderzoeken van een overleden persoon.
Diagnose: om een ziekte te identificeren. Let op de feiten en symptomen.
Etiologie: factoren in een op zichzelf staande ziekte.
Factoren door aanleg: hoog risico voor de ziekte maar niet een zekere
ontwikkeling hangt ook af van leeftijd, geslacht, milieu, lengte, gewicht,
erfelijkheid en beroepsfactoren.
Prophylaxis measures: het behouden van gezondheid en het voorkomen van
verspreiding.
-is = ontsteking
- Hyper- = vermeerdert,
verhoogd
- Hypo- = vermindert,
verlaagd
- Oom = gezwel
- Primair = oorspronkelijk
- Secundair = bijkomen
, - Endogeen = van
binnenuit
- Exogeen = van buitenaf
- Ischemie = plaatselijk
tekort aan bloedtoevoer
- Necrose = weefsel
afsterving van cellen in
levend wezen
- Gangreen = afsterving en
ontbinding van weefsel in
een lichaam
-is = ontsteking
- Hyper- = vermeerdert,
verhoogd
- Hypo- = vermindert,
verlaagd
- Oom = gezwel
- Primair = oorspronkelijk