Inhoud
Samenvatting..........................................................................................................................................2
Kosten en afschrijvingen.....................................................................................................................2
Kostprijsberekening............................................................................................................................2
Jaarrekening en balans.......................................................................................................................3
Vervangingsinvestering / investeringsselectie....................................................................................5
Verschillenanalyse..............................................................................................................................6
Colleges bedrijfseconomie van de gezondheidszorg..............................................................................7
College 1. Kosten en opbrengsten......................................................................................................7
College 2. Kostencalculatie en kost- en verkoopprijzen......................................................................9
College 3. Strategische besluitvorming.............................................................................................10
Tussencollege bij werkgroep............................................................................................................11
College 4, strategische besluitvorming (vervolg) & verschillenanalyse............................................13
Gastcollege, bekostiging van de gezondheidszorg............................................................................14
1
, Samenvatting
Kosten en afschrijvingen
aanschaf −restwaarde
1. Lineair (vast % van de aanschafprijs)
levensduur
1.1 Rente over gemiddelde boekwaarde
( restwaarde+ ( aanschaf −restwaarde
2 ))× rente %
1.2 Rente over actuele boekwaarde
2. Vast % van de boekwaarde, rente over actuele boekwaarde
( (√(
100 × 1−
n restwaarde
aanschafwaarde )))
restwaarde
3. Annuïtair Aansc h af −
( )
( 1+rente )levensduur
× annuï teitenfactor
Bij snel-slijtend goed: Afschijven en rente als vast % van de actuele boekwaarde. In het begin schrijf
je meer af waardoor de boekwaarde beter overeenkomt met de werkelijke waarde van je
productiemiddel. Door de snelle afschrijvingen daalt de boekwaarde sneller en is de totale rente het
laagste.
In de zorg: Lineaire met rente over de gemiddelde boekwaarde. Zo heb je constante bedragen. Werd
door de NZa aangemoedigd. Steeds meer annuïtair vanwege de marktwerking in de zorg.
Kosten: Daar word je armer van, je krijgt er niets direct voor terug. Moment van gebruik staat
centraal, je vermogen wordt minder. Waardevermindering van het vermogen. Afschrijving en
rente zijn kostenposten!
Uitgaven: Als je een uitgave doet gaat er geld uit de kas. Je krijgt er wel iets voor terug; je product.
Waardevermindering van de kas, niet van het vermogen.
Kostprijsberekening
Kostenplaatsmethode: Het doorberekenen van indirecte kosten naar directe kostenplaatsen. Maak
een kostenverdeelstaat.
- Hoofdkostenplaats. Levert een prestatie, rechtstreeks ten gunste van een kostendrager
- Hulpkostenplaats. Levert prestatie niet rechtstreeks aan de kostendrager.
Winstopslagmethode: Je verhoogt je kostprijs met een bepaald winstpercentage, waardoor je bij
verkoop van je product altijd winst hebt omdat dit bij de prijs inbegrepen zit.
2
Samenvatting..........................................................................................................................................2
Kosten en afschrijvingen.....................................................................................................................2
Kostprijsberekening............................................................................................................................2
Jaarrekening en balans.......................................................................................................................3
Vervangingsinvestering / investeringsselectie....................................................................................5
Verschillenanalyse..............................................................................................................................6
Colleges bedrijfseconomie van de gezondheidszorg..............................................................................7
College 1. Kosten en opbrengsten......................................................................................................7
College 2. Kostencalculatie en kost- en verkoopprijzen......................................................................9
College 3. Strategische besluitvorming.............................................................................................10
Tussencollege bij werkgroep............................................................................................................11
College 4, strategische besluitvorming (vervolg) & verschillenanalyse............................................13
Gastcollege, bekostiging van de gezondheidszorg............................................................................14
1
, Samenvatting
Kosten en afschrijvingen
aanschaf −restwaarde
1. Lineair (vast % van de aanschafprijs)
levensduur
1.1 Rente over gemiddelde boekwaarde
( restwaarde+ ( aanschaf −restwaarde
2 ))× rente %
1.2 Rente over actuele boekwaarde
2. Vast % van de boekwaarde, rente over actuele boekwaarde
( (√(
100 × 1−
n restwaarde
aanschafwaarde )))
restwaarde
3. Annuïtair Aansc h af −
( )
( 1+rente )levensduur
× annuï teitenfactor
Bij snel-slijtend goed: Afschijven en rente als vast % van de actuele boekwaarde. In het begin schrijf
je meer af waardoor de boekwaarde beter overeenkomt met de werkelijke waarde van je
productiemiddel. Door de snelle afschrijvingen daalt de boekwaarde sneller en is de totale rente het
laagste.
In de zorg: Lineaire met rente over de gemiddelde boekwaarde. Zo heb je constante bedragen. Werd
door de NZa aangemoedigd. Steeds meer annuïtair vanwege de marktwerking in de zorg.
Kosten: Daar word je armer van, je krijgt er niets direct voor terug. Moment van gebruik staat
centraal, je vermogen wordt minder. Waardevermindering van het vermogen. Afschrijving en
rente zijn kostenposten!
Uitgaven: Als je een uitgave doet gaat er geld uit de kas. Je krijgt er wel iets voor terug; je product.
Waardevermindering van de kas, niet van het vermogen.
Kostprijsberekening
Kostenplaatsmethode: Het doorberekenen van indirecte kosten naar directe kostenplaatsen. Maak
een kostenverdeelstaat.
- Hoofdkostenplaats. Levert een prestatie, rechtstreeks ten gunste van een kostendrager
- Hulpkostenplaats. Levert prestatie niet rechtstreeks aan de kostendrager.
Winstopslagmethode: Je verhoogt je kostprijs met een bepaald winstpercentage, waardoor je bij
verkoop van je product altijd winst hebt omdat dit bij de prijs inbegrepen zit.
2