psychologie
, HS13: McCrae en Costa:
• Overzicht factor en trek (trait) theorieën:
o Gebruik van factor analytische methoden om te bepalen hoeveel traits of
disposities er zijn.
o Start: lijst van Allport
¨ Maakte een lijst van 18.000 trekken
¨ Trekken worden gezien als relatief permanente disposities van mensen
o Onenigheid over het aantal persoonlijkheidstraits/factoren:
¨ Cattell: veel factoren
¨ Eysenck: drie factoren
¨ McCrae en Costa: vijf factoren
• Cattell zijn trait theorie:
o Cattell was een belangrijk pionier van factor analytisch onderzoek
o Cattell zijn methode:
¨ Inductieve methode voor dataverzameling
à Vooraf geen idee over het aantal en welke factoren ze willen vinden
à Vroegen zich af wat de onderliggende primaire trekcategorieën zijn
o 3 verschillende soorten van observatie
1. L data (levensverhaal/gegevens)
2. Q data (zelfrapportage)
3. T data (objectieve testen)
o Gedeelde en unieke trekken
à Hij maakt een onderscheid tussen oppervlakte en brontrekken
¨ Oppervlakte: indicatoren die direct waarneembaar zijn bv. verlegenheid
¨ Brontrekken: bv. intelligentie
à Verder onderscheidde hij ook temperament (hoe een persoon zich gedraagt),
motivatie (waarom men zich zo gedraagt) en vaardigheid (hoe goed men het kan)
o Empirische benadering: factor analyse
¨ 35 primaire of eerste-orde traits
à Bestonden zowel uit normale als abnormale trekken
• Essentie van factor analyse:
o Factor analyse is een statistische methode om een groot aantal scores te gaan
reduceren tot een beperkt aantal algemene variabelen of factoren.
o Correlatiecoëfficiënt: men gaat na welke scores of variabelen aan elkaar
geassocieerd zijn, met elkaar in verband staan.
o Factor analyse: groot aantal intercorrelaties gaat men met factor analyse reduceren
tot een aantal dimensies of factoren
o Factoren: een cluster van sterk gerelateerde variabelen
o Factor ladingen: correlaties van de originele scores of variabelen met die factoren
o Unipolaire en bipolaire traits:
¨ Unipolair: gaan van 0 tot een zekere hoeveelheid, 1 pool
¨ Bipolair: twee tegengestelde polen bv. aan de ene kant introversie en aan de
andere kant extraversie
, o Eysenck à orthogonale rotatie
¨ Gaat je resultaten beïnvloeden
¨ Wil zeggen dat je x- en y-as een rechte hoek vormt m.a.w. dat de scores op
de x-as niet in relatie staan met de scores op de y-as
¨ De 2 assen zijn onafhankelijk van elkaar (zeggen niets over elkaar)
o Cattell à oblieke rotatie
¨ Dan mogen factoren wel met elkaar in verband staan
¨ Resulteert in meer trekken dan de orthogonale methode
¨ Je factoren kunnen dan positief of negatief gaan correleren
à <90 graden = Positieve correlatie
à Correlatie = 1 => perfecte relatie
à >90 graden = negatieve correlatie
• De Big Five/Vijf factor model: taxonomie of theorie?
o McCrae en Costa zijn de ontwikkelaars van het vijf factoren model/de Big Five
o Zijn ervan overtuigd dat persoonlijkheidsstructuur kan ondergebracht worden in 5
belangrijke factoren
o Taxonomieën zijn geen theorieën
¨ Taxonomie = loutere omschrijving, classificatie
o Het vijf factoren model begon als een poging om de fundamentele
persoonlijkheidstraits aan de hand van factor analyse te identificeren
o Evolueerde tot een taxonomie
o In een volgende stap werd het model een theorie
¨ Een theorie die gedrag kan uitleggen en voorspellen
• Biografieën van Robert R. McCrae en Paul T. Costa, Jr.
o Robert McCrae is geboren in Maryville, Missouri in 1949
o Is de jongste van 3 kinderen
o Studeerde af aan Michigan State University als filosoof en behaalde nadien een
doctoraat in psychologie aan de Boston University, waar hij naar verwezen was
door Paul Costa
o Begon factoranalyse te gebruiken als een hulpmiddel om de structuur van
menselijke trekken te meten
o 1976: hij begon met Costa samen te werken in het nationale gezondheidsinstituut
o Paul Costa is geboren in Franklin, New Hampshire in 1942
o Hij studeerde af als psycholoog aan Clark University en behaalde zijn doctoraat in
menselijke ontwikkeling aan de University of Chicago in 1970
o De samenwerking tussen McCrae en Costa is zeer productief en resulteerde reeds
in meer dan 200 publicaties
o Ze zijn vertegenwoordigers van het vijf factoren model
• Op zoek naar de Big Five:
o Vijf factoren gevonden:
¨ Costa en McCrae pasten factor analyse toe op verschillende
persoonlijkheidsvragenlijsten en kwamen tot een vijf factoren oplossing
¨ De meeste persoonlijkheidspsychologen verkiezen dit model
à In verschillende culturen gevonden
à Stabiel over de tijd/leeftijd
¨ Ze wilden een taxonomie voor persoonlijkheidstrekken opbouwen
, ¨ Ze ontdekten vrij snel de trekken extraversie, neuroticisme en openheid voor
ervaring.
à Tot 1983 argumenteerden McCrae en Costa voor een 3-factorenmodel
van persoonlijkheid
¨ Tegen 1985 beginnen ze hun werk te rapporteren over de 5-factoren van
persoonlijkheid
à Voegden de items altruïsme/aangenaamheid en consciëntieusheid toe
• Beschrijving van de vijf factoren:
o Extraversie (<-> introversie)
¨ Hoog op extraversie = liefhebbend, sociaal, bespraakzaam, houden van
plezier…
o Neuroticisme (emotionele labiliteit vs. emotionele stabiliteit)
¨ Hoog op neuroticisme = angstig, zelfmedelijden, emotioneel, kwetsbaar voor
stress gerelateerde gebeurtenissen…
¨ Laag op neuroticisme = meer stabiele emotionele kenmerken
o Openheid
¨ Hoog op openheid = verkiezen afwisseling in hun leven
¨ Laag op openheid = voelen zich meer comfortabel bij vertrouwde mensen
en dingen
o Altruïsme
¨ Hoog = vertrouwend, meegaand, aanvarend, goed van nature
¨ Laag = achterdochtig, kritisch naar andere mensen
o Consciëntieusheid
¨ Hoog = systematisch gecontroleerd, georganiseerd, ambitieus,
prestatiegericht, hebben veel zelfdiscipline
¨ Laag = ongeorganiseerd
o McCrae en Costa waren het eens met Eysenck dat persoonlijkheidstrekken
principieel bipolair zijn.
à Je hebt een aantal mensen die hoog scoren op de ene pool van de factor en laag
op de tegenpool
• Evolutie van de vijf factoren theorie:
o Eenheden van de vijf factoren theorie:
¨ Centrale componenten van de persoonlijkheid:
à Fundamentele tendensen
© Het universele, ruwe materiaal van persoonlijkheid
© Biologische basis
à Karakteristieke aanpassingen
© Verworven persoonlijkheidsstructuren die zich ontwikkelen
naarmate dat mensen zich aanpassen aan hun omgeving
à Zelfconcept
© Je kennis over en je attitudes naar jezelf
¨ Perifere componenten:
à Biologische basis
© Genen en hormonen
© De enige oorzaak van de fundamentele tendensen