Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Aanleiding Blz. 4
Hoofdstuk 2: Analyse van de huidige situatie in de organisatie Blz. 6
2.1 Individueel niveau Blz. 6
2.2 Groepsniveau Blz. 7
2.3 Organisatieniveau Blz. 8
2.4 Verwachte veranderbereidheid Blz. 10
Hoofdstuk 3: Advies Blz. 11
3.1 Individueel niveau Blz. 11
3.2 Groepsniveau Blz. 12
3.3 Organisatieniveau Blz. 13
3.4 Veranderbereidheid verhogen Blz. 14
Hoofdstuk 4: Beantwoording onderzoeksvraag Blz. 15
Literatuurlijst Blz. 16
Bijlagen Blz. 18
Bijlage 1: Resultaten werkbelevingslijst (UBES) Blz. 18
Bijlage 1.1: Resultaten UBES per individu Blz. 18
Bijlage 2: Resultaten Work Design Questionnaire (WDQ-NL) Blz. 18
Bijlage 2.1: Resultaten WDQ per individu Blz. 19
Bijlage 3: Resultaten Charismatisch Leiderschap in Organisaties
(CLIO) Blz. 19
Bijlage 3.1: Resultaten CLIO per individu Blz. 19
Bijlage 4: Vragenlijst die is verstuurd naar alle werknemers Blz. 20
3
,Paper organisatiepsychologie
Hoofdstuk 1: Aanleiding
De ZOED molenwijk staat voor Zorgverleners Onder Één Dak. In dit pand zijn drie
huisartsenpraktijken gevestigd. Elke praktijk heeft zijn eigen patiënten. De artsen,
doktersassistenten en praktijkondersteuners werken nauw met elkaar samen.
De artsen hebben als functie om de patiënten tijdens hun spreekuur te woord te staan en een
diagnose te stellen. Indien nodig kunnen zij de patiënten doorverwijzen naar het ziekenhuis
voor bijvoorbeeld een röntgenfoto, bloedonderzoek, MRI-scan, CT-scan etc. Alle uitslagen
die in het ziekenhuis worden gevonden, worden weer teruggekoppeld naar de huisarts. Het
komt regelmatig voor dat de huisarts en een specialist van het ziekenhuis overleggen over de
behandeling van een patiënt.
De praktijkondersteuners somatiek zijn de rechterhand van de huisarts. Zij hebben geen
geneeskunde gestudeerd, maar zijn wel gespecialiseerd in de richting hart- en longen,
diabetes mellitus, longfunctie onderzoek of ouderenzorg. De artsen kunnen ervoor kiezen om
een chronisch zieke patiënt met één van bovenstaande aandoeningen door te sturen naar de
praktijkondersteuner. De praktijkondersteuners zetten een behandeling op en in overleg met
de huisarts mogen zij deze gaan uitvoeren. De arts is altijd eindverantwoordelijk.
Naast praktijkondersteuners somatiek zijn er ook nog praktijkondersteuners voor de
geestelijke gezondheidszorg. Zij helpen de mensen met lichte problematiek, waarvoor korte
behandelingen nodig zijn. Bij te zware problematiek kan de praktijkondersteuner GGZ ervoor
kiezen om de patiënt door te verwijzen naar een GZ-psycholoog of de psychiatrie.
Ten slotte zijn ook de doktersassistenten een belangrijk onderdeel van de huisartsenpraktijk.
Zij vangen als eerste de patiënt op en gaan na of de patiënt vandaag gezien moet worden.
Naast het uitvragen van de klachten en het maken van afspraken hebben zij ook een eigen
spreekuur. Hierin verrichten ze kleine medische handelingen zoals hechtingen verwijderen,
oor uitspuiten, bloeddruk meten, wratten aanstippen, vaccinaties geven en verbinden van
wonden.
De laatste tijd is de praktijk enorm gegroeid qua aantallen patiënten. De praktijk is nu
genoodzaakt zijn deuren tijdelijk te sluiten voor nieuwe patiënten. De werkdruk is hierdoor
enorm toegenomen. De praktijkhoudende huisartsen vragen zich af of de werknemers nog
wel tevreden zijn met de huidige werksituatie. Zo niet, dan willen ze graag weten hoe deze
4
, Paper organisatiepsychologie
situatie verbeterd kan worden. Bij twijfel of gemiddelde tevredenheid vinden ze het ook
belangrijk om de situatie dusdanig te verbeteren dat de werknemers blij zijn met hun huidige
werksituatie.
De onderzoeksvraag voor deze paper luidt dan ook als volgt:
‘Wat kan de praktijk doen om de werktevredenheid van de werknemers te vergroten?’
5