Thematoets 5
Beeldende vorming
Laat maar zien
Hoofdstuk 6 Begeleiding van het creatieve proces
6.1 beeldend vormgeven als creatief proces
- kinderen maken authentiek werk, de leerkracht stelt alles in het werk om een zo groot mogelijke
variëteit in werkstukken tot stand te laten komen
- Begeleiden creatief vormgevingsproces is een niet lineair verlopend, open
probleemoplossingsproces dat zich voltrekt tussen de twee referentiekaders: intern en extern
- interne referentiekader —> kinderen bepalen zelf hoe werk eruit komt te zien
- Externe referentiekader —> opereren naar de richtlijnen die door leerdoelen zijn bepaald
- vormgeven is open probleemoplossingsproces: er komen meer oplossingen uit. Dit heuristische
proces (open, onderzoekend) kent algoritmische elementen (gesloten, vaste route):
- Jouw introductie heeft kinderen geïnspireerd en heeft voor kind associatiemogelijkheden
blootgelegd —> kunnen nu vanuit eigen beleving een betekenis putten
- In informatiefase is uitgelegd hoe ze kunnen variëren met beeld aspecten
- Tijdens instructie is aangegeven welke stapjes leiden tot het juiste gebruik van materiaal
en gereedschap
- proces verloopt niet lineair, heeft hoog iteratief gehalte = als oplossing niet werkt, zet je stapje
terug en worden alternatieven uitgeprobeerd
- genereren nieuwe mogelijkheden divergentie
- Divergentie fase, ideeën verzamelen
- Convergentiefase, ideeën onderzoeken en kiezen
6.2 creativiteit stimulerende interventies
- als leerkracht breng en houd je de pendelbeweging van het kind op gang tijdens het
vormgevingsproces
- Kind pendelt tussen criteria uit basisplan (extern) en persoonlijke criteria (intern)
- bemoeienissen leerkracht met het vormgevingsproces van kind noemen we
begeleidingsinterventies
- Tijdens een beschouwingsinterventie helpt de leerkracht kinderen bewust te kijken en relaties te
leggen tussen vorm en betekenis
- Re ectievragen helpen kinderen structuur aan te brengen in wat ze zien en wat ze willen
visualiseren
- Tijdens een materiaaltechnische interventie helpt de leerkracht het kind de relatie zien tussen
de omgang met het materiaal en de variatie in vorm- en beeldaspect. Hij laat ze de
materiaaltechnische mogelijkheden ervaren door de stapsgewijze verwerking
- Tijdens een onderzoeksinterventie helpt de leerkracht het kind bij het zoeken naar eigenheid in
de relatie tussen materiaal, vorm en betekenis. Zijn gericht op het openen van nieuwe wegen
- Met kinderen associeren, fantaseren, visualiseren en verbeelden
- Aanmoedigen tot speels onderzoeken en uitproberen
- Tijdens de re ectie-interventie helpt de leerkracht het kind de relatie leggen tussen externe en
interne criteria (ik-keuzes). Hij stelt het ik-perspectief van het kind centraal
- Jerome Bruner ziet leren als het opnemen van nieuwe informatie in een bestaande cognitieve
structuur, hierin spelen 3 representatiewijzen van de werkelijkheid een belangrijke rol:
- Actieve representatie: handelend omgaan met tastbare objecten
- Iconische representatie: omgaan met visuele beelden
- Symbolische representatie: omgaan met taal en abstracte tekens
- inner conversation —> overleggen met jezelf over stappen en keuzes
- Interpersonal conversation —> met een ander overleggen over ideeën en intenties
6.3 verloop van het werkproces
- leermodel David Kolb helpt bij het herkennen van de manieren van aanpak bij kinderen
- Model geeft voorstelling van beeldend leren:
BG 1
fl
fl