Beleid, Politiek en Samenleving
Inleiding
De signaalfunctie van sociaal werk
Kerntaak= positie innemen en signaleren
Radicaal sociaal werk
o Bevraagt de legitimiteit van voorzieningen, instellingen en economische systemen
o Verbetering van welzijn realiseren door fundamentele veranderingen
o Conflictbenadering: samen met de doelgroep strijd voeren
o Individuele en collectieve weerstand, al dan niet toegedekt
3 vormen structureel SW o Mullaly (2007): Radicaal humanisme <--> radicaal structuralisme
Radicaal humanisme= door vorming mensen bewust maken actie
ondernemen
Radicaal structuralisme= primeert sociale verandering, alternatieve diensten
uitbouwen buiten het systeem
Kritisch sociaal werk
o Kritische reflectie: reproduceert sociaal werk onderdrukking?
o Eigen denkbeelden en discours ter discussie stellen
Beleidsgericht sociaal werk
Inspelen op de beleidscyclus via beleidsbeïnvloeding
Samenwerkingsmodel: machtsverwerving cruciaal
Beleidscyclus: “a never ending story”
Agendasetting: probleem op de agenda zetten
Beleidsbepaling: wat wil je bereiken?
Besluitvorming
Implementatie: uitvoeren Hulpmiddelen beleidsbepaling
Evaluatie
Beleidsbeïnvloeding
= proces dat bepaalde verandering wil realiseren door op een systematische en doelgerichte manier
druk uit te oefenen op het beleid
1
,Fasen:
1. Fase 1: Analyse
= informatie verzamelen en verwerken
2. Fase 2: Doelbepaling
= welke verandering heb je voor ogen?
3. Fase 3: Strategiebepaling
= nadenken over basisstrategie, over de rol van alle actoren in het beleidsspeelveld, over
communicatiestrategie
a. Fase 4: machtsverwerving
= voldoende machtsmiddelen inzetten
b. Fase 5: Beïnvloeding
= via formele en informele kanalen
Deel 1: Hoe komt beleid tot stand?
1. Politiek en democratie
1.1 Politiek
Wat is politiek?
Politika= de zaken die met de polis te maken hebben
o Politès= burger als ‘publiek persoon’
o Idiotès= burger als ‘privaat persoon’
De productie van beslissingen die bindend zijn voor de bevolking
Vele definities – essentie:
o Een collectieve activiteit van mensen die een gemeenschappelijk lidmaatschap
aanvaarden of minstens erkennen dat ze een bepaald lot delen
o Het verzoenen van uiteenlopende opinies en belangen door middel van dialoog,
debat en discussie
o Politieke beslissingen leiden tot een beleid dat door een gemeenschap officieel
wordt erkend en die de overheid, desnoods met macht, in de praktijk brengt.
Visies op politiek:
Historisch
o Aristoteles: politiek als deel van een volwaardig leven, morele plicht
o Machiavelli: macht verwerven, het doel heiligt de middelen
o De Verlichting: hoe de samenleving organiseren om het beste voor mens en
maatschappij te realiseren?
Hedendaags
o Aspectbenaderingen: politiek is een aspect van het leven, van alle gedrag
o Domeinbenaderingen: politiek vindt plaats binnen het politieke domein de politiek:
2
,1.2 Democratie
Wat is democratie?
Demokratia
o Demos= het volk
o Kratein= regeren Het volk regeert
Non-democratie
o Dictatuur
Absolute macht, onbeperkt mandaat
Beperkte politieke rechten en vrijheden
Hiërarchische maatschappijvisie, eis van gehoorzaamheid aan politieke
leiders
o Totalitair systeem
Controle op elke aspect van het leven
Totale ondergeschiktheid en gehoorzaamheid
Fundamentele ingreep op het burgerleven
Overheid schrijft culturele, economische, morele… keuzes voor
Bestuur:
Van het volk
o De macht gaat uit van het volk (of de Natie)
o Het soevereine volk delegeert haar macht aan volksvertegenwoordigers
Door het volk
o Directe democratie
Vb. referenda
o Indirecte democratie
Vertegenwoordigers aanduiden via verkiezingen of loting
Deliberatieve democratie
Dialoog tussen burgers en bestuurders
Voor het volk
o Bestuur in het algemeen belang
<--> de ‘algemene wil’ van het volk?
Basisonderdelen van een democratie
‘Rule of Law’
o De wet moet de macht van de staat en de bestuurders beperken
o Niemand staat boven de wet
o ‘Checks and balances’, oa. door scheiding der machten (trias politica)
Inclusie en gelijkheid
o Democratische rechten en vrijheden moeten voor iedereen gelden
o Politieke rechten en vrijheden aan iedereen op gelijke basis toekennen
Vb. vrijheid van meningsuiting, algemeen stemrecht, …
Parlementair stelsel met een competitief, open meerpartijensysteem
Goed functionerende instellingen
o Zeggenschap, macht, informatie en vrijheid voor het parlement
o Onafhankelijke en deskundige administraties
Democratie en vertegenwoordiging
3
, Keten van vertegenwoordiging = keten van verantwoording
o Burgers <--> Parlement Regering <--> Administratie
o Vrijheid van handelen? ‘handelen namens’ of ‘handelen voor’?
Modellen
o Afgevaardigdemodel: vertegenwoordiger van deelbelangen, als gezant / doorgeefluik
o Regentmodel: volmacht om te handelen voor het algemeen belang
o Mandaatmodel: mandaat van het volk om een (partij)programma uit te voeren
o Resemblance model: vertegenwoordiging lijkt qua samenstelling op haar kiezers
1.3 Politieke participatie
Traditionele indeling
o Institutionele participatie (bv. gaan stemmen bij verkiezingen)
o Partijpolitieke activiteiten (bv. deelname aan partijcongressen)
o Maatschappelijke activiteiten (bv. lidmaatschap middenveldorganisatie)
o Directe individuele contacten (bv. minister aanschrijven, schepen aanspreken, …)
Nieuwe vormen
o (Sociale) media (Twitter, blogs, …)
o Burgerinitiatieven (bv. G1000)
o Lokale referenda
o ‘Participatory budgets’
Verkiezingen
De Belgische kieswetgeving: zie GIS
Enkele vraagstukken omtrent verkiezingen
o Wie mag stemmen?
EU-burgers?
Migrantenstemrecht?
o Stemgerechtigde leeftijd?
21 jaar 18 jaar 16 jaar?
o Stemplicht of stemrecht?
Stemplicht of opkomstplicht?
Vervolging?
Wat gebeurt er met de blanco-stem?
Kiessystemen:
Meerderheidskiessystemen
o First past the post (FPTP) (bv. lagerhuis VK)
Eén zetel per kiesdistrict (‘single member districts’)
Kandidaat met relatieve meerderheid (meest aantal stemmen) wint die zetel
4
Inleiding
De signaalfunctie van sociaal werk
Kerntaak= positie innemen en signaleren
Radicaal sociaal werk
o Bevraagt de legitimiteit van voorzieningen, instellingen en economische systemen
o Verbetering van welzijn realiseren door fundamentele veranderingen
o Conflictbenadering: samen met de doelgroep strijd voeren
o Individuele en collectieve weerstand, al dan niet toegedekt
3 vormen structureel SW o Mullaly (2007): Radicaal humanisme <--> radicaal structuralisme
Radicaal humanisme= door vorming mensen bewust maken actie
ondernemen
Radicaal structuralisme= primeert sociale verandering, alternatieve diensten
uitbouwen buiten het systeem
Kritisch sociaal werk
o Kritische reflectie: reproduceert sociaal werk onderdrukking?
o Eigen denkbeelden en discours ter discussie stellen
Beleidsgericht sociaal werk
Inspelen op de beleidscyclus via beleidsbeïnvloeding
Samenwerkingsmodel: machtsverwerving cruciaal
Beleidscyclus: “a never ending story”
Agendasetting: probleem op de agenda zetten
Beleidsbepaling: wat wil je bereiken?
Besluitvorming
Implementatie: uitvoeren Hulpmiddelen beleidsbepaling
Evaluatie
Beleidsbeïnvloeding
= proces dat bepaalde verandering wil realiseren door op een systematische en doelgerichte manier
druk uit te oefenen op het beleid
1
,Fasen:
1. Fase 1: Analyse
= informatie verzamelen en verwerken
2. Fase 2: Doelbepaling
= welke verandering heb je voor ogen?
3. Fase 3: Strategiebepaling
= nadenken over basisstrategie, over de rol van alle actoren in het beleidsspeelveld, over
communicatiestrategie
a. Fase 4: machtsverwerving
= voldoende machtsmiddelen inzetten
b. Fase 5: Beïnvloeding
= via formele en informele kanalen
Deel 1: Hoe komt beleid tot stand?
1. Politiek en democratie
1.1 Politiek
Wat is politiek?
Politika= de zaken die met de polis te maken hebben
o Politès= burger als ‘publiek persoon’
o Idiotès= burger als ‘privaat persoon’
De productie van beslissingen die bindend zijn voor de bevolking
Vele definities – essentie:
o Een collectieve activiteit van mensen die een gemeenschappelijk lidmaatschap
aanvaarden of minstens erkennen dat ze een bepaald lot delen
o Het verzoenen van uiteenlopende opinies en belangen door middel van dialoog,
debat en discussie
o Politieke beslissingen leiden tot een beleid dat door een gemeenschap officieel
wordt erkend en die de overheid, desnoods met macht, in de praktijk brengt.
Visies op politiek:
Historisch
o Aristoteles: politiek als deel van een volwaardig leven, morele plicht
o Machiavelli: macht verwerven, het doel heiligt de middelen
o De Verlichting: hoe de samenleving organiseren om het beste voor mens en
maatschappij te realiseren?
Hedendaags
o Aspectbenaderingen: politiek is een aspect van het leven, van alle gedrag
o Domeinbenaderingen: politiek vindt plaats binnen het politieke domein de politiek:
2
,1.2 Democratie
Wat is democratie?
Demokratia
o Demos= het volk
o Kratein= regeren Het volk regeert
Non-democratie
o Dictatuur
Absolute macht, onbeperkt mandaat
Beperkte politieke rechten en vrijheden
Hiërarchische maatschappijvisie, eis van gehoorzaamheid aan politieke
leiders
o Totalitair systeem
Controle op elke aspect van het leven
Totale ondergeschiktheid en gehoorzaamheid
Fundamentele ingreep op het burgerleven
Overheid schrijft culturele, economische, morele… keuzes voor
Bestuur:
Van het volk
o De macht gaat uit van het volk (of de Natie)
o Het soevereine volk delegeert haar macht aan volksvertegenwoordigers
Door het volk
o Directe democratie
Vb. referenda
o Indirecte democratie
Vertegenwoordigers aanduiden via verkiezingen of loting
Deliberatieve democratie
Dialoog tussen burgers en bestuurders
Voor het volk
o Bestuur in het algemeen belang
<--> de ‘algemene wil’ van het volk?
Basisonderdelen van een democratie
‘Rule of Law’
o De wet moet de macht van de staat en de bestuurders beperken
o Niemand staat boven de wet
o ‘Checks and balances’, oa. door scheiding der machten (trias politica)
Inclusie en gelijkheid
o Democratische rechten en vrijheden moeten voor iedereen gelden
o Politieke rechten en vrijheden aan iedereen op gelijke basis toekennen
Vb. vrijheid van meningsuiting, algemeen stemrecht, …
Parlementair stelsel met een competitief, open meerpartijensysteem
Goed functionerende instellingen
o Zeggenschap, macht, informatie en vrijheid voor het parlement
o Onafhankelijke en deskundige administraties
Democratie en vertegenwoordiging
3
, Keten van vertegenwoordiging = keten van verantwoording
o Burgers <--> Parlement Regering <--> Administratie
o Vrijheid van handelen? ‘handelen namens’ of ‘handelen voor’?
Modellen
o Afgevaardigdemodel: vertegenwoordiger van deelbelangen, als gezant / doorgeefluik
o Regentmodel: volmacht om te handelen voor het algemeen belang
o Mandaatmodel: mandaat van het volk om een (partij)programma uit te voeren
o Resemblance model: vertegenwoordiging lijkt qua samenstelling op haar kiezers
1.3 Politieke participatie
Traditionele indeling
o Institutionele participatie (bv. gaan stemmen bij verkiezingen)
o Partijpolitieke activiteiten (bv. deelname aan partijcongressen)
o Maatschappelijke activiteiten (bv. lidmaatschap middenveldorganisatie)
o Directe individuele contacten (bv. minister aanschrijven, schepen aanspreken, …)
Nieuwe vormen
o (Sociale) media (Twitter, blogs, …)
o Burgerinitiatieven (bv. G1000)
o Lokale referenda
o ‘Participatory budgets’
Verkiezingen
De Belgische kieswetgeving: zie GIS
Enkele vraagstukken omtrent verkiezingen
o Wie mag stemmen?
EU-burgers?
Migrantenstemrecht?
o Stemgerechtigde leeftijd?
21 jaar 18 jaar 16 jaar?
o Stemplicht of stemrecht?
Stemplicht of opkomstplicht?
Vervolging?
Wat gebeurt er met de blanco-stem?
Kiessystemen:
Meerderheidskiessystemen
o First past the post (FPTP) (bv. lagerhuis VK)
Eén zetel per kiesdistrict (‘single member districts’)
Kandidaat met relatieve meerderheid (meest aantal stemmen) wint die zetel
4