100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Lecture notes

Samenvatting colleges gedrag & omgeving 1: inleiding

Rating
-
Sold
-
Pages
50
Uploaded on
14-10-2021
Written in
2017/2018

In deze samenvatting worden alle colleges van Gedrag en omgeving 1: inleiding (Communicatiewetenschap en Psychologie) op een duidelijke en overzichtelijke manier samengevat. Ook is er een lijst met alle termen en definities opgenomen in deze samenvatting

Show more Read less
Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
October 14, 2021
Number of pages
50
Written in
2017/2018
Type
Lecture notes
Professor(s)
Van halen & karremans
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Bachelor jaar 1 - 2018



Gedrag en omgeving 1: inleiding
Menselijk gedrag
Gedragingen kun je indelen in distale en proximale gedragingen.




De sociale psychologie is de wetenschap die gevoelens, gedachten, en gedrag (ABC 
affection, behaviour and cognition) van individuen in sociale situaties bestudeert.
 De psychologie van het dagelijks leven.
Rode draad
De rode draad van deze cursus zijn de volgende twee centrale hypotheses:
 De kracht van de situatie  hoe gedragen we ons onder invloed van situationele
factoren.
 De kracht van het onbewuste.
De kracht van de situatie
Kurt Lewin kwam met een formule  G = f(P,S).
 Mensen onderschatten hierbij de invloed van S (situatie).
Bystander-effect  voorbeeld kracht van de situatie  naarmate er meer mensen
aanwezig zijn in een situatie waar iemand hulp nodig heeft, hoe kleiner de kans dat er
daadwerkelijk hulp wordt geboden.
Een fundamentele attributie fout is de neiging om gedrag toe te schrijven aan de
persoon, en niet aan de situatie.
 Dit ontstaat door een proces van 3 stappen (Gilbert).
1. Nemen gedrag waar  hij helpt niet.
2. Karakteriseren van het gedrag  dat is asociaal.
3. Corrigeren voor de situatie  hij had haast omdat hij perse ergens op tijd
moest komen.  als deze stap wordt overgeslagen ontstaat er een
fundamentele attributie fout.




1

, Bachelor jaar 1 - 2018

o Fundamentele attributie fout ontstaat doordat stap 1 en 2
automatisch worden uitgevoerd, maar stap 3 vaak niet wordt
uitgevoerd, omdat hier bewust over moet worden nagedacht.
 Bij cognitieve load (mensen zijn eigenlijk met iets anders bezig) gebeurt stap 3
niet  zo ontstaat een fundamentele attributie fout.
Dit soort modellen zijn duale proces modellen.
 Aan de ene kant zijn er automatische processen  onbewust, snel,
onintentioneel, ‘moeiteloos’.
 Aan de andere kant zijn er gecontroleerde processen  bewust, langzaam,
intentioneel, moeite.
 Deze worden afhankelijk van de motivatie en de capaciteit wel of niet
uitgevoerd.
Z’n duaal proces model verklaart veel menselijk gedrag  bijvoorbeeld: vooroordelen,
agressie, overtuigingskracht, aantrekkingskracht, etc.
 Dat wordt in deze cursus behandeld.
Post-hoc redeneren  achteraf redeneren.
De kracht van het onbewuste
‘Channel factoren’  kleine situationele veranderingen die ons gedrag sturen (soms met
grote gevolgen).
 Nudging  onbewust aantrekken tot iets  je dwingt niet.
Schema’s  een georganiseerde set van kennis over een bepaalde stimulus, opgeslagen
in het lange-termijn geheugen.
 Het is een mentale structuur die helpt om kennis over de wereld te organiseren,
en er efficiënt op te reageren.
 We hebben shema’s over veel verschillende thema’s.
 Groepen mensen (afkomst, ras, sexe, etc; leidt tot stereotypes).
 Rol schema’s.
 Situaties (oftewel: scripts).
 Over specifieke anderen.
 Onszelf.
 Beïnvloeden gevoel, denken, en gedrag vaak (meestal) onbewust.
 Heel functioneel, maar met zowel positieve als negatieve uitkomsten.
Priming  het activeren van schema’s, wat vervolgens ons gevoel, denken, en gedrag
beïnvloedt.
Door schema’s hoef je niet na te denken over hoe je je gedraagt.
 Wordt geactiveerd in bepaalde context.
Priming  schema activeren door iets in de situatie te veranderen.
 Voorbeeld  een onderzoek waarin mensen een woordpuzzel met woorden
moesten invullen die geassocieerd zijn met bejaarden (grijs, wandelstok, Florida).
Na het onderzoek werd er stiekem gemeten hoe lang de proefpersonen erover
deden om naar de lift te lopen  ze deden er gemiddelde langer over dan
mensen met een andere woordpuzzel, zonder woorden die geassocieerd worden
met bejaarden.
Conclusie
De situatie en onbewuste processen spelen een rol in het alledaags gedrag.
 Functioneel  onbewuste processen zijn vele malen sneller, ze stellen ons in
staat effectief te reageren op onze omgeving.
 Belang van wetenschappelijk onderzoek in het vinden van de echte oorzaken van
gedrag.


2

, Bachelor jaar 1 - 2018

 Vrije wil ?


Zelf en anderen
Het sociale zelf
Paradox van het zelf
Het zelf bestaat niet!
 Maar er worden allerlei processen mee aangeduid.
Het zelf is niet van jezelf!
 Het zelf is een sociale aanduiding.
Het zelf kan gezien worden als een basaal fenomeen.
 Dan is het een fundamenteel onderscheid tussen jezelf en de
buitenwereld/anderen.
 Waar de grens ligt is fysiek en sociaal bepaald.
o Je word je pas bewust van personal space als de ‘regels’ worden
verbroken  je voelt je ongemakkelijk.
Er zijn twee vormen van zelfbewustzijn.
 Subjectief zelfbewustzijn (automatische stand).
 Onbereflecteerd.
 Meer gevoelsmatig.
 Basis van normale activiteiten.
 Gemeenschappelijk met andere dieren.
 Objectief zelfbewustzijn (het beeld wat we van onszelf vormen  sterk sociaal
bepaald).
 Zelfreflectief.
 Meer cognitief (zelfbeeld).
 Gerichte activiteiten.
 Typisch menselijk.
Het zelfbeeld is een sociaal product.
 Kennis over onszelf is namelijk ontleend aan sociale interactie.
 We bepalen onze persoonlijke positie via voortdurende sociale
vergelijking.
 De sociale context is het podium voor zelfpresentatie.
De sociale spiegel is vervormd door onze eigen waarnemingen  reflected self-
appraisal.
 De reflected self-appraisal is het fenomeen dat ons zelfbeeld ontleend is aan hoe
anderen ons zien (situatie)  3e persoonsperspectief op jezelf.
 We hebben geen directe toegang tot hoe andere ons zien, dus gebruiken
we hoe wij denken dat anderen ons zien  construal.
Het reflected self-appraisal gaat erom wat wij geloven dat anderen over ons denken.
In de hersenen zijn er twee gebieden verantwoordelijk voor het reflected self-appraisal.
 Het MPFC (mediale prefrontale cortex).
 Betrokken bij het 1e persoonsperspectief  directe self-appraisal.
 Het TPJ (temporeel-parietale junctie).
 Betrokken bij 3e persoonsperspectief  reflected self-appraisal.
Adolescenten gebruiken het 3e persoonsperspectief (TPJ) om duidelijkheid over zichzelf
te krijgen, volwassenen gebruiken het 1e persoonsperspectief (MPFC) om eigen
zelfbeeld in de mond van anderen te leggen.


3

, Bachelor jaar 1 - 2018

Psychologische functie van het zelf  cognitief: zelfkennis  objectief?
Er zit een zeker belang aan zelfkennis.
 Zelfkennis is noodzakelijk voor gedragsregulatie.
 Zelfkennis is noodzakelijk voor sociale afstemming.
 Zelfkennis is een onvermijdelijk product van persoonlijke ervaringen.
Volgens Greenwald bestond er een totalitarian ego  wij doen hetzelfde als
samenlevingen met censuur (Noord-Korea/nazi-Duitsland)  als het gaat om ons
zelfbeeld.
 Mensen zijn egocentrisch.
 Mensen zijn narcistisch.
 Mensen zijn conservatief.
Better then average-effect  wanneer mensen zichzelf moeten beoordelen vinden ze
zichzelf altijd beter dan gemiddeld.
Er zijn twee basismotieven in zelfkennis.
 Self-consistency  behoefte aan bevestiging van het zelfbeeld.
 Self-enhancement  behoefte aan een positief zelfbeeld.
Zelfschema’s kunnen gebruikt worden om jezelf te omschrijven.
Mensen kunnen informatie dat overeenkomt met hun zelfbeeld sneller verwerken.
Psychologische functies van het zelf  affectief: zelfevaluatie  eerlijk?
Het self-enhancement berust op drie illusies.
 Onrealistische positief zelfbeeld.
 Illusie van controle.
 Onrealistische optimisme  over de toekomst bijvoorbeeld.
Het self-enhancement draagt bij aan het welzijn.
 Beschermt self-esteem.
 Stelt mensen meer open voor anderen.
 Bevordert doelgericht gedrag  als je denkt dat het goed gaat komen, ga je
plannen maken.
De zelfwaardering is afhankelijk van:
 Succes binnen persoonlijke relevante levensdomeinen.
 Bevestiging zoeken in succeservaringen.
 Sociale waardering.
 Voordelige sociale vergelijking.
Er bestaat een self-evaluation maintenance model.
 Er zijn twee bronnen voor voordelige sociale vergelijking.
 Reflecting.
 Opwaartse en neerwaartse sociale vergelijking.
o Vrienden geven elkaar gemakkelijkere cues in spelconditie (lage
relevantie).
o Vrienden geven elkaar ineens moeilijkere cues in serieuze conditie
(hoge relevantie).
Psychologische functies van het zelf  intermezzo: vertekening versus
realiteitsbesef.
self-serving biases: hoever kun je gaan?
 Gevaar van ‘inflated egotism’.
 Balans tussen self-verification en self-enhancement.
Psychologische functies van het zelf  gedragsmatig: zelfregulatie  krachtig?
Zelfregulatie berust op de self discrepancy theory.
 Self discrepancy theory  je streeft naar een ideal of ought self.


4
$5.88
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
aniquealbers1

Get to know the seller

Seller avatar
aniquealbers1 Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
9 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions