Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Samenvatting hoorcollege 1 t/m 8 'Risk behavior and addiction in adolescence'

Rating
-
Sold
-
Pages
29
Uploaded on
13-10-2021
Written in
2021/2022

Dit is een Nederlandse samenvatting van alle hoorcolleges van het vak Risk behavior and addiction in adolescence.

Institution
Course

Content preview

Hoorcollege 1 Introductie
Deel 1: introductie en info over de cursus
We gaan het hebben over de ontwikkeling van theorieën over risicogedrag en verslaving in de
adolescentie. Er wordt gekeken naar meerdere levels van invloeden: biologisch en
neurobiologische processen, psychologische en cognitieve processen, sociale processen en
een breder sociaal level. Op deze manier krijgen we een interdisciplinaire kijk op deze
thema’s. De sociale, biologische en psychologische risicofactoren gecombineerd zorgen voor
de problemen met middelengebruik. Dit noemen we het bio-psychosociale model.

Deel 2: de ontwikkeling van adolescenten in verhouding tot risicogedrag
Waarom is het zo dat adolescenten meer risico nemen dan kinderen en volwassenen? Er is een
curve die laat zien dat adolescenten meer risico’s nemen.

Belangrijke ontwikkelingen tijdens de adolescentie: dit duurt ongeveer van 10 tot 24 jaar, in
deze tijd vinden er nog steeds mentale processen plaats, jongeren worden hier uitgedaagd. Er
zijn 3 fasen in de adolescentie, de vroege-, de midden- en de late adolescentie. Er vinden
psychosociale en seksuele veranderingen plaats. In de vroege adolescentie veranderen
jongeren lichamelijk en wordt sociale acceptatie erg belangrijk, sociale uitsluiting is iets wat
enorm veel impact heeft op adolescenten in deze tijd. Ze kijken hoe ze zichzelf zien, wat hen
zichzelf maakt en willen ze graag uniek en zichzelf is. Tijdens de midden adolescentie gaat
het risico nemend gedrag toenemen en vormen ze een eigen identiteit. In de late adolescentie
gaan jongeren meer zelfstandig worden door bijv. op zichzelf te wonen en tet werken.

Neurologische veranderingen tijdens de adolescentie: 1. groei in breinvolume, 2. Toename
witte stof, 3. Hogere plasticiteit en flexibiliteit, 4. Verschillende snelheid van verschillende
breingebieden.
Bij meisjes op 12-jarige leeftijd en bij jongens bij 14-jarige leeftijd vindt pruning (snoeien)
plaats. Dit is om de hersenen meer efficiënt te maken, het is dus belangrijk voor adolescenten
om breingebieden te gebruiken, anders zullen ze bepaalde skills verliezen. Ook wordt er meer
witte stof aangemaakt in de hersenen van pubers, de communicatie tussen breingebieden
verbetert hierdoor. Ze kunnen hierdoor beter abstract denken en het lange termijn geheugen
verbetert. Ook krijgen hun hersenen een hogere plasticiteit. Wel is het zo dat verschillende
hersendelen op een verschillende snelheid werken, dit verklaart waarom sommige
gedragingen sneller plaatsvinden dan andere → risico nemend gedrag. Bijv. de emotionele
reacties treden sneller op dan de reacties uit het controlesysteem. Ook krijgen ze meer kritiek
op hun ouders, dit zorgt ook voor meer confrontaties en misschien ruzies. Door de hoge
plasticiteit zullen positieve en negatieve factoren veel invloed hebben op het brein van een
adolescent.

Het affectief-motivatie systeem. Het beloningscentrum is overactief in de vroege en midden
adolescentie. In de late adolescentie en de jong-volwassenheid wordt dit gebied minder actief.
Adolescenten reageren dus heftiger op beloningen dan volwassenen, ze ervaren hier meer
emoties bij. Bij jongens is dit systeem ook actiever, dit zou komen door de hoeveelheid
testosteron. Dit verklaart dat jongens over het algemeen meer risicogedrag vertonen dan
meisjes. Dit deel van het brein houdt zich dus bezig met: emoties, motivaties, geheugen,
leren, herinneringen en seksueel gedrag.

Het controlesysteem van het brein. Maar dit gaat langzamer dan bij het motivatie gedeelte.
Het zorgt voor executieve functies, en risicoschatting, maar ook het stellen van lange
termijndoelen, de reactie inhibitie, dit ligt weer dicht bij zelfcontrole.

,Het rationale brein ligt aan de voorkant in de prefrontale cortex, het controlesysteem ligt meer
aan de binnenkant in de nucleus accumbens.

Dus waarom nemen adolescenten meer risico dan kinderen of volwassenen?
Volgens het maturational imbalance model komt dit door de disbalans tussen het
controlesysteem en het affectief-motivatie systeem van jongeren. Dus verhoogde
gevoeligheid voor beloningen vs. een onvolgroeide impulscontrole.

Alternative theory (Dobbs): dat jongeren meer risicogedrag vertonen komt door de
evolutie, anders hadden ze niet overleefd. Dus het risicogedrag heeft een functie voor
adolescenten.

Deel 3: betekenissen en concepten
Middelengebruik en verslaving is van alle tijden, onze oudste voorouders deden dit al met
planten.
Risico- gedrag: gedrag dat risico vormt voor een fysische, cognitieve of psychosociale
ontwikkeling van adolescenten. En al het gedrag waar later een verslaving uit kan ontstaan. In
deze cursus hebben we het over vele soorten risicogedrag, waaronder middelenverslaving.

De algemene ontwikkeling van een verslaving bij jongeren: contact met een drug/gedrag,
experimenteren hiermee, dagelijks gebruik, overmatig gebruik, verslaving.

Wanneer we gedrag zien als risicogedrag hangt af van: karakter van het specifieke gedrag of
drug, de culturele of sociale normen (alcohol in de Islam of in Nederland) en de
wetenschappelijke kennis hierover (kennis over alcohol op het brein van adolescenten).
Er zijn dus belangrijke verschillen tussen gedragingen op basis van de kennis en de manier
waarop we ernaar kijken.

Definitie van drugs: chemische stoffen die door het bloed gaan en invloed hebben op het
centrale zenuwstelsel en daardoor doorwerkt op perceptie, gemoedstoestand, of bewustzijn.
Hier hebben we dan verschillende benamingen voor. Andere eigenschappen van
psychoactieve middelen zijn drang en verlies van controle, maar dit is na regelmatig gebruik
→ verslaving.

Maar niet alle middelen hebben hetzelfde effect, evenals de duur, de sterkte en de mate van
effect. Maar ook een andere invloed op drang en verlies van controle.
Voor welke drug/middel is de kans op verslaving het grootste als iemand de drug 1 keer heeft
gebruikt: nicotine in het meest verslavend, daarna komen heroïne en cocaïne, alcohol en wiet.
XTC en paddo’s hebben dit effect bijna niet na 1x gebruiken.

Er zijn 3 typen van psychoactieve effecten: er zijn downers, uppers en hallucinerende drugs.

Hoe zit het met het drugsgebruik van Nederlandse jongeren, gebruiken zij meer drugs dan
jongeren uit andere landen? Over het algemeen valt het wel mee, overmatig alcohol drinken is
wel hoger bij Nederlandse jongeren, hetzelfde geldt voor wietgebruik.

Hoe kunnen we verslaving omschrijven? (Sussman) Zij maakt de verdeling tussen intentionele
en extensionele betekenissen. Intentioneel gaat over een causaal verslavingsproces en
extensioneel gaat over de classificatie van verslavingen volgens de DSM.

, De DSM zegt middelengebruik-disorder, bij meer dan 2 van de beschreven omschrijvingen.
Er zijn 4 verschillende categorieën, deze zijn: verminderde controle, sociale en andere
beperkingen, doorgaan met gebruiken ondanks het kennen van de risico’s en de
farmacologische effecten.

Intentioneel model: processen waarvan verwacht wordt dat ze een rol spelen in de
ontwikkeling van een verslaving. (Lopez-Leon artikel). Er is ook een model gemaakt door
Sussman.

Er zijn 2 leerprincipes die onderliggend zijn aan de ontwikkeling van een verslaving: dit zijn
positieve en negatieve reinforcement.
Positieve bekrachtiging: wanneer het gedrag toeneemt wanneer er een positieve reactie
plaatsvindt, bijv. euforie of een relaxt gevoel.
Negatieve bekrachtiging: wanneer het gebruik of de hoeveelheid hiervan toeneemt omdat er
iets negatief niet meer plaatsvindt. Het verdwijnen van afkickverschijnselen bijv.
Bij beide soorten bekrachtiging neemt het gebruik van het middel toe door de positieve
gevolgen.

Door gebruik van middelen wordt dopamine vrijgegeven in de hersenen, hoe frequenter het
gebruik hoe meer de sensitiviteit van het beloningssysteem afneemt. Dit zorgt ervoor da
iemand meer drugs tot zich neemt. Vervolgens krijgt een persoon een hogere tolerantie voor
de drug en ontwenningsverschijnselen wanneer het niet ingenomen wordt. Er is dan
automatisch ook sprake van een verminderde gevoeligheid voor natuurlijke ingevingen. Op de
lange termijn worden de normale dingen in het leven dus niet fijn gevonden, omdat er
gewenning is ontstaan voor de afgifte van dopamine door het gebruik van iets onnatuurlijks.
Het beloningssysteem reageert niet meer op de normale dingen in het leven. Voor
verschillende middelen verschillen de effecten van deze processen.

Deel 4: cognitieve theoretische modellen van risicogedrag bij adolescenten
Waarom nemen jongeren deel aan risicogedrag, hoe vindt die keuze maken plaats?
Rational decision-making model: hiermee werd vroeger de keuze voor risicogedrag verklaard.
Het zou dan een reflectief proces zijn, waarbij de voor- en nadelen voor het gebruik werden
afgewogen.

De theorie van gepland gedrag (Ajzen) hoort hierbij, risicogedrag wordt gezien als een
rationele en reflectieve keuze. Deze theorie zegt dat jongeren het idee goed overwegen
voordat ze aan bepaald gedrag deelnemen, dit gebeurt in 3 verschillende domeinen. Eerst
kijken ze naar de kosten en de baten, hoe denken belangrijke anderen over het gedrag (wat
vinden zij ervan als je dit gedrag uitvoert) en denk je dat je voorbereid genoeg bent om dit
gedrag te vertonen. Deze 3 domeinen beslissen dan of iemand deelneemt aan bepaald gedrag,
dit hangt weer af van de perceptie van de wereld van die persoon. (dit is de beschrijving van
het expliciete proces).

Het dual process model of risky decision making: er komt ook een impliciet deel bij kijken
dan alleen voor- en nadelen afwegen, dus het rationele. Dit gaat om meer irrationele
processen, dus het idee is dat risicogedrag niet alleen van rationele gedachten afkomt, maar
dus ook van het onbewuste. Er is dus een combinatie van 2 processen, we hebben het snelle
en het langzame systeem, de eerste gebaseerd op emoties en de ander op logica.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 13, 2021
Number of pages
29
Written in
2021/2022
Type
Class notes
Professor(s)
Van den eijnden
Contains
All classes

Subjects

$6.46
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
loesisw1997

Get to know the seller

Seller avatar
loesisw1997 Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
7 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions