100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting deeltentamen 1 + 2: Hersenen & gedrag: kalat & cacioppo

Beoordeling
-
Verkocht
4
Pagina's
36
Geüpload op
10-10-2021
Geschreven in
2021/2022

Samenvatting van het boek voor het vak hersenen en gedrag. Ingedeeld op de gegeven hoofdstukken per deeltentamen.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Kalat hoofdstuk 1 t/m 4, 7, 8, 10, 11, 13, 14 + cacioppo hoofdstuk 1 + 16
Geüpload op
10 oktober 2021
Aantal pagina's
36
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Psychologie samenvatting HG
Deeltentamen 1
Cacioppo 1: Introductie
BLZ 1-54

Wat is psychologie?
Psychologie = de objectieve studie van ‘the mind’ (= het brein en zijn activiteiten) dus mentale
processen, gedrag en hersenfuncties.
* Gedrag refereert naar enige actie die we kunnen observeren -> belangrijk in onderzoek

> Helmholtz: reactietijd van voet langer dan buik. Zit dichter bij de hersenen en kan dus sneller
gereageerd worden
> Fechner: zelfde soort experiment maar met geluid. Hoe zachter het geluid, hoe slechter de
hersenen het konden opvangen (waarnemingsdrempel)
> Wundt: hoe snel na het horen van een vallende bal op een platvorm kan een persoon reageren
door op een key te slaan
* Titchener: heeft dit uitgebreid door een theorie van structuralism (= benadering waarbij
‘the mind’ is opgebroken in kleine elementen van mentale ervaringen) op te stellen.


Medical model (fysieke oorzaken, behelpen met medicijnen) <> psychological model (abnormaal
gedrag door life experience behlepen met therapie)

Gestalt psychologie: het opbreken van de waarneming in meerdere delen zou leiden in het verlies
van belangrijke psychologische informatie

Functionalisme: gedrag werd gezien als doelgericht omdat het leidt tot overleving, natuurlijk het
gedrag van beesten agressiviteit

Humanistic psychologie: mens is vanzichzelf goed maar gaan slecht handelen bij een corrupte
omgeving > kijken naar wat goed is aan de mens

Behaviorism: concentreerde op observeerbare, meetbare gedragingen

5 perspectieven in de psychologie
1) Biologische psychologie: connectie tussen geest, gedrag en biologische processen
2) Cognitieve psychologie: onderzoekt mentale processen (denken, oplossen en verwerking van
informatie)
3) Ontwikkelingspsychologie: normale veranderingen in gedrag tijdens de levensduur
4) Sociale en persoonlijkheidspsychologie: hoe gedrag is aangetast door de nabijheid van
andere en de individuele verschillen zijn terug te vinden in cultuur
5) Klinische psychologie: perspectief dat verklaring, definitie en oplossingen zoekt voor
abnormaal gedrag

Twee lastige vragen:
* Waarom is er iets en niet niets? -> universum heel makkelijk heel anders kunnen zijn
* Mind-brain/body problem: waarom is er een bewustzijn?

,Monism (mentale activiteit en breinactiviteit niet te scheiden) <> dualism (geheugen is iets en
hersenen een ander iets)
Genen kunnen gedrag veranderen zonder dat dit in de hersenen wordt veranderd
* bijv. kind die goed is in basketbal zal minder tv kijken etc.

Evolutie = verandering over generaties in de hoeveelheid genen in een populatie
* hoe zijn sommige soorten veranderd?
* hoe evolueren soorten?

Biologische verklaringen zijn in 4 te delen:
1) Physiological explanation: gedrag dat in connectie is brein en organen
2) Ontogenetic explanation: hoe gedrag of structuur ontwikkelt met ‘influence’ van genen
3) Evolutionary explanation: recreëert de geschiedenis van een structuur of gedraging
4) Functional explanation: waarom een structuur of gedraging evolueert zoals het is gebeurd
* genetic drift, perongeluk spreiding van genen

Genen liggen op chromosomen. Deze zijn te vinden in paren.
* homozygous = zelfde genen op de twee chromosomen
* heterozygous = twee unmatching set genen op de chromosomen
Een eiwit bestaat uit 20 aminozuren
Niet alle genen komen tot uiting (omgeving heeft hier ook invloed op)

Autosomale chromosomen <> geslachtschromosomen
Sex-linked genes
Vooral genen op het X-chromosoom (Y-chromosoom namelijk klein)
* Rood/groen kleur zien op X-chromosoom als er bij een man een mutatie is, zal deze dan
kleurenblind zijn terwijl een vrouw nog een extra heeft.
Sex-limited genes
Genen beheersen bijv. de hoeveelheid borsthaar bij mannen, borstgroei bij vrouwen etc.
Beide geslachten hebben deze maar hij wordt maar geactiveerd bij één enkel geslacht.
* te zien vanaf puberteit

DNA is gebonden om histonen (=eiwitten)
* activeren gen moet eerst het DNA loslaten van histonen

Mutatie (verandering altijd in genen <> Epigenetica (verandering in expressie, hoeft niet voor altijd)
1) Metyhylering = metylgrope wordt aan DNA molecuul toegevoegd (meestal bij promotor)
waardoor de structuur verandert en het niet langer leesbaar is
2) Acetylering = toevoegen acetylgroep op de histonen dicht bij een gen waardoor de histonen
losser worden en tot genexpressie leiden

Bepalen of een eigenschap via overerving is
* dmv tweelingenonderzoek (monozygotic/dizygotic twins)
* door verschil in gedrag kun je zeggen dat omgeving invloed uitoefent
* dmv adoptie onderzoek
Phenylketonuria (PKU) = genetisch onvermogen van stofwisseling amino acid phenylalanine
* ophoping phenylaline is giftig en kan tot aantasting hersenen
> overerfbaar betekent niet onaantastbaar (baby weinig met dit in eten)

Lamarckiaanse evolutie = bijv. spier trainen groter dus wordt overgegeven – klopt niet
Artificial selection = Zorgen voor planten en dieren met gewilde eigenschap

,Altruistic behavior = Een actie dat iemand meer goed doet dan een ander
Kin selection = selectie voor een gen dat de familie van het individu helpt
Receprocal altuism = het idee dat individuen andere helpen met verwachting dat ze hetzelfde
terugdoen
Group selection = altruistic groups gaan beter met elkaar om dan minder samenwerkende groepen

Kalat 1: zenuwcel en zenuwimpuls
BLZ 54-75

Zenuwstelsel bestaat uit twee soorten cellen:
> Neuronen ontvangen informatie en geven deze door aan andere
> Glia (wordt later uitgelegd door de vele functies)

Camillo Golgi vond uit dat je cellen beter kon zien met zilver zouten zonder andere cellen te
beïnvloeden. Op deze manier kon er goed naar de structuur van één cel gekeken worden.

Opbouw cel:
* Membraan: Buitenkant van cel, laat enkele proteïnen door, de rest kan hier niet doorheen
* Kern: elke dierlijke cel heeft deze (behalve rode bloedcellen) bevat chromosomen
* Mitochrondium: zorgt voor energie in cel
* Ribosomen: vormen nieuwe eiwitten
* Endoplasmatisch reticulum: netwerk van dunne buisjes die nieuwe eiwitten begeleiden.

Motor neuron: ontvangt prikkelingen via de dendrieten en geeft impulsen door via de axonen naar
de spieren
Sensory neuron: één kant gevoelig voor een specifieke stimulatie (licht, geluid, aanraking)
* Kleine takken leiden van receptoren meteen naar het axon

Dendriet:
> oppervlakte is bedekt met ‘synaptic receptors’ waardoor dendriet informatie ontvangt van andere
neuronen
> dendritic spines: kleine uitgroeiingen die zorgen voor een groter oppervlakte van synapsen
Soma:
> bevat de kern, de ribosomen en mitochrondien
Axon:
> geleid een impuls richting andere neuronen, een orgaan of een spier.
* vertebrate axon is omringt door myelin sheath met tussenstops bekend als nodes of
Ranvier -> invertebrate axons hebben deze niet
> kan vertakkingen hebben met daarop een zwelling (= presynaptic terminal)
Afferent axon = brengt informatie naar een constructie (sensory)
Efferent axon = vervoert informatie weg van een constructie (motor)

Interneuron/instrinsic neuron =
Als de dendrieten en axon van een cel compleet behoren binnen één structuur

Glia
> hersenschors bevat meer glia dan neuronen, bij andere delen van de hersenen is dat andersom
Verzorgen van neuronen en zorgen voor stevigheid en behoud structuur.
Verschillende soorten
* Astrocytes = stervormig, binden zich om de synapsen van functioneel gerelateerde axonen
> Voorkomt het repenteren van chemicaliën

, > door opnemen ionen en transmitters van axonen en terug vrijgeven zorgt
het voor synchronisatie met gerelateerde neuronen – ritme creëren
> verbreden bloedcellen zodat meer voedingstoffen in brein kunnen
* Microglia = onderdeel immuunsysteem door verwijderen virussen en dode neuronen en
verwijderen zwakke synapses (voor leren)
* Oligodendrocytes (hersenen en ruggegraat) / schwann cells (rest lichaam) =
omringen en isoleren bepaalde vertebrate axons met myelin sheets en geven
voedingsstoffen aan bepaalde axon voor goed functioneren
* Radial glia = begeleiden migratie van neuronen en zijn axonen en dendrieten tijdens
embryotische ontwikkelingen

Blood-brain barrier =
Mechanisme dat er voor zorgt dat sommige chemicaliën uitsluit van de hersenen
* smalle ongeladen moleculen kunnen hier wel doorheen
* ook moleculen die oplossen in vet kunnen zo door het membraan heen
* water via speciale kanalen
* andere chemicaliën dmv actief transport
Glucose kan alleen worden doorgelaten met vitamine B -> thiamine

Twee krachten op natrium
1) Elektrische gradiënt: een verschil in elektrische ladingen tussen binnen en buiten de cel.
Na+ positief geladen en binnenkant is negatief dit trekt elkaar aan
2) Concentratie gradiënt: Buiten meer Na+ dan binnen, na+ is dus meer geneigd om naar
binnen te gaan dan naar buiten
Kan echter niet naar binnen doordat de Na+ kanalen gesloten zijn
Wordt zelfs naar buiten geforceerd door de natriumkaliumpomp

Twee tegengestelde krachten op kalium
1) Elektrische gradiënt: positief geladen en binnen is negatief dus zo aangetrokken naar binnen
2) Concentratie gradiënt: binnen meer geconcentreerd dan buiten dus dit zorgt ervoor dat het
de neiging heeft om naar buiten te gaan
-> bijna gebalanceerd door tegenwerkende kracht maar net niet

Cl- bevindt zich voornamelijk buiten de cel
Sterkte stimulus weergegeven door timing (meer achter elkaar is sterker)
Actiepotentiaal -> all or none law -> bij de piek begint potassium flow (natrium gaat in)
Bij behalen drempelwaarde kan actiepotentiaal plaatsvinden
Voltagegated channels = axonkanalen die sodium&potassium doen

Local anesthetic binden aan de natriumkanalen waardoor deze niet naar binnen kunnen. Axonen
kunnen dan niet het bericht van pijn naar je hersenen vervoeren.

Myelinated axons -> met schwann cells waardoor impulsen makkelijk overspringen en het dus sneller
gaat
Saltatory conduction -> het overspringen van actiepotentialen van node naar node

Refractonaire periode bestaat uit twee:
1) Absolute refractionaire periode
Membraan kan geen nieuwe actiepotentialen maken ongeacht de stimulatie
2) Relatieve refractionaire periode
Sterker dan normale stimulus moet plaatsvinden om een actiepotentiaal te activeren

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
AnneMarijeSamenvattingen Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
33
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
32
Documenten
18
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen