100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Other

Aantekeningen colleges brain and behavior

Rating
1.0
(1)
Sold
3
Pages
20
Uploaded on
30-01-2015
Written in
2013/2014

Aantekeningen van het vak reclamepsychologie/ brain and behavior. Dit document bevat alle aantekeningen van periode 1 en 2 op oww 2.2 na.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 30, 2015
Number of pages
20
Written in
2013/2014
Type
Other
Person
Unknown

Content preview

Reclamepsychologie
OWW 1.1
Shortcuts; heeft niks te maken met het product, maar helpt wel mee om het
koopgedrag te beïnvloeden.

Psychologie = de wetenschap van het mentale leven

 Cognitie: kennis en overtuigingen
 Emotie: affecties, stemmingen, gevoelens
 Motivatie: drijfveren, behoeftes, verlangens, doelen

Cognitieve uitleg (kennis, overtuigingen
- ik weet dat cola lekker is.

Emotionele uitleg (affecties, stemmingen, gevoelens)
- Als ik Cola drink voel ik me blij.

Motivationele uitleg (drijfveren, behoeften, doelen)
- Ik wil Cola omdat ik dorst heb.

Het individu in de maatschappij:

 Sociale interactie: als vrienden op fb iets liken op facebook is dat
effectiever dan dat het bedrijf het zelf zegt.
 Hoe wij anderen begrijpen:
 Sociale beïnvloeding (personen/groepen): als vriendinnen nieuwe
schoenen hebben en zeggen dat ze fijn zijn is dat een grotere drijfveer om
deze te kopen dan dat een bedrijf een mooie advertentie maakt.
 Persoonlijkheid:

We vertonen kuddegedrag omdat we dan zelf niet na hoeven te denken en we
vinden het fijn om ergens bij te horen.

De hersenen zijn de fysieke basis van de geest:

- Neurologie
- Andere lichamelijke systemen: endocrien systeem (hormonen) en
immuunsysteem
- Genetica
- Evolutionaire biologie

Psychofysica: fysieke stimuli in relatie tot de psychologische staat.
- Breinscanning (MRI): hersenactiviteit opmeten.

Hersenen:

 100 miljardzenuwcellen (neuronen) in onze hersenen;
 100.000 kilometer zenuwvezels (synapsen);
 Wegen 1 tot anderhalve kilo.

Hersenstam (reptielhersenen): basis van gevoelens en instinct.
Tussenhersenen (Limbisch systeem): Basis van emoties en zelfbeheersing.
Grote hersenen (Neocortex): Basis van rationaliteit en toekomtgericht zijn.

,Prefrontale contex: gedeelte in de hersenen waar plannen in verwerkt wordt (of
je kan plannen of niet).

Kleine hersenen/ reptielenbrein:

Hersenstam: vitale functies (hartslag, bloedsomloop
Limbische systeem (emotionele brein/
zoogdierenbrein):
- Alle sensorische impulsen (zintuigen) worden hier
omgezet in emoties, stemmingen en driften.
- verwerking van emoties in amandelen (amygala).
Grote hersenen/ Cortex/ nieuwe hersenschors:
- slaapkwab: verwerkt gehoor, geheugen en
taalfuncties.
- Frontaalkwab: helpt controle te behouden over
spierbewegingen, bepaalt stemmingen, maken van
toekomstplannen,

Limbisch systeem: Voelen, intuïties, stemmingen  Affectieve functies/
affectie.

Cognitieve elementen: grote hersenen.
Affectieve elementen: Tussenhersenen.

Attitude: Een evaluatieve respons gericht op een attitude object gebaseerd op
drie informatiebronnen: cognitie, affectie/gevoel en gedrag.

Cognitieve dissonantie theorie: mensen zullen er naar streven om onderlinge
strijdige (dissonante) attitudes met elkaar in overeenstemming te brengen.

Relatie attitude e gedrag, 3 componenten:

1. Ik/ mijzelf (beliefs about the outcom of the behaviour + Evaluations of the
expected outcome of the behavior  leidt tot een attitude t.o.v. iets
2. Omgeving  leidt tot subjectieve normen
3. Smoesjes (cotrol beliefs)  hebben een veel grotere inpact op je gedrag
dan jezelf en omgeving – sterk bepalend of je iets gaat vertonen.
 Als jezelf en je omgeving positief zijn, is het niet waar dat je daadwerkelijk
het gedrag gaat vertonen, de smoesjes zijn het belangrijkste.

Goede reclamecampagnes moeten zorgen dat ze goed inspelen op de smoesjes –
of control beliefs. Het is erg effectief om hierop in te kunnen spelen.


OWW 1.2
Associatief leren = leren op basis van gebeurtenissen in de omgeving.
Leren = Relatief permanente verandering in gedrag als gevolg van
veranderingen  relatief permanent staat er omdat je het weer kunt vergeten/
verleren.

 Klassieke conditionering = nieuwe associaties maken/ gebaseerd op het
creëren van connecties door associatie die ontstaat door herhaling.
Ivan Pavlov (1950).
Ongeconditioneerde Stimuli (OS): zorgen ervoor dat je een oerreflex
vertoont (geur, geluid, licht).

,  Ongeconditioneerd wil zeggen dat de verbinding er al was voor wij
kwamen en de trucjes gingen uithalen met de hond of de kinderen of met
partnerlief. Eten  kwijlen.
eten = ongeconditioneerde stimuli (OS)
kwijlen = ongeconditioneerde reflex. (OR)
 Conditioneren betekent precies het tegenovergestelde. Het betekent dat
we iets nieuws proberen te relateren, verbinden, linken, koppelen aan de
oude connectie en we willen dat dit nieuwe ding iets uitlokt. Belletje 
kwijlen.
Belletje = geconditioneerde stimuli (CS)
Kwijlen = geconditioneerde reflex. (CR)
Klassieke conditionering zit meer op transformationele commercials omdat het
meer met de oer reflexen omgaat, wat vrij gelijk staat aan emoties.

Bijvoorbeeld: Bavaria dutch dress commercial:
OS, ongeconditioneerde stimulus = goal - vrouwen
OR, ongeconditioneerde reflex = blij juichen – glimlach
CS, geconditioneerde stimulus= Bavaria Dress
CR, geconditioneerde reflex = blijdschap.

Bijvoorbeeld: Marni at H&M commercial:
OS, ongeconditioneerde stimulus = Lekker weer – vakantie – muziek (liefde,
zoenen, mooie mensen)
OR, ongeconditioneerde reflex = wil je ook ervaring (lekker weer, vakantiegevoel)
CS, geconditioneerde stimulus = kleding van de H&M
CR, geconditioneerde reflex = je wilt de kleding hebben.

Contingentie: samenhang tussen OS en CS.
Tijdsduur: tijd tussen OS en CS
UITZONDERING: Smaakaversie: genetisch bepaald en kan al na één ervaring
ontstaan. (bijv. als je ooit iets gegeten hebt dat je er zo ziek van bent geweest
dat je alleen bij de geur al denkt nee.)  gebeurt door je lichaam als
waarschuwing.

Verwerving: toename tussen CS + OS
Uitdoving: Alleen CS neemt af
Rustperiode
Spontaan herstel: CS + OS
Generalisatie en discriminatie.
Stimulus generalisatie:
- Uitbreiden van specifieke stimulus
- CS en (ongeveer CS) leiden tot CR
- Overgeneralisaties: neuroses (denk aan de hond, die worden op een
gegeven moment gek van alle geluidjes.

Stimulus discriminatie:
- Beperken/ terugbrengen tot specifieke handeling.

OWW 1.3

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
9 year ago

incomplete

1.0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ljbrummelhuis Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
49
Member since
11 year
Number of followers
42
Documents
11
Last sold
5 year ago

4.0

7 reviews

5
4
4
1
3
1
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions