Hoofdstuk 1 – Context van interne communicatie
1.1
Organisatie: Een afspraak hoe het samenwerkingsverband georganiseerd is. Ook wel
Doelrealiserende samenwerkingsverbanden tussen mensen. Ze zijn opzettelijk in het leven
geroepen. Een organisatie heeft doelen die de medewerkers waar moeten maken (bereid zijn).
Er zijn omvangrijke organisaties die dieper in zijn leven ingrijpen. Door de grote omvang neemt de
complexiteit en verscheidenheid toe. Een organisatie zit in een netwerk met andere organisaties.
Andere organisaties zijn afhankelijk van jou organisatie om voort te kunnen bestaan en andersom.
Reorganisatie: herzien van de gekozen vorm
Actorenanalyse: een werkvorm waarin je een groep mensen uitnodigt om zelf actief aan de slag te
gaan met een vraag. (met welke organisatie heb je te maken) Zie handleiding op de site
1.2.1 - De zichtbare en onzichtbare organisatie
Organigram: formele verdeling van functies t.o.v. elkaar en
hun onderlinge hiërarchische verhouding (harkje).
We zien vaak de expliciete organisatie, maar de laatste
jaren is er steeds meer aandacht voor de impliciete
organisatie en informele communicatie, irrationaliteit,
gevoelens en emoties.
1.2.4 - Verborgen regels
Regels en procedures staan in beleidsdocumenten,
organisatiestructuur, missie en visie en soms een
gedragscode (omgangswijze leiding, medewerkers, werk
en klanten)
Verborgen regels: onbewuste drijfveren in het handelen
van mensen. Voorbeeld vragen op de site
- Functioneel: stabiliteit en voorspelbaarheid in relaties
- Disfunctioneel: inperken gedragsvrijheid
Vanaf het moment van interactie komen gewoontes en spelregels (wie leidt het gesprek bv.)
Marjo Korrel: dit zijn gewoontepatronen. Ongeschreven regels over wat wel en niet mag in de
omgang en wat er wel en niet gezegd mag worden.
Voorbeelden: niet aanspreken, maar wel over elkaar spreken + mening voor je houden etc.
Als je de verborgen regels van je organisatie kent kun je overleven en succes hebben. Ze bepalen je
gedrag. Ze behoeden je voor het nemen van formele maatregelen die vervolgens worden
tegengewerkt.
Verborgen regels frustreren een verandering als ze haaks staan op de expliciete regels. En hebben
een voorspellende waarde of iets in de organisatie wel of niet slaagt.
Via interviews en “hoe formele regels tot stand gekomen zijn” kun je verborgen regels achterhalen.
, Hoofdstuk 2 – Communicaties in organisaties
Gerald Morssinkhof: informatief model; communicatie is een eenmalige gebeurtenis van stappen die
elkaar opvolgen (boodschap van zender naar ontvanger).
Shannon & Weaver: ‘transportdenken’ informatietheorie ten behoeve van telematica (onvolledig).
Volledig is dat de zender een boodschap produceert (intentioneel) met een informationele context
(alle voorafgaande, opvolgende of tegelijkertijd geproduceerde boodschappen)
Relationeel model: wederzijdse invloed tussen de relatie zender-ontvanger en het zenden &
ontvangen van de boodschap. Sluit meer aan bij Morssinkhof
Non-verbale communicatie is pas communicatie als hij door de ontvanger wordt opgemerkt. Er is
sprake van een relatie als de ontvanger reageert op de zender en de zender deze ontvangt.
Informeren: eenrichtingsverkeer, want de ontvanger transformeert niet in de rol van de zender
(ontvangt alleen en reageert niet).
Communiceren: tweerichtingsverkeer, iedere boodschap voortbouwt op de vorige. Want ze zijn niet
altijd gelijk (realistischer). Het is een spiraal van doorlopende pogingen om elkaar te beïnvloeden.
Betekenissen: beschrijvingen tijdens interactie van het veranderingsproces (persoonlijke keuze van
de zender ‘frame’).
Communicatie is de productie, uitwisseling en betekenisgeving van boodschappen, die plaatsvinden
binnen een context van informationele, relationele en situationele factoren , met als doel elkaar te
beïnvloeden.
1.1
Organisatie: Een afspraak hoe het samenwerkingsverband georganiseerd is. Ook wel
Doelrealiserende samenwerkingsverbanden tussen mensen. Ze zijn opzettelijk in het leven
geroepen. Een organisatie heeft doelen die de medewerkers waar moeten maken (bereid zijn).
Er zijn omvangrijke organisaties die dieper in zijn leven ingrijpen. Door de grote omvang neemt de
complexiteit en verscheidenheid toe. Een organisatie zit in een netwerk met andere organisaties.
Andere organisaties zijn afhankelijk van jou organisatie om voort te kunnen bestaan en andersom.
Reorganisatie: herzien van de gekozen vorm
Actorenanalyse: een werkvorm waarin je een groep mensen uitnodigt om zelf actief aan de slag te
gaan met een vraag. (met welke organisatie heb je te maken) Zie handleiding op de site
1.2.1 - De zichtbare en onzichtbare organisatie
Organigram: formele verdeling van functies t.o.v. elkaar en
hun onderlinge hiërarchische verhouding (harkje).
We zien vaak de expliciete organisatie, maar de laatste
jaren is er steeds meer aandacht voor de impliciete
organisatie en informele communicatie, irrationaliteit,
gevoelens en emoties.
1.2.4 - Verborgen regels
Regels en procedures staan in beleidsdocumenten,
organisatiestructuur, missie en visie en soms een
gedragscode (omgangswijze leiding, medewerkers, werk
en klanten)
Verborgen regels: onbewuste drijfveren in het handelen
van mensen. Voorbeeld vragen op de site
- Functioneel: stabiliteit en voorspelbaarheid in relaties
- Disfunctioneel: inperken gedragsvrijheid
Vanaf het moment van interactie komen gewoontes en spelregels (wie leidt het gesprek bv.)
Marjo Korrel: dit zijn gewoontepatronen. Ongeschreven regels over wat wel en niet mag in de
omgang en wat er wel en niet gezegd mag worden.
Voorbeelden: niet aanspreken, maar wel over elkaar spreken + mening voor je houden etc.
Als je de verborgen regels van je organisatie kent kun je overleven en succes hebben. Ze bepalen je
gedrag. Ze behoeden je voor het nemen van formele maatregelen die vervolgens worden
tegengewerkt.
Verborgen regels frustreren een verandering als ze haaks staan op de expliciete regels. En hebben
een voorspellende waarde of iets in de organisatie wel of niet slaagt.
Via interviews en “hoe formele regels tot stand gekomen zijn” kun je verborgen regels achterhalen.
, Hoofdstuk 2 – Communicaties in organisaties
Gerald Morssinkhof: informatief model; communicatie is een eenmalige gebeurtenis van stappen die
elkaar opvolgen (boodschap van zender naar ontvanger).
Shannon & Weaver: ‘transportdenken’ informatietheorie ten behoeve van telematica (onvolledig).
Volledig is dat de zender een boodschap produceert (intentioneel) met een informationele context
(alle voorafgaande, opvolgende of tegelijkertijd geproduceerde boodschappen)
Relationeel model: wederzijdse invloed tussen de relatie zender-ontvanger en het zenden &
ontvangen van de boodschap. Sluit meer aan bij Morssinkhof
Non-verbale communicatie is pas communicatie als hij door de ontvanger wordt opgemerkt. Er is
sprake van een relatie als de ontvanger reageert op de zender en de zender deze ontvangt.
Informeren: eenrichtingsverkeer, want de ontvanger transformeert niet in de rol van de zender
(ontvangt alleen en reageert niet).
Communiceren: tweerichtingsverkeer, iedere boodschap voortbouwt op de vorige. Want ze zijn niet
altijd gelijk (realistischer). Het is een spiraal van doorlopende pogingen om elkaar te beïnvloeden.
Betekenissen: beschrijvingen tijdens interactie van het veranderingsproces (persoonlijke keuze van
de zender ‘frame’).
Communicatie is de productie, uitwisseling en betekenisgeving van boodschappen, die plaatsvinden
binnen een context van informationele, relationele en situationele factoren , met als doel elkaar te
beïnvloeden.