100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting initiatie materiaalleer 1BA

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
40
Geüpload op
06-10-2021
Geschreven in
2020/2021

deze samenvatting omvat het deel natuurkunde: krachten, warmte, licht, geluid en vocht ; materiaaleigenschappen en metalen. komt overeen met 6 van de 9 lessen van vorig jaar opgelet: leerstof over keramische materialen/glas en polymeren/composieten ontbreken in dit document.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
6 oktober 2021
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Initiatie Materiaalleer: Les 1

Deel N(atuurkunde)

• Een KRACHT (F) = elke oorzaak van vervorming of verandering van de bewegingstoestand
van een voorwerp. (Force)
• Een Kracht kan een ‘statische’ werking hebben, kan vervorming veroorzaken vb. Uitrekken
van een elastiek, doorbuigen van een plank, indrukken van een spons
• En/of een ‘dynamische’ werking hebben, vb. kan beweging veroorzaken, iets laten vallen,
van richting doen veranderen, afremmen; = verandering van versnelling, a(cceleratie)
(m/s²)



• Krachten zijn grootheden, je kan ze meten met een meettoestel, zoals een lengte

Lengte L = 250,0cm; Kracht F = 250,0 kN

L, F = een variabele => wat we meten

250 = het maatgetal => hoeveelheid (grootte)

Cm, kN = de maateenheid => aanduiding van schaal

,0 = #beduidende cijfers => de nauwkeurigheid



• Krachten zijn vectorgrootheden = hebben een grootte + een richting (vb. Zwaartekracht
naar middelpunt aarde) <=> scalaire grootheden hebben enkel een grootte (vb. Temp C)



• Vectorgrootheden kunnen opgeteld worden d.m.v. een vectoroptelling, een voorwerp
waarop geen resulterende kracht werkt (F = 0), is in rust of beweegt zich rechtlijnig voort
met constante snelheid (want ook geen wrijving) = ‘eerste wet van Newton’



• Soorten krachten: wrijvingskracht, spierkracht, veerkracht, zwaartekracht, magnetische
kracht, magnetische kracht



• De massa (m) van een voorwerp

= een grootheid evenredig met de hoeveelheid materie in dat voorwerp

= som van de massa van alle deeltjes (moleculen, atomen, ionen, subatomaire deeltjes)

= product van de hoeveelheid deeltjes n in mol met de molaire massa M

m= M . N

m (g) = massa

M (g/mol) = de molaire massa, de massa van 1 mol materie

, N (mol) = SI-eenheid voor een hoeveelheid deeltjes



• Van mol naar g en vice versa

1 mol = 6,02214.10²³ deeltjes (constante van Avogadro)

= hoeveelheid stof van een systeem dat evenveel deeltjes bevat als er atomen zijn in 12g
koolstof-12

De eenheid van massa, u (unity) is gedefinieerd als 1/12 x de massa van het C-12 atoom =
1,66054.10-24g

1 atoom C-12 heeft een massa van 12u = 1,99265.10-23g

=> Een mol C-12 heefr een massa van: 6,02214.1023 . 12u = 12g



• Van massa naar volume (mol is niet praktisch om mee te werken)

MC-12 = 12 g/mol <=> MFe = 55,85 g/mol (ijzer) => volumieke massa of dichtheid p (kg/m³)

P = m/V => m = V. p

Vb. 1 mol ijzer neemt een volume in van 7,1056 cm³

pFe = 55,85 g (m) / 7,1056 cm³ (V) = 7,860 g/cm³ = 7860 kg/m³



• Praktische definitie kg

1kg = massa van 1l water bij 4 °C

1m³ water = 1000l = 1000kg

pwater = 1000 kg/m³ bij 4°C

Ter vergelijking: plucht = 1,3 kg/m³ (lichter = gasmengsels) lucht is gasmengsel, deeltjes staan
verder van elkaar



• Newton wist dat het moeilijker was om iets zwaar in beweging te brengen dan iets licht

Vaststelling: de versnelling halveert als de massa verdubbelt (bij even hard duwen)

Het product van massa (in kg) (m) en versnelling (a) in (m/s) is constant voor een gegeven
kracht => het is een goed maatgetal voor de grootte van een kracht

F=m.a
=> tweede wet van Newton

De eenheid van kracht = Newton, N = 1kg.m/s² = de kracht die een voorwerp met een
massa van 1kg een versnelling van 1m/s² geeft.

,• 2 massa’s ma en mb met afstand r tussen hun zwaartepunt trekken elkaar aan:


(m1)O---F1--> <--F2---O(m2)
<-------------------r------------------>
F1 = F2 = Fz = (G. m1. m2)/r²
Met G = 6,67.10-11 Nm²/kg² = gravitatieconstante

‘Gravitatiewet van Newton’

ma = 0,60.1025 kg = massa aarde

Ra = 6.367.451 m = straal aarde

Naar analogie met F = m . A => Fz = m . g

g= G x ma /ra 2 = 9,81 m/s² = 10 m/s² = valversnelling/zwaarteveldsterkte



• Zwaartekracht Fz = G(ravitatie)

Fz = G = m . g (met g = 10m/s²) !Dit is een andere G dan op de vorige slide!

Voor m = 1 kg => G = 10 kg.m/s² = 10N (op aarde!)

Krachten zijn vectorgrootheden en hebben een richting

We rekenen voor gebouwen met verticaal gerichte vectoren naar het middelpunt van de
aarde.



• Actie = reactie

Veronderstel een betonnen kubus (p = 2500 kg/m³) van 1m³.

Dit blok beton oefent een gravitatiekracht (G) uit op de grond (verticaal)

G = m.g = 2500 kg . 10 m/s²

= 25000 kg x m/s² = 25000N = 25kN

Druk op grond = 25000 Pascal (Pa = N/m², eenheid van druk)

= 0,025 N/mm² = 0,025 MPa = 25 kN/²

De grond drukt met dezelfde druk op het beton (actie = reactie)

Waarom worden de grond of het beton niet ingedrukt?

0,025 MPa < druksterkte zandgrond = 2MPa, druksterkte beton = 30 MPa

, • De druksterkte fc of treksterkte ft van een materiaal is

De druk/trek (spanning) in MPa die het materiaal kan weerstaan vooraleer het bezwijkt of
breekt (compression/tension)

= materiaaleigenschap!

=> wordt bepaald d.m.v. proeven op een aantal proefstukken (meestal 20 bij beton, hout,
staal, glas...)

=> De karakteristieke waarde fck of fct (= waarde die gehaald wordt voor 95% van de geteste
proefstukken)



• Thuis narekenen

1) Welk materiaal zal bezwijken bij een betonblok van 100m hoog en 1m²?

2) Welk materiaal zal bezwijken bij een betonblok van 100m hoog en 4m² oppervlakte?

3) Welk materiaal zal bezwijken bij een betonblok van 1000m hoog en 1m² oppervlakte?



• MPa fc ft
• Zandgrond 2-20 0
• Beton 30-200 3-20
• Glas 1000 40-120
• Hout 10-40 10-40
• Staal 300-500 300-500

Beton is veel sterker in druk dan in trek (x10) => gewapend beton wordt voor trek gebruikt



• Luchtdruk

De massa van de atmosfeer is 5.1018 kg en de aardoppervlakte is 5.1014 m²

=> op iedere m² drukt +- 10000 kg lucht

G = 10m/s² . 10000 kglucht = 100000 N per m²

=> luchtdruk = 100 000 N/m² (Pa) of 1000 hPa of 1 bar of 1 atm
$5.32
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
zamanrezgar
3.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
zamanrezgar Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
4
Laatst verkocht
4 jaar geleden

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen