Dagelijkse zorg denkkader: voeding
Data, cijfer, … niet belangrijk maar de rest van de tekst kan handig zijn
Boek in de bib voor als de leertekst niet duidelijk is
Bij onderdeel examen zorgthema 1
1. Voedingspatronen
Voedingspatroon = De wijze waarop een individu, een groep of een volk zich gewoonlijk voedt.
Het geeft antwoord op de vraag: wie eet wanneer, wat, in welke hoeveelheid, waar en hoe.
Allerlei factoren beïnvloeden het voedingspatroon en het voedingsgedrag.
Inzicht in bestaande voedingspatronen en in factoren die leiden tot een bepaald voedingsgedrag is
nodig om:
o Gezondheidsrisico’s bij individuen of groepen in te schatten en te signaleren =
verpleegkundige diagnostiek
o Voedingsvoorlichting te kunnen geven (Verpleegkundige interventie)
o Dieetpatiënten te kunnen begeleiden bij problemen die ontstaan door veranderingen in de
voeding = verpleegkundige interventie
Welke factoren spelen een rol bij het ontstaan van een voedingspatroon en voedingsgedrag?
o Omgevingsfactoren (geografische, klimatologische technologische, economische en
politieke-) bepalen welk voedsel beschikbaar is.
Bv. een wijk met oude mensen die geen winkel met verse producten heeft = de oudere mensen die
minder mobiel zijn gaan minder of zelfs geen verse producten meer eten doordat ze er niet geraken.
o Socio-culturele factoren bepalen welk voedsel als eetbaar wordt beschouwd en welke
betekenis voedsel heeft in de omgang met elkaar.
o Persoonsgebonden factoren: fysiologische en psychologische factoren die bepalen wat de
voedsel-behoefte is en wat voeding voor iemand betekent.
Er is nog een factor (die valt onder de omgevingsfactoren) die in deze tijd meer en meer opkomt
door het eten (in België):
o Obesogene omgevingsfactoren = mentale overbelasing + fysieke onderbelasting
Vaak bij kinderen die veel op school zitten en ook niet meer buitenkomen in de avond
Voedingspatronen
Huidig Belgisch VP → grotere verscheidenheid aan voedingsmiddelen dan vroeger (<1950)
Veel industrieel bewerkte producten
Sinds 1950: sterke toename in dierlijke en zoete, geraffineerde voedingsmiddelen; ten nadele van
ongeraffineerde plantaardige voedingsmiddelen
, Verschil vroeger (oermens) en nu (moderne mens)
Gevolgen van
de voedingspatronen
o Gevolg = hogere opname van energie, verzadigd vet, suiker en zout, en lagere opname van
voedingsvezels én bepaalde vitamines en mineralen
o Deze gevolgen worden in verband gebracht met de toename van het aantal
welvaartsziekten ook wel chronische ziekten genoemd.
Relatie tussen voeding en welvaartsziekten
o > energieopname bij geringe activiteit: obesitas + complicaties: diabetes type 2, hypertensie
o > opname van verzadigd vet: atherosclerose
o > opname van vet: tumoren
o > gebruik van suikers: cariës
o > voedingsvezels: darmfunctiestoornissen: obstipatie
o > zoutgebruik: hypertensie, nierfunctiestoornissen
o > alcoholgebruik: hypertensie, levercirrose, mond-, keel-, slokdarmtumoren
Belgisch voedingspatroon
o Traditioneel 3 hoofdmaaltijden/dag: ‘s morgens en ‘s middags een broodmaaltijd en ‘s
avonds een warme maaltijd bestaande uit aardappelen, vlees en groente. Sommigen eten ‘s
middags warm en ‘s avonds brood
o Tussendoor drinkt men thee, koffie, frisdrank of een alcoholische drank en eet daarbij koek,
snoep, zoutjes, taart of fruit.
o Ontbijt en warme maaltijd worden vaak thuis gebruikt, lunch eerder op school/werk
Data, cijfer, … niet belangrijk maar de rest van de tekst kan handig zijn
Boek in de bib voor als de leertekst niet duidelijk is
Bij onderdeel examen zorgthema 1
1. Voedingspatronen
Voedingspatroon = De wijze waarop een individu, een groep of een volk zich gewoonlijk voedt.
Het geeft antwoord op de vraag: wie eet wanneer, wat, in welke hoeveelheid, waar en hoe.
Allerlei factoren beïnvloeden het voedingspatroon en het voedingsgedrag.
Inzicht in bestaande voedingspatronen en in factoren die leiden tot een bepaald voedingsgedrag is
nodig om:
o Gezondheidsrisico’s bij individuen of groepen in te schatten en te signaleren =
verpleegkundige diagnostiek
o Voedingsvoorlichting te kunnen geven (Verpleegkundige interventie)
o Dieetpatiënten te kunnen begeleiden bij problemen die ontstaan door veranderingen in de
voeding = verpleegkundige interventie
Welke factoren spelen een rol bij het ontstaan van een voedingspatroon en voedingsgedrag?
o Omgevingsfactoren (geografische, klimatologische technologische, economische en
politieke-) bepalen welk voedsel beschikbaar is.
Bv. een wijk met oude mensen die geen winkel met verse producten heeft = de oudere mensen die
minder mobiel zijn gaan minder of zelfs geen verse producten meer eten doordat ze er niet geraken.
o Socio-culturele factoren bepalen welk voedsel als eetbaar wordt beschouwd en welke
betekenis voedsel heeft in de omgang met elkaar.
o Persoonsgebonden factoren: fysiologische en psychologische factoren die bepalen wat de
voedsel-behoefte is en wat voeding voor iemand betekent.
Er is nog een factor (die valt onder de omgevingsfactoren) die in deze tijd meer en meer opkomt
door het eten (in België):
o Obesogene omgevingsfactoren = mentale overbelasing + fysieke onderbelasting
Vaak bij kinderen die veel op school zitten en ook niet meer buitenkomen in de avond
Voedingspatronen
Huidig Belgisch VP → grotere verscheidenheid aan voedingsmiddelen dan vroeger (<1950)
Veel industrieel bewerkte producten
Sinds 1950: sterke toename in dierlijke en zoete, geraffineerde voedingsmiddelen; ten nadele van
ongeraffineerde plantaardige voedingsmiddelen
, Verschil vroeger (oermens) en nu (moderne mens)
Gevolgen van
de voedingspatronen
o Gevolg = hogere opname van energie, verzadigd vet, suiker en zout, en lagere opname van
voedingsvezels én bepaalde vitamines en mineralen
o Deze gevolgen worden in verband gebracht met de toename van het aantal
welvaartsziekten ook wel chronische ziekten genoemd.
Relatie tussen voeding en welvaartsziekten
o > energieopname bij geringe activiteit: obesitas + complicaties: diabetes type 2, hypertensie
o > opname van verzadigd vet: atherosclerose
o > opname van vet: tumoren
o > gebruik van suikers: cariës
o > voedingsvezels: darmfunctiestoornissen: obstipatie
o > zoutgebruik: hypertensie, nierfunctiestoornissen
o > alcoholgebruik: hypertensie, levercirrose, mond-, keel-, slokdarmtumoren
Belgisch voedingspatroon
o Traditioneel 3 hoofdmaaltijden/dag: ‘s morgens en ‘s middags een broodmaaltijd en ‘s
avonds een warme maaltijd bestaande uit aardappelen, vlees en groente. Sommigen eten ‘s
middags warm en ‘s avonds brood
o Tussendoor drinkt men thee, koffie, frisdrank of een alcoholische drank en eet daarbij koek,
snoep, zoutjes, taart of fruit.
o Ontbijt en warme maaltijd worden vaak thuis gebruikt, lunch eerder op school/werk