Merkpositionering boek
6 stappen voor een goede positionering
1. organisatie-identiteit
historie
bedrijfsoriëntatie
o marktgeoriënteerd
o organisatiegeoriënteerd
o procesgeoriënteerd
o productgeoriënteerd
kerncompetenties
visie en missie
cultuur
organisatie- en klantwaarden
Marktgeoriënteerd:
open en controle
zij-oriëntatie
kerncompetenties: marktkennis, klantcontact
zwakke visie – sterke missie
prestatiecultuur
merk = verkoopinstrument
winstgevendheid = ++
Organisatiegeoriënteerd:
open en flexibiliteit
wij-oriëntatie
kerncompetenties: motivatie medewerkers, samenwerken
sterke visie – sterke missie
adhocratie
merk = centrale hub
winstgevendheid = ++++
Procesgeoriënteerd:
gesloten en controle
het-oriëntatie
kerncompetenties: interne en externe logistiek
zwakke visie – zwakke missie
formele cultuur
merk = logo
winstgevendheid = +
Productgeoriënteerd:
gesloten en flexibiliteit
ik-oriëntatie
kerncompetenties: uitvinden, productie
sterke visie – zwakke missie
familiecultuur
, merk = cultuurdrager
winstgevendheid = +++
2. Merkarchitectuur
Merknaamstrategie
o Organisatiemerk
Overzichtelijke en duidelijk voor financiële beleggers
Kans op eenduidige boodschap het grootst
Toenemende druk van overheden, beleggers, klanten
Vaak Aziatische bedrijven
Gevaar: abstract en nietszeggend
Voordeel: straalt sterke mate van vertrouwen
o Productmerk
Aanbod makkelijk afstemmen op wensen en behoeften van
verschillende doelgroepen
Voorkomen van negatieve image spillover
Gevaar: consument twijfelt door onbekend merk
Voordeel: specifieker inspelen op doelgroep
Merkenportfolio
o Propositieverschillen
Als er sprake is van propositieverschillen, moet een andere
merknaam worden gehanteerd:
Verschillen in gepercipieerde ‘corporate ability’
Verschillende aankoopmotivaties tussen producten
Sterk uiteenlopende prijsproposities
Verschillende gevoeligheden voor commercialiteit
Verschillen tussen doelgroepen
o Productafstand
Groot: dan is er geen gevaar, dus zelfde merknaam
Klein: gevaar met groot propositieverschil, andere merknaam
o Brand-building budget
Te laag: zelfde merknaam
Voldoende: andere merknaam
o Strategisch interessant:
Ja: als het strategisch interessant is, andere merknaam
Nee: als het strategisch niet interessant is, zelfde merknaam
Subbranding
o Gebruiken van submerken naast namen van productmerken
o Voordelen: meerdere producten maken gebruik van naam en
faam van productmerk, gemakkelijke productintroducties, roept
seriegevoel op
3 redenen om naast productmerk, de naam van haar organisatie moet inzetten:
1. organisatiemerk kan consument steuntje in de rug geven
, 2. zo kan onderneming de investeerders laten zien welke productmerken zij
allemaal beschikken
3. onderneming wil medewerkers duidelijk maken welke merken tot eigen
portfolio behoren (interne cultuur versterken)
3. Analyse van de doelgroepen
Breinmanagement.
o merknaam - Amstel
o productklasse - bier
o attributen - gezellig, rood
inhoud – welke associaties roep het merk op?
valentie – positief of negatief beeld?
Kracht – hoe sterk verbonden met merk?
o Waarden - vriendschap
fundamentele behoeften – eten, slapen, veiligheid, etc.
sociale behoeften – ergens bij willen horen, respect krijgen, etc.
ik-behoeften – zelfrespect, gelijkheid, wijsheid, etc.
Betekenisstructuuranalyse
o Doelgroepkeuze
Merk positioneren voor verschillende doelgroepen
Die doelgroepen kunnen in categorieën verdeeld worden
o Betekenisladders
Ladder bestaat uit die niveaus met elke twee subniveaus
Waarden of doelen
Eindwaarden
Instrumentele waarden
Betekenissen/consequenties
Psychologische consequenties
Functionele consequenties
Attributen van het product of dienst
Voordelen van het gebruik
Concrete eigenschappen
o Laddering
Om een betekenisstructuur op te stellen, is het noodzakelijk
mensen uit de doelgroep te interviewen. Het laddering-interview
kan op twee manieren:
Met behulp van groepeertaken
o Kelly’s repertory grid. Consument krijgt drie
producten of bordjes met merknamen
voorgelegd en moet zeggen welke bij elkaar
horen en welke er niet bij past. Daarna
doorvragen met waarom
o Natural grouping. Sprake van meer dan drie
producten en namen
Door directe vragen
o Direct vragen naar relevante attributen,
betekenissen en waarden
6 stappen voor een goede positionering
1. organisatie-identiteit
historie
bedrijfsoriëntatie
o marktgeoriënteerd
o organisatiegeoriënteerd
o procesgeoriënteerd
o productgeoriënteerd
kerncompetenties
visie en missie
cultuur
organisatie- en klantwaarden
Marktgeoriënteerd:
open en controle
zij-oriëntatie
kerncompetenties: marktkennis, klantcontact
zwakke visie – sterke missie
prestatiecultuur
merk = verkoopinstrument
winstgevendheid = ++
Organisatiegeoriënteerd:
open en flexibiliteit
wij-oriëntatie
kerncompetenties: motivatie medewerkers, samenwerken
sterke visie – sterke missie
adhocratie
merk = centrale hub
winstgevendheid = ++++
Procesgeoriënteerd:
gesloten en controle
het-oriëntatie
kerncompetenties: interne en externe logistiek
zwakke visie – zwakke missie
formele cultuur
merk = logo
winstgevendheid = +
Productgeoriënteerd:
gesloten en flexibiliteit
ik-oriëntatie
kerncompetenties: uitvinden, productie
sterke visie – zwakke missie
familiecultuur
, merk = cultuurdrager
winstgevendheid = +++
2. Merkarchitectuur
Merknaamstrategie
o Organisatiemerk
Overzichtelijke en duidelijk voor financiële beleggers
Kans op eenduidige boodschap het grootst
Toenemende druk van overheden, beleggers, klanten
Vaak Aziatische bedrijven
Gevaar: abstract en nietszeggend
Voordeel: straalt sterke mate van vertrouwen
o Productmerk
Aanbod makkelijk afstemmen op wensen en behoeften van
verschillende doelgroepen
Voorkomen van negatieve image spillover
Gevaar: consument twijfelt door onbekend merk
Voordeel: specifieker inspelen op doelgroep
Merkenportfolio
o Propositieverschillen
Als er sprake is van propositieverschillen, moet een andere
merknaam worden gehanteerd:
Verschillen in gepercipieerde ‘corporate ability’
Verschillende aankoopmotivaties tussen producten
Sterk uiteenlopende prijsproposities
Verschillende gevoeligheden voor commercialiteit
Verschillen tussen doelgroepen
o Productafstand
Groot: dan is er geen gevaar, dus zelfde merknaam
Klein: gevaar met groot propositieverschil, andere merknaam
o Brand-building budget
Te laag: zelfde merknaam
Voldoende: andere merknaam
o Strategisch interessant:
Ja: als het strategisch interessant is, andere merknaam
Nee: als het strategisch niet interessant is, zelfde merknaam
Subbranding
o Gebruiken van submerken naast namen van productmerken
o Voordelen: meerdere producten maken gebruik van naam en
faam van productmerk, gemakkelijke productintroducties, roept
seriegevoel op
3 redenen om naast productmerk, de naam van haar organisatie moet inzetten:
1. organisatiemerk kan consument steuntje in de rug geven
, 2. zo kan onderneming de investeerders laten zien welke productmerken zij
allemaal beschikken
3. onderneming wil medewerkers duidelijk maken welke merken tot eigen
portfolio behoren (interne cultuur versterken)
3. Analyse van de doelgroepen
Breinmanagement.
o merknaam - Amstel
o productklasse - bier
o attributen - gezellig, rood
inhoud – welke associaties roep het merk op?
valentie – positief of negatief beeld?
Kracht – hoe sterk verbonden met merk?
o Waarden - vriendschap
fundamentele behoeften – eten, slapen, veiligheid, etc.
sociale behoeften – ergens bij willen horen, respect krijgen, etc.
ik-behoeften – zelfrespect, gelijkheid, wijsheid, etc.
Betekenisstructuuranalyse
o Doelgroepkeuze
Merk positioneren voor verschillende doelgroepen
Die doelgroepen kunnen in categorieën verdeeld worden
o Betekenisladders
Ladder bestaat uit die niveaus met elke twee subniveaus
Waarden of doelen
Eindwaarden
Instrumentele waarden
Betekenissen/consequenties
Psychologische consequenties
Functionele consequenties
Attributen van het product of dienst
Voordelen van het gebruik
Concrete eigenschappen
o Laddering
Om een betekenisstructuur op te stellen, is het noodzakelijk
mensen uit de doelgroep te interviewen. Het laddering-interview
kan op twee manieren:
Met behulp van groepeertaken
o Kelly’s repertory grid. Consument krijgt drie
producten of bordjes met merknamen
voorgelegd en moet zeggen welke bij elkaar
horen en welke er niet bij past. Daarna
doorvragen met waarom
o Natural grouping. Sprake van meer dan drie
producten en namen
Door directe vragen
o Direct vragen naar relevante attributen,
betekenissen en waarden