Pleidooi Rota Criminalis
Geachte politierechter en leden van de rechtbank, dank u wel voor het woord.
Voordat ik begin aan mijn pleidooi, wil ik kenbaar maken dat mijn cliënt, Alexander
Dravo, vandaag niet aanwezig is en mij ertoe gemachtigd heeft zijn verdediging te
voeren.
Naar mijn mening zijn aan de voorvragen van artikel 348 wetboek van Strafvordering
voldaan, daar zal ik dus verder geen verweren over voeren.
Allereerst zal ik ingaan op de omstandigheden rondom de zaak, vervolgens zal ik
ingaan op het juridische kader en ten slotte zal ik de persoonlijke omstandigheden
van mijn cliënt kort toelichten.
Meneer wordt ervan verdacht dat hij goederen die toebehoren aan Holland Smith
zich wederrechtelijk heeft toegeëigend in dienstverband, artikel 322 wetboek van
Strafrecht.
Meneer was op de bewuste avond van 30 juni 2017 aan het werk bij Holland Smith te
Hedel. Hij is werkzaam via een uitzendbureau en werkt hier nu 2 a 3 maanden als
magazijnmedewerker. Na de dienst van 30 juni 2017 was er een controle, omdat er
een melding was geweest, te weten van Foodlocker BV, dat er spullen zouden
ontbreken bij een levering. In de tas van meneer zijn toen verschillende spullen
aangetroffen. Hij wilde deze spullen aan zijn moeder cadeau geven, omdat zij
binnenkort jarig zou zijn. Meneer werd in de kantine van het bedrijf opgehouden,
waarna hij door de politie is aangehouden.
Maar is er eigenlijk wel sprake van opzet? Het willen wegnemen van de goederen en
weten dat er een bepaald gevolg zal intreden. Ik denk van niet. Op de vraag of mijn
cliënt het gedaan heeft, heeft hij vanaf het begin al direct bevestigend geantwoord.
Hij was onvoldoende op de hoogte over de omstandigheden bij Holland Smith. De
spullen die hij heeft meegenomen, waren retour uit de winkel. Hij heeft zich deze
goederen toegeëigend onder het voorbehoud dat deze goederen anders zouden
worden weggegooid. Meneer wist niet dat de goederen die retour waren gekomen,
weer geleverd zouden worden aan een bedrijf. Hij wilde zijn moeder blij maken met
deze spullen en had geen andere bedoelingen. Sprake is hier dus van een
misverstand. Mijn client heeft nooit de intentie gehad om deze goederen te stelen en
heeft daarom geen opzet op het wederrechtelijke van zijn gedraging.
Geachte politierechter en leden van de rechtbank, dank u wel voor het woord.
Voordat ik begin aan mijn pleidooi, wil ik kenbaar maken dat mijn cliënt, Alexander
Dravo, vandaag niet aanwezig is en mij ertoe gemachtigd heeft zijn verdediging te
voeren.
Naar mijn mening zijn aan de voorvragen van artikel 348 wetboek van Strafvordering
voldaan, daar zal ik dus verder geen verweren over voeren.
Allereerst zal ik ingaan op de omstandigheden rondom de zaak, vervolgens zal ik
ingaan op het juridische kader en ten slotte zal ik de persoonlijke omstandigheden
van mijn cliënt kort toelichten.
Meneer wordt ervan verdacht dat hij goederen die toebehoren aan Holland Smith
zich wederrechtelijk heeft toegeëigend in dienstverband, artikel 322 wetboek van
Strafrecht.
Meneer was op de bewuste avond van 30 juni 2017 aan het werk bij Holland Smith te
Hedel. Hij is werkzaam via een uitzendbureau en werkt hier nu 2 a 3 maanden als
magazijnmedewerker. Na de dienst van 30 juni 2017 was er een controle, omdat er
een melding was geweest, te weten van Foodlocker BV, dat er spullen zouden
ontbreken bij een levering. In de tas van meneer zijn toen verschillende spullen
aangetroffen. Hij wilde deze spullen aan zijn moeder cadeau geven, omdat zij
binnenkort jarig zou zijn. Meneer werd in de kantine van het bedrijf opgehouden,
waarna hij door de politie is aangehouden.
Maar is er eigenlijk wel sprake van opzet? Het willen wegnemen van de goederen en
weten dat er een bepaald gevolg zal intreden. Ik denk van niet. Op de vraag of mijn
cliënt het gedaan heeft, heeft hij vanaf het begin al direct bevestigend geantwoord.
Hij was onvoldoende op de hoogte over de omstandigheden bij Holland Smith. De
spullen die hij heeft meegenomen, waren retour uit de winkel. Hij heeft zich deze
goederen toegeëigend onder het voorbehoud dat deze goederen anders zouden
worden weggegooid. Meneer wist niet dat de goederen die retour waren gekomen,
weer geleverd zouden worden aan een bedrijf. Hij wilde zijn moeder blij maken met
deze spullen en had geen andere bedoelingen. Sprake is hier dus van een
misverstand. Mijn client heeft nooit de intentie gehad om deze goederen te stelen en
heeft daarom geen opzet op het wederrechtelijke van zijn gedraging.