Bedrijfseconomie samenvatting
5 kostensoorten
- Kosten van vermogen.
- Kosten van derden.
- Kosten van goederen.
- Kosten van menselijk arbeid (loon).
- Kosten van duurzame bedrijfsmiddelen.
Kosten van vermogen:
Begrippen:
Interest= rente
Eigen vermogen= geld uit je eigen zak (spaargeld).
Gewaardeerde interest= rente over je eigen vermogen.
Vreemd vermogen= geld van een lening.
Rentekosten= rente over de lening.
Voorbeeld som gewaardeerde interest:
Jan heeft op 1 januari € 20.000,- in zijn fietsenwinkel geïnvesteerd. Op 31 december de
investering in zijn zaak € 30.000,-. Jan hanteert voor de gewaardeerde interest een
percentage van 5%.
Bereken de gewaardeerde interest voor zijn fietsenwinkel.
Berekening gewaardeerde interest:
Begin= bedrag bij eerste/vroegste datum.
Eind= bedrag bij de laatste datum.
(Begin+eind): 2= ……
……: 100 x percentage wat in de som staat= gewaardeerde interest.
In deze som dus:
(€ 20.000 + € 30.000): 2= € 25.000
€ 25.000: 100 x 5% = € 1.250
€ 1.250 is dus de gewaardeerde interest.
Voorbeeld som rentekosten:
Femke leent op 1 april € 10.000,- voor extra voorraad. Op 1 november lost zij deze af
inclusief verschuldigde rente. De bank hanteert een rentepercentage van 2%.
Hoeveel geld is ze verschuldigd?
Berekening rentekosten:
Voor een heel jaar:
Geleend bedrag: 100 x percentage van de som= rentekosten voor een heel jaar.
, Voor een aantal maanden:
Geleend bedrag: 100 x percentage van de som= rentekosten voor een heel jaar.
Rentkosten voor een heel jaar: 12= rentekosten voor 1 maand.
Rentekosten voor 1 maand x het aantal maanden wat je moet uitrekenen
Voor een aantal dagen:
Geleend bedrag: 100 x percentage van de som= rentekosten voor een heel jaar.
Rentekosten voor een heel jaar: 365= rentekosten voor 1 dag.
Rentekosten voor 1 dag x het aantal dagen wat je moet uitrekenen
In de voorbeeld som dus:
€ 10.000: 100 x 2= € 200,-
€ 200: 12= € 16,67
€ 16,67 x 7= € 116,69
€ 10.000 + € 116,69= € 10.116,69
(X 7 omdat ze het bedrag 7 maanden leent.)
Totaal vermogen:
(Rente) Eigen vermogen uitrekenen + (rente) vreemd vermogen uitrekenen= totaal
vermogen.
Kosten van derden:
Onder de kosten van derden vallen de:
- Boekhouderkosten.
- Energiekosten.
- Telefoonkosten.
- Transportkosten.
- Verzekeringspremies (deze zijn altijd excl. btw).
Deze reken je uit door al deze punten uit te rekenen excl. btw. Staat er btw bij dan haal je
deze er eerst af.
Verzekeringspremie:
Eerste en tweede jaar zijn in principe hetzelfde alleen de poliskosten van het eerste jaar
veranderen in het tweede jaar naar administratiekosten.
Assurantiebelasting bereken je over het bedrag wat erboven in de tabel staat.
Verzekeringskosten 1e en 2e jaar
Premie €……
Poliskosten 1 jaar/ administratiekosten 2e jaar €……
------------ +
€…….
Assurantiebelasting 21% €…….
------------ +
Verzekeringskosten 1e jaar €……..
5 kostensoorten
- Kosten van vermogen.
- Kosten van derden.
- Kosten van goederen.
- Kosten van menselijk arbeid (loon).
- Kosten van duurzame bedrijfsmiddelen.
Kosten van vermogen:
Begrippen:
Interest= rente
Eigen vermogen= geld uit je eigen zak (spaargeld).
Gewaardeerde interest= rente over je eigen vermogen.
Vreemd vermogen= geld van een lening.
Rentekosten= rente over de lening.
Voorbeeld som gewaardeerde interest:
Jan heeft op 1 januari € 20.000,- in zijn fietsenwinkel geïnvesteerd. Op 31 december de
investering in zijn zaak € 30.000,-. Jan hanteert voor de gewaardeerde interest een
percentage van 5%.
Bereken de gewaardeerde interest voor zijn fietsenwinkel.
Berekening gewaardeerde interest:
Begin= bedrag bij eerste/vroegste datum.
Eind= bedrag bij de laatste datum.
(Begin+eind): 2= ……
……: 100 x percentage wat in de som staat= gewaardeerde interest.
In deze som dus:
(€ 20.000 + € 30.000): 2= € 25.000
€ 25.000: 100 x 5% = € 1.250
€ 1.250 is dus de gewaardeerde interest.
Voorbeeld som rentekosten:
Femke leent op 1 april € 10.000,- voor extra voorraad. Op 1 november lost zij deze af
inclusief verschuldigde rente. De bank hanteert een rentepercentage van 2%.
Hoeveel geld is ze verschuldigd?
Berekening rentekosten:
Voor een heel jaar:
Geleend bedrag: 100 x percentage van de som= rentekosten voor een heel jaar.
, Voor een aantal maanden:
Geleend bedrag: 100 x percentage van de som= rentekosten voor een heel jaar.
Rentkosten voor een heel jaar: 12= rentekosten voor 1 maand.
Rentekosten voor 1 maand x het aantal maanden wat je moet uitrekenen
Voor een aantal dagen:
Geleend bedrag: 100 x percentage van de som= rentekosten voor een heel jaar.
Rentekosten voor een heel jaar: 365= rentekosten voor 1 dag.
Rentekosten voor 1 dag x het aantal dagen wat je moet uitrekenen
In de voorbeeld som dus:
€ 10.000: 100 x 2= € 200,-
€ 200: 12= € 16,67
€ 16,67 x 7= € 116,69
€ 10.000 + € 116,69= € 10.116,69
(X 7 omdat ze het bedrag 7 maanden leent.)
Totaal vermogen:
(Rente) Eigen vermogen uitrekenen + (rente) vreemd vermogen uitrekenen= totaal
vermogen.
Kosten van derden:
Onder de kosten van derden vallen de:
- Boekhouderkosten.
- Energiekosten.
- Telefoonkosten.
- Transportkosten.
- Verzekeringspremies (deze zijn altijd excl. btw).
Deze reken je uit door al deze punten uit te rekenen excl. btw. Staat er btw bij dan haal je
deze er eerst af.
Verzekeringspremie:
Eerste en tweede jaar zijn in principe hetzelfde alleen de poliskosten van het eerste jaar
veranderen in het tweede jaar naar administratiekosten.
Assurantiebelasting bereken je over het bedrag wat erboven in de tabel staat.
Verzekeringskosten 1e en 2e jaar
Premie €……
Poliskosten 1 jaar/ administratiekosten 2e jaar €……
------------ +
€…….
Assurantiebelasting 21% €…….
------------ +
Verzekeringskosten 1e jaar €……..