Philosophy of History
Week 1:
The climate of history: Four theses
These 1: Antropogene uitleg van klimaatverandering; de ineenstorting van het eeuwenoude
humanistische onderscheid tussen natuurlijke- en menselijke geschiedenis
● Ten eerste stellen Croce en Collingwood koppelen geschiedenis slechts aan
menselijke actie (denk aan vragen binnen idealisme)
● Lange tijd werd klimaat en milieu gezien als een achtergrond voor de mens (Stalin)
● De geschiedenis van de natuur en milieu is pas in een laat tijdperk geanalyseerd
● De mens werd een ´geologisch agent´ en had directe invloed op de omgeving
(ongeveer vanaf de industriële evolutie)
● Mensen zijn een natuurlijke kracht geworden
These 2: Het idee van antropocentrisme, het nieuwe geologische tijdperk wanneer mensen
bestaan als natuurlijke kracht, kwalificeert ernstige humanistische geschiedenissen van de
moderniteit
● Kernvraag hier is hoe de menselijke cultuur te combineren met de historische
diversiteit en menselijke vrijheid
● Altijd grote drang geweest naar menselijke vrijheid; grote drijfveer in de geschiedenis
● Er wordt gesteld dat er wellicht sprake is van een nieuw geologisch tijdperk waarin
mensen de belangrijkste determinanten zijn op de planeet (met opkomst
grondstoffen); Anthropocene tijdperk
● David´s stelt dat de rede moet worden gebruikt om tegen de angsten en problemen
in te gaan; we moeten ons aanpassen en voorbereiden op het ergste
These 3: De geologische hypothese over Antropoceen vraagt ons om de globale
geschiedenis van kapitaal in gesprek te zetten met de soorten geschiedenis van de mens
● Koppeling tussen kapitalisme (globalisering) en klimaatverandering
● Effecten zijn ook terug te zien in kapitalistische ongelijkheid (armen worden armer en
ervaren dus meer negatieve effecten van klimaatverandering)
● Wilson en Crutzen benaderen de mens als een soort (´species´); waarbij intellectuele
formaten die in conflict zijn met elkaar samen moeten komen; nieuwe denk visie?
● Klimaatproblematiek vraagt wetenschappers om buiten hun vooroordelen om te
denken
● Er is geen duidelijke scheidslijn wanneer het tijdperk antropoceen werd, dit verschilt
per wetenschapper
● Verlichting (rationalisering) is nodig om tot een uitkomst te komen
These 4: De arcering van de soorten geschiedenis en de geschiedenis van het kapitaal is
een proces waarbij de grenzen van historisch begrip worden onderzocht
● Historische bewustzijn is hetzelfde als een modus van zelfkennis; dit is een doel voor
de mensheid
● De klimaatproblematiek gaat verder dan slechts het probleem van kapitalisme; er is
namelijk uiteindelijk invloed op iedereen in de wereld
, ● Er hoort een collectief te ontstaan waarbij de wereld geuniversaliseerd wordt als
gevolg van de gezamenlijke catastrophes
● Het kan ook wel omschreven worden als een negatieve universele geschiedenis
Thinking about feeling historical
● Nadruk op traumatische ervaringen en melodrama
● Een situatie is een staat van zaken wat misschien van belang is zich ontvouwt
tegenover de hedendaagse gang van zaken
● Een situatie kan monumentaal worden wanneer er sprake is van een grote impact
● Opkomst van een historische omgeving waarbij een collectief gevoel ontstaat van het
historisch voelen in het heden (het karakter hiervan is niet rationaliteit of denken,
maar juist een soort gevoel)
● Hemphill en Bush: denken is niet hetzelfde als een stroom van gedachten (denk aan
flaneur) over de omgeving; maar het niet analyseren van zaken (noemen ze ook wel
´absentmindedly´)
● Er ontstaat een melodramatische manier om naar het leven te denken (zorgen
maken is hetzelfde als vechten/stikken)
Week 2:
Hegel: Introduction in History of philosophy
Reden in geschiedenis
● Reden is ook wel de totaliteit en de geschiedenis en er is sprake van een oneindige
bron van kracht
● Bij de uitspraak dat rede de wereld beheerst volgen de volgende zaken
A. Onderscheid tussen begrip en geest; het is lastig om natuur hier aan te
verbinden, de natuur heeft zijn begin namelijk niet gevonden in rationaliteit
B. Verdere toepassing van ratio in realiteit; opkomst religie en uitleg voor
werking van de wereld
Vrijheid, het individu en de staat
● De natuur van de geest (spirit)
- Vrijheid is een conditie voor het bestaan van de geest
- Twee zaken bij bewustzijn; het feit dat ik weet en wat ik weet
- Belangrijke koppeling van het bewustzijn
- Geschiedenis is het proces van bewustwording van vrijheid
- Het doel van de wereld is deze bewustwording en de actualisering
● De middelen van de geest
- Voor actualisering is er een activiteit nodig, ook wel menselijke wil
- Groot belang bij menselijke passie en het idee
- Mensen hebben een intrinsieke basis met streven naar moraliteit en ethiek;
men weet het verschil tussen goed en kwaad
- Koppeling van het goede wat terug te zien is in de wereld aan God
● De staat als realisatie van de geest
- Welke vorm neemt het in actualiteit aan; ook wel het materiële element
- Staat is hier het externe bestaan
Week 1:
The climate of history: Four theses
These 1: Antropogene uitleg van klimaatverandering; de ineenstorting van het eeuwenoude
humanistische onderscheid tussen natuurlijke- en menselijke geschiedenis
● Ten eerste stellen Croce en Collingwood koppelen geschiedenis slechts aan
menselijke actie (denk aan vragen binnen idealisme)
● Lange tijd werd klimaat en milieu gezien als een achtergrond voor de mens (Stalin)
● De geschiedenis van de natuur en milieu is pas in een laat tijdperk geanalyseerd
● De mens werd een ´geologisch agent´ en had directe invloed op de omgeving
(ongeveer vanaf de industriële evolutie)
● Mensen zijn een natuurlijke kracht geworden
These 2: Het idee van antropocentrisme, het nieuwe geologische tijdperk wanneer mensen
bestaan als natuurlijke kracht, kwalificeert ernstige humanistische geschiedenissen van de
moderniteit
● Kernvraag hier is hoe de menselijke cultuur te combineren met de historische
diversiteit en menselijke vrijheid
● Altijd grote drang geweest naar menselijke vrijheid; grote drijfveer in de geschiedenis
● Er wordt gesteld dat er wellicht sprake is van een nieuw geologisch tijdperk waarin
mensen de belangrijkste determinanten zijn op de planeet (met opkomst
grondstoffen); Anthropocene tijdperk
● David´s stelt dat de rede moet worden gebruikt om tegen de angsten en problemen
in te gaan; we moeten ons aanpassen en voorbereiden op het ergste
These 3: De geologische hypothese over Antropoceen vraagt ons om de globale
geschiedenis van kapitaal in gesprek te zetten met de soorten geschiedenis van de mens
● Koppeling tussen kapitalisme (globalisering) en klimaatverandering
● Effecten zijn ook terug te zien in kapitalistische ongelijkheid (armen worden armer en
ervaren dus meer negatieve effecten van klimaatverandering)
● Wilson en Crutzen benaderen de mens als een soort (´species´); waarbij intellectuele
formaten die in conflict zijn met elkaar samen moeten komen; nieuwe denk visie?
● Klimaatproblematiek vraagt wetenschappers om buiten hun vooroordelen om te
denken
● Er is geen duidelijke scheidslijn wanneer het tijdperk antropoceen werd, dit verschilt
per wetenschapper
● Verlichting (rationalisering) is nodig om tot een uitkomst te komen
These 4: De arcering van de soorten geschiedenis en de geschiedenis van het kapitaal is
een proces waarbij de grenzen van historisch begrip worden onderzocht
● Historische bewustzijn is hetzelfde als een modus van zelfkennis; dit is een doel voor
de mensheid
● De klimaatproblematiek gaat verder dan slechts het probleem van kapitalisme; er is
namelijk uiteindelijk invloed op iedereen in de wereld
, ● Er hoort een collectief te ontstaan waarbij de wereld geuniversaliseerd wordt als
gevolg van de gezamenlijke catastrophes
● Het kan ook wel omschreven worden als een negatieve universele geschiedenis
Thinking about feeling historical
● Nadruk op traumatische ervaringen en melodrama
● Een situatie is een staat van zaken wat misschien van belang is zich ontvouwt
tegenover de hedendaagse gang van zaken
● Een situatie kan monumentaal worden wanneer er sprake is van een grote impact
● Opkomst van een historische omgeving waarbij een collectief gevoel ontstaat van het
historisch voelen in het heden (het karakter hiervan is niet rationaliteit of denken,
maar juist een soort gevoel)
● Hemphill en Bush: denken is niet hetzelfde als een stroom van gedachten (denk aan
flaneur) over de omgeving; maar het niet analyseren van zaken (noemen ze ook wel
´absentmindedly´)
● Er ontstaat een melodramatische manier om naar het leven te denken (zorgen
maken is hetzelfde als vechten/stikken)
Week 2:
Hegel: Introduction in History of philosophy
Reden in geschiedenis
● Reden is ook wel de totaliteit en de geschiedenis en er is sprake van een oneindige
bron van kracht
● Bij de uitspraak dat rede de wereld beheerst volgen de volgende zaken
A. Onderscheid tussen begrip en geest; het is lastig om natuur hier aan te
verbinden, de natuur heeft zijn begin namelijk niet gevonden in rationaliteit
B. Verdere toepassing van ratio in realiteit; opkomst religie en uitleg voor
werking van de wereld
Vrijheid, het individu en de staat
● De natuur van de geest (spirit)
- Vrijheid is een conditie voor het bestaan van de geest
- Twee zaken bij bewustzijn; het feit dat ik weet en wat ik weet
- Belangrijke koppeling van het bewustzijn
- Geschiedenis is het proces van bewustwording van vrijheid
- Het doel van de wereld is deze bewustwording en de actualisering
● De middelen van de geest
- Voor actualisering is er een activiteit nodig, ook wel menselijke wil
- Groot belang bij menselijke passie en het idee
- Mensen hebben een intrinsieke basis met streven naar moraliteit en ethiek;
men weet het verschil tussen goed en kwaad
- Koppeling van het goede wat terug te zien is in de wereld aan God
● De staat als realisatie van de geest
- Welke vorm neemt het in actualiteit aan; ook wel het materiële element
- Staat is hier het externe bestaan