Vanaf 1 november 2020 treedt boek 8 Nieuw BW in werking
1. Bronnen van bewijsrecht
=Aanvullend recht (art. 8.2 Nieuw BW)
o Bewijsovereenkomsten
o UITZ. Art. 8.17 en 8.21 Nieuw BW -> dwingend
-Boek 8 Nieuw Burgerlijk Wetboek
o Aan te vullen met bepalingen uit het Oud BW die bijzondere materies
regelen (bv. art. 2052 Oud BW over de dadingsovereenkomst).
-Gerechtelijk wetboek
o Vgl. Art. 8.4 Nieuw BW met Art. 870-871 Ger.W.
-Bijzondere wetgeving
2. Voorwerp van bewijs: wat moet men bewijzen?
-Alle materiële feiten + rechtsfeiten + rechtshandelingen
o Voor zover zij aan de grondslag liggen van hun aanspraak
o NIET: algemeen bekende feiten + ervaringsregels + feiten die tegenpartij
niet betwist
-Geen bewijs van rechtsregels
o Ius novit curia / Da mihi factum, dabo tibi ius
o De rechter wordt geacht het recht te kennen
3. Type van bewijsstelsel: hoe moet men bewijzen?
1) Gereglementeerd bewijs
-Soorten bewijsmiddelen en hiërarchie strikt gereglementeerd
o Partijen zijn niet vrij om aanspraken te funderen zoals ze wensen
-In burgerlijk recht
o Opsomming Oud BW (voorwaarde + hiërarchie)
- Wantrouw tov getuigenissen (onzekerheid)
- Primauteit van geschreven bewijs
-Gevaar: onderscheid feitelijke en juridische waarheid
2) Vrij bewijs
-Alle bewijsmiddelen toegelaten (art 8.8 Nieuw BW)
o Dus ook bewijs van eenzijdige rechtshandelingen (Art. 8.10 Nieuw BW)
-Strafrecht en ondernemingsrecht
o Art. 8.11 Nieuw BW: bewijs tussen of tegen ondernemingen door alle
middelen van het recht (UITZ: bijzondere gevallen)
o Bewijsvrijheid enkel voor handeling door onderneming (niet tegen partij
dat geen onderneming is)
o Partij die geen onderneming is, waartegen onderneming wil bewijzen, mag
alle bewijsmiddelen gebruiken
, -Vrijheid in ondernemingsrecht is relatief (specifieke regels)
o Soevereine appreciatie van rechter (terughoudend)
- Boekhouding (als vermeldingen in boekhouding beide partijen gelijk
zijn)
- Indien niet: rechter beoordeelt vrij over bewjiswaarde boekhouding
- Art. 8.11, §2 + §3 + §4 Nieuw BW
4. Bewijslast: wie moet bewijzen?
1) Principes
-Actori incumbit probatio
o Art. 8.4 Nieuw BW
o Cfr. Herhaling in Ger.W. Art. 870
-Relativering
o Art. 8.4 lid 3 Nieuw BW + herhaald in Art. 871 Ger.W.
o Medewerking andere partijen bij bewijslevering
o Partij weigert te helpen: niet automatisch bewijslast bij haar
- Wel sancties: overlegging bevelen met dwangsom of schadevergoeding
-Bewijsrisico en uitzonderlijke omkering bewijslast door rechter
o Art. 8.4 lid 4 Nieuw BW = principe van bewijsrisico
o Art. 8.4 lid 5 Nieuw BW = rechter bepaalt wie bewijslast draagt wanneer
regels rond bewijslast en bewijsrisico onredelijk zijn
- Veiligheidsklep: voorzichtigheid van deze regel
- Slechts ultimum remedium: louter de materiële onmogelijkheid is niet
voldoende
2) Uitzonderingen op Art. 8.4, lid 1 en 2 Nieuw BW + Art. 870 Ger.W.
-Wettelijke vermoedens
= Wijzigt voorwerp van bewijs of stelt bevoordeelde partij door bewijs vrij om
bewijs ervan te leveren
o Wettelijk vermoeden wordt weerlegt
- wanneer de wet anders bepaalt
- wanneer dit vermoeden tot nietigheid van een rechtshandeling leidt
- wanneer dit vermoeden tot de onontvankelijkheid van een vordering in
rechte leidt (art. 8.7 Nieuw BW)
-Intensiteit wettelijke vermoedens
o Vermoeden iuris et de iure (onweerlegbaar)
- Uitsluiting tegenbewijs
- Art. 1384, lid 3 Oud BW, art. 909 Oud BW
o Vermoeden iuris tantum (weerlegbaar)
- Basisregel: omkering bewijslast op partij ten nadele van wie
vermoeden werd ingesteld
- Art. 1384, lid 2 Oud BW
- Art. 909 Oud bW
- Gezag van gewijsde verbonden aan rechtelijke uitspraken