Samenvatting Onderzoek 2.2
Hoorcollege 1.
Sensorisch onderzoek: het meten van relevante producteigenschappen met
behulp van de zintuigen.
Verschil tussen proeven en sensorisch onderzoek is sensorisch onderzoek wordt
uitgevoerd donder gestandaardiseerde en gecontroleerde omstandigheden.
Sensorische eigenschappen:
- smaak
- geur en armoma
- textuur/mondgevoel
- uiterlijk en geluid
Me-too product: namaak product van een A-merk.
Analytisch: analyse van een product (objectief)
Hedonisch: preferentie onderzoek (subjectief)
Verschiltest: discriminatief, bij uitproberen nieuwe/goedkope grondstoffen
beschrijvende testen: aard en intensiteit, bij productontwikkeling
Hedonische testen: subjectief oordeel, bij marketing
Vragen over product op volgorde van waarneming:
uiterlijk, geur, smaak, mondgevoel, nasmaak
Nominaal : ja/nee
Ordinaal: categorieën
interval: Rapportcijfer 1-10 of lijnschalen. Vies_______________________Lekker
Ratio: standaard = 10. Dubbel zo zoet is 20, de helft zo zoet is 5. (altijd in
verhouding tot ander product)
Hoe sterk is de amandelsmaak? = analytisch
Wat vindt u van de sterkte van de amandelsmaak? = analytisch en hedonisch
Hoe lekker vind u de amandelsmaak? = hedonisch
Cijfers spreken H10 10.1-10.4
De kans dat Marie wint = ½ (bij alleen toeval)
De kans dat Marie wint = < ½ of > ½ (wanneer er meer dan toeval speelt)
Binominaaltoets: frequentie verdeling van een dichotome variabele(= nominale
variabele met 2 meetwaarden)
nulhypothese: er is geen verband
alternatieve hypothese: er is wel verband
Proeven van succes inleiding + 1.3 + 1.4
Zintuigen hadden we vroeger nodig om te overleven, nu om voorkeurskeuzes te
kunnen maken.
,Samenvatting Onderzoek 2.2
Analytisch onderzoek: smaak analyseren, zonder oordeel. Ook wel productgericht
onderzoek genoemd.
Hedonsich onderzoek: is iets lekker of niet? Ook wel; accepatieonderzoek,
affectief onderzoek en preferentieonderzoek genoemd.
Consumenten onderzoek ; zonder vakkennis. Getraind pannel: met vakkennis.
Discriminatief onderzoek: producten die zich in een sensorisch opzicht
onderscheiden. Valt onder verschiltests. Zowel hedonisch als analytisch.
Beschrijvend onderzoek: aard en intensiteit van sensorische eigenschappen in
kaart te brengen. Analytisch onderzoek.
Hoorcollege 2.
Verschiltesten: - ongericht (is er verschil?)
-gericht ( verschil in bepaald opzicht?)
Algemene verschiltests Gerichte verschiltests
Driehoekstest Paarsgewijze vergelijking
Twee-uit-vijf test 3-AFC-test
Duo-trio test Rangschikking
a/a-not test
Eenvoudige verschiltest
Verschil met referentie
Driehoekstest: 2 verschillende producten; welke is afwijkend?
wat is de gokkans? (Bij de me-too producten. )
H0= P≤1/3
H1= P > 1/3
Toevallige meetfouten: verschil in temp, versheid, kleur etc.
Systematische meetfouten: te heet opdienen van alle monsters (fout overal
dezelfde gemaakt)
Stel 12 mensen, 8 goeie antwoorden.
Zoek op in tabel: p(k≥8) = kans op 8,9,10,11,12 goeie antwoorden.
P(k≥8) = 100 % - P (k≤7)
P(k≤7) = 98,12
100 – 98,12 = 1,88 % en dat is kleiner dan 5 % dus significant. H0 verwerpen, H1
aannemen.
tegenover 4 foutgokkers staan 2 goedgokkers (wanneer er drie keuzes zijn (1/3))
Gokkans driehoekstest: 1/3
gokkans duo-trio-test: ½
, Samenvatting Onderzoek 2.2
Proeven van succes 5.4
Liking: hoe lekker vindt u …? hedonisch
JAR: Just About Right, hoe sterk vindt u … analytisch
Lijnschaal:
unipolair: vies ---------------- lekker
Bipolair: veel te dun ------------precies goed -------- veel te dik.
‘veel te dik’ of ‘vies’ : heet een anker.
Proeven van succes inleiding + 6.1
simultaan: tegelijkertijd monsters aanbieden
semi-monadisch: één voor één aanbieden
Hoorcollege 3.
a/ a-not test:
H0: aantal a’s beoordeeld als a = a’s beoordeeld als niet-A
H1: aantal a’s beoordeld als a > aantal a’s beoordeeld als niet-A
Continuïteitscorrectie: als waargenomen getal groter is dan verwacht, trek 0,5
eraf. Is het getal kleiner dan verwacht? Tel er 0,5 bij.
X^2 =( (O – E)^2) / E
O = waargenomen met correctie
E = verwachte
Hoe groter de X^2, hoe aannemelijker H1.
Proeven van succes 6.4 + inleiding + 7.1 + 7.2
Redenen voor a/ a-not test ipv bv. Driehoekstest/duo-triotest:
- scherp product
- product met lange nasmaak
- voor panelselectie en paneltraining.
bij een QDA: eigen vocabulaire samengesteld met het pannel, die ook vastligt in
de beoordeling.
Hoorcollege 4.
QDA: techniek om te analyseren wat productattributen zijn. GEEN HEDONISCHE
TERMEN (!!)
Quantitative: iets in een getal wordt uitgedrukt.
Berekening gemiddelde per attribuut weergeven in bijvoorbeeld
spinnenwebdiagram.
T = D / ( sd/ wortel N )
D = gemiddelde verschil
sd= standdaarddeviatie van d
Hoorcollege 1.
Sensorisch onderzoek: het meten van relevante producteigenschappen met
behulp van de zintuigen.
Verschil tussen proeven en sensorisch onderzoek is sensorisch onderzoek wordt
uitgevoerd donder gestandaardiseerde en gecontroleerde omstandigheden.
Sensorische eigenschappen:
- smaak
- geur en armoma
- textuur/mondgevoel
- uiterlijk en geluid
Me-too product: namaak product van een A-merk.
Analytisch: analyse van een product (objectief)
Hedonisch: preferentie onderzoek (subjectief)
Verschiltest: discriminatief, bij uitproberen nieuwe/goedkope grondstoffen
beschrijvende testen: aard en intensiteit, bij productontwikkeling
Hedonische testen: subjectief oordeel, bij marketing
Vragen over product op volgorde van waarneming:
uiterlijk, geur, smaak, mondgevoel, nasmaak
Nominaal : ja/nee
Ordinaal: categorieën
interval: Rapportcijfer 1-10 of lijnschalen. Vies_______________________Lekker
Ratio: standaard = 10. Dubbel zo zoet is 20, de helft zo zoet is 5. (altijd in
verhouding tot ander product)
Hoe sterk is de amandelsmaak? = analytisch
Wat vindt u van de sterkte van de amandelsmaak? = analytisch en hedonisch
Hoe lekker vind u de amandelsmaak? = hedonisch
Cijfers spreken H10 10.1-10.4
De kans dat Marie wint = ½ (bij alleen toeval)
De kans dat Marie wint = < ½ of > ½ (wanneer er meer dan toeval speelt)
Binominaaltoets: frequentie verdeling van een dichotome variabele(= nominale
variabele met 2 meetwaarden)
nulhypothese: er is geen verband
alternatieve hypothese: er is wel verband
Proeven van succes inleiding + 1.3 + 1.4
Zintuigen hadden we vroeger nodig om te overleven, nu om voorkeurskeuzes te
kunnen maken.
,Samenvatting Onderzoek 2.2
Analytisch onderzoek: smaak analyseren, zonder oordeel. Ook wel productgericht
onderzoek genoemd.
Hedonsich onderzoek: is iets lekker of niet? Ook wel; accepatieonderzoek,
affectief onderzoek en preferentieonderzoek genoemd.
Consumenten onderzoek ; zonder vakkennis. Getraind pannel: met vakkennis.
Discriminatief onderzoek: producten die zich in een sensorisch opzicht
onderscheiden. Valt onder verschiltests. Zowel hedonisch als analytisch.
Beschrijvend onderzoek: aard en intensiteit van sensorische eigenschappen in
kaart te brengen. Analytisch onderzoek.
Hoorcollege 2.
Verschiltesten: - ongericht (is er verschil?)
-gericht ( verschil in bepaald opzicht?)
Algemene verschiltests Gerichte verschiltests
Driehoekstest Paarsgewijze vergelijking
Twee-uit-vijf test 3-AFC-test
Duo-trio test Rangschikking
a/a-not test
Eenvoudige verschiltest
Verschil met referentie
Driehoekstest: 2 verschillende producten; welke is afwijkend?
wat is de gokkans? (Bij de me-too producten. )
H0= P≤1/3
H1= P > 1/3
Toevallige meetfouten: verschil in temp, versheid, kleur etc.
Systematische meetfouten: te heet opdienen van alle monsters (fout overal
dezelfde gemaakt)
Stel 12 mensen, 8 goeie antwoorden.
Zoek op in tabel: p(k≥8) = kans op 8,9,10,11,12 goeie antwoorden.
P(k≥8) = 100 % - P (k≤7)
P(k≤7) = 98,12
100 – 98,12 = 1,88 % en dat is kleiner dan 5 % dus significant. H0 verwerpen, H1
aannemen.
tegenover 4 foutgokkers staan 2 goedgokkers (wanneer er drie keuzes zijn (1/3))
Gokkans driehoekstest: 1/3
gokkans duo-trio-test: ½
, Samenvatting Onderzoek 2.2
Proeven van succes 5.4
Liking: hoe lekker vindt u …? hedonisch
JAR: Just About Right, hoe sterk vindt u … analytisch
Lijnschaal:
unipolair: vies ---------------- lekker
Bipolair: veel te dun ------------precies goed -------- veel te dik.
‘veel te dik’ of ‘vies’ : heet een anker.
Proeven van succes inleiding + 6.1
simultaan: tegelijkertijd monsters aanbieden
semi-monadisch: één voor één aanbieden
Hoorcollege 3.
a/ a-not test:
H0: aantal a’s beoordeeld als a = a’s beoordeeld als niet-A
H1: aantal a’s beoordeld als a > aantal a’s beoordeeld als niet-A
Continuïteitscorrectie: als waargenomen getal groter is dan verwacht, trek 0,5
eraf. Is het getal kleiner dan verwacht? Tel er 0,5 bij.
X^2 =( (O – E)^2) / E
O = waargenomen met correctie
E = verwachte
Hoe groter de X^2, hoe aannemelijker H1.
Proeven van succes 6.4 + inleiding + 7.1 + 7.2
Redenen voor a/ a-not test ipv bv. Driehoekstest/duo-triotest:
- scherp product
- product met lange nasmaak
- voor panelselectie en paneltraining.
bij een QDA: eigen vocabulaire samengesteld met het pannel, die ook vastligt in
de beoordeling.
Hoorcollege 4.
QDA: techniek om te analyseren wat productattributen zijn. GEEN HEDONISCHE
TERMEN (!!)
Quantitative: iets in een getal wordt uitgedrukt.
Berekening gemiddelde per attribuut weergeven in bijvoorbeeld
spinnenwebdiagram.
T = D / ( sd/ wortel N )
D = gemiddelde verschil
sd= standdaarddeviatie van d