Verpleegkundige interventies: communicatie
Hoofstuk 1: Communicatiemodellen
1. Communicatie
= de uitwisseling van symbolische info tussen mensen die zich van elkaars onmiddelijke/gemedieerde
aanwezigheid bewust zijn. Deze info wordt deels bewust, deels onbewust gegeven, ontvangen en
geinterpreteerd.
2. Procesmodel van Oomkens
= communicatie verloopt circulair
- iedereen beinvloedt en wordt beinvloed op
zelfde moment
- gedrag is actie-reactie op zelfde moment
- vpk is onhandig, artis wordt boos
- patient is angstig, vpk vermijd hem
Persoonlijke referentiekader
--> wordt sterk gevormd door de belangerijke mensen in je omgeving
Zender en ontvanger
Zender: codeert= gedachten en gevoelens worden omgezet in woorden/lichaamstaal/beeld
Ontvanger: decodeert= terugvertalen van boodschap naar veronderstelde betekenis
Boodschap
I= inhoudelijk of referentieel
E= expressies
R=relationeel
A= appelerend
Kanalen
Situatie / context
= waar, onder welke culturele spelregels, wanneer, met wie en welke omstaanders,..
Bekijk oefencasus in ppt
Storingen in de communicatie
- (de)codering zender/ontvanger verloopt fout - verschil in referentiekader
- ruis, meerdere lagen v boodschap - factoren in situatie, relatie
, Storingen bij de zender
- ZV is verward - Zv wil medicatie niet maar durft het niet te zeggen
- Vpk is te weinig op de hoogte - Vpk houdt onvoldoende rekening
Storingen bij ontvanger
- ZV is angstig - Info strookt niet met opvatting
- gebrek aan kennis - fysieke toestand (bv slecht gehoor)
- ZV heeft geen vertrouwen in vpk
Ruis
Fysieke ruis = omvat alle signalen van buitenaf die spreken, luisteren, kijkn of voelen
bemoeilijken.
Psychologische ruis = omvat vooroordelen en stereotypen over ander die communicatie
belemmeren, of emoties
Semantische ruis = ontstaat als de betrokkenen verschillende codes hanteren (taal)
Non-verbale ruis = non-verbale taal kan dubbelzinnig zijn en voor interpretatie vatbaar
3. Communicatimodel Rita Steens
Overkant/effect= het effect van onze buitenkant op de ander
- Buitenkant & buitenkant zijn niet congruent
- Effect is anders bedoeld
- Enkel gericht zijn op eigen bedoeling
- Een andere bedoeling toeschrijven aan de ander
Zie voorbeelden in ppt
Hoofdstuk 2: Axioma’s van Watzlawick
1. Axioma 1: alle gedrag is communicatie
- je kan niet niet communiceren
- je kan ook invloed uitoefenen door niet aanwezig te zijn
- ons eigen gedrag heeft altijd invloed op anderen
- ook andere betrokkenen hebben invloed
2. Axioma 2: communicatie speelt zich af op inhous- en betrekkingsniveau
= als ik iets zeg, zeg ik ook iets over hoe ik wil dat de ander met mij omgaat
- inhoudelijke boodschap= datgene dat er lettelrijk gezegd wordt