TRACTUS DIGESTIVUS
Romi Geleijnse
[E-mailadres]
, Anatomie en fysiologie van het tractus digestivus
Bovenste gedeelte
Er zijn een zes aantal processen die de functie van het spijsverteringskanaal kenmerken:
1. Ingestie (innemen): vindt plaats wanneer voedsel en drank de mondholte van het
spijsverteringskanaal binnenkomen.
2. Mechanische bewerking: is pletten en knippen waardoor vaste voedingsmiddelen soepeler
door het spijsverteringkanaal worden voortbewogen en de oppervlakte van het voedsel
vergroot wordt. Daardoor kan het voedsel gemakkelijker door enzymen worden afgebroken.
3. Secretie: afgifte van water, zuren, enzymen, buffers en zouten door het epitheel van het
spijsverteringskanaal en de bijbehorende organen.
4. Vertering: is de chemische afbraak van voedsel; hierbij wordt het voedsel afgebroken tot
kleine organische moleculen die door het dekweefsel van het spijsverteringskanaal kunnen
worden opgenomen.
5. Opname: is de verplaatsing van kleine organische moleculen, elektrolyten, vitaminen en
water door het dekweefsel van het verteringskanaal naar de interstitiële vloeistof rond het
spijsverteringskanaal.
6. Uitscheiding (defecatie): is de verwijdering van afval uit het lichaam. In de vorm van feces uit
het spijsverteringskanaal verwijderd.
De bekleding van het spijsverteringskanaal speelt ook een rol bij de afweer. Deze beschermt
omringende weefsels tegen:
1. De slijtage die zou kunnen optreden als gevolg van zuren en enzymen van het
verteringskanaal.
2. Fysieke belasting zoals schuren
Romi Geleijnse
[E-mailadres]
, Anatomie en fysiologie van het tractus digestivus
Bovenste gedeelte
Er zijn een zes aantal processen die de functie van het spijsverteringskanaal kenmerken:
1. Ingestie (innemen): vindt plaats wanneer voedsel en drank de mondholte van het
spijsverteringskanaal binnenkomen.
2. Mechanische bewerking: is pletten en knippen waardoor vaste voedingsmiddelen soepeler
door het spijsverteringkanaal worden voortbewogen en de oppervlakte van het voedsel
vergroot wordt. Daardoor kan het voedsel gemakkelijker door enzymen worden afgebroken.
3. Secretie: afgifte van water, zuren, enzymen, buffers en zouten door het epitheel van het
spijsverteringskanaal en de bijbehorende organen.
4. Vertering: is de chemische afbraak van voedsel; hierbij wordt het voedsel afgebroken tot
kleine organische moleculen die door het dekweefsel van het spijsverteringskanaal kunnen
worden opgenomen.
5. Opname: is de verplaatsing van kleine organische moleculen, elektrolyten, vitaminen en
water door het dekweefsel van het verteringskanaal naar de interstitiële vloeistof rond het
spijsverteringskanaal.
6. Uitscheiding (defecatie): is de verwijdering van afval uit het lichaam. In de vorm van feces uit
het spijsverteringskanaal verwijderd.
De bekleding van het spijsverteringskanaal speelt ook een rol bij de afweer. Deze beschermt
omringende weefsels tegen:
1. De slijtage die zou kunnen optreden als gevolg van zuren en enzymen van het
verteringskanaal.
2. Fysieke belasting zoals schuren