SAMENVATTING VOCHT &
ELEKTROLYTEN
Romi Geleijnse
[E-mailadres]
, Vocht & Elektrolyten
Het lichaam heeft continu behoefte aan water met opgeloste stoffen zoals elektrolyten. Het lichaam
bestaat ook voor het grootste gedeelte uit water (60% bij een volwassen persoon). De
vochthuishouding is niet altijd goed op orde; dehydratie is een veelvoorkomend probleem en kan
een vitale bedreiging voor de patiënt vormen.
De vocht –en elektrolytenhuishouding heeft een nauwe relatie met de verschillende
orgaansystemen. Het bloed bestaat voor de helft uit water en elektrolyten, de hoeveelheid plasma
wordt geregeld door de (bij)nieren. De circulatie is afhankelijk van het water dat zich in de
compartimenten bevindt, een goede bloeddruk is o.a. nodig voor het goed functioneren van de
nieren. Het zenuwstelsel bewaakt de osmolariteit in de hypothalamus en op deze manier wordt de
vocht- en elektrolytenhuishouding gereguleerd.
Met betrekking tot de vocht- en elektrolytenhuishouding bespreken we de volgende punten:
- Totaal lichaamswater (TLW)
- Osmolariteit
- Diffusie/osmose
- Elektrolyten
Het lichaam bestaat voor 60% uit water, de totale hoeveelheid water (TLW = totaal lichaamswater)
kan uitgerekend worden door het lichaamsgewicht te vermenigvuldigen met 0,6. Voorbeeld: een
persoon met een lichaamsgewicht van 60kg heeft een TLW van 36 liter (60 x 0,6). Van het TLW wordt
als volgt verdeeld over het lichaam: bevindt zich ongeveer ⅔ intracellulair (ICV) en ⅓ extracellulair
(ECV). Van het extracellulair volume bestaat ¼ uit plasma en ¾ interstitium.
Als we het voorbeeld nemen van de patiënt van 60kg, dan ziet de verdeling van water over de
verschillende compartimenten er als volgt uit:
- Lichaamsgewicht 60kg
- TLW 36L
- ICV 24L
- ECV 12L
- Interstitium 9L
- Plasma 3L
Voor baby’s/kinderen en ouderen geldt dat hun lichaam voor respectievelijk 75% en 50% uit water
bestaat. Dit maakt ook dat deze categorie patiënten gevoeliger zijn voor stoornissen in de
vochtbalans.
ELEKTROLYTEN
Romi Geleijnse
[E-mailadres]
, Vocht & Elektrolyten
Het lichaam heeft continu behoefte aan water met opgeloste stoffen zoals elektrolyten. Het lichaam
bestaat ook voor het grootste gedeelte uit water (60% bij een volwassen persoon). De
vochthuishouding is niet altijd goed op orde; dehydratie is een veelvoorkomend probleem en kan
een vitale bedreiging voor de patiënt vormen.
De vocht –en elektrolytenhuishouding heeft een nauwe relatie met de verschillende
orgaansystemen. Het bloed bestaat voor de helft uit water en elektrolyten, de hoeveelheid plasma
wordt geregeld door de (bij)nieren. De circulatie is afhankelijk van het water dat zich in de
compartimenten bevindt, een goede bloeddruk is o.a. nodig voor het goed functioneren van de
nieren. Het zenuwstelsel bewaakt de osmolariteit in de hypothalamus en op deze manier wordt de
vocht- en elektrolytenhuishouding gereguleerd.
Met betrekking tot de vocht- en elektrolytenhuishouding bespreken we de volgende punten:
- Totaal lichaamswater (TLW)
- Osmolariteit
- Diffusie/osmose
- Elektrolyten
Het lichaam bestaat voor 60% uit water, de totale hoeveelheid water (TLW = totaal lichaamswater)
kan uitgerekend worden door het lichaamsgewicht te vermenigvuldigen met 0,6. Voorbeeld: een
persoon met een lichaamsgewicht van 60kg heeft een TLW van 36 liter (60 x 0,6). Van het TLW wordt
als volgt verdeeld over het lichaam: bevindt zich ongeveer ⅔ intracellulair (ICV) en ⅓ extracellulair
(ECV). Van het extracellulair volume bestaat ¼ uit plasma en ¾ interstitium.
Als we het voorbeeld nemen van de patiënt van 60kg, dan ziet de verdeling van water over de
verschillende compartimenten er als volgt uit:
- Lichaamsgewicht 60kg
- TLW 36L
- ICV 24L
- ECV 12L
- Interstitium 9L
- Plasma 3L
Voor baby’s/kinderen en ouderen geldt dat hun lichaam voor respectievelijk 75% en 50% uit water
bestaat. Dit maakt ook dat deze categorie patiënten gevoeliger zijn voor stoornissen in de
vochtbalans.