Pleidooien PL1
Naam student:
Studentnummer:
Stageplaats:
Docent praktijkleren:
Datum:
Inhoudsopgave
Reflectieve ebp-professional....................................................................................................3
Professional-kwaliteitsbevorderaar.........................................................................................4
, Zorgverlener
Ik heb de rol ‘zorgverlener’ behaald omdat ik alle gedragscriteria in mijn stage heb voldaan. Bij
de zorgmomenten, stel ik me altijd voor en houd ik rekening met de wensen en behoeften van
patiënten. Ik zorg er ook voor dat de patiënten zoveel mogelijk zelf doen, dus het
zelfmanagement stimuleren. Dit heb ik aangetoond in mijn reflectieverslag: samenwerken met
een patiënt om meer te gaan mobiliseren (bijlage 5).
Verder was het mogelijk om verpleegtechnische handelingen uit te voeren. In mijn
reflectieverslag: verblijfskatheter verwijderen en methodisch werken (bijlage 2) beschreef ik
hoe ik het verwijderen van een verblijfskatheter op een methodische wijze aanpak, maar hierin
ging het nog niet helemaal goed. Als laatste heb ik een verpleegplan (bijlage 1) voor mw. Z.
(103) opgesteld. Om tot verpleegkundige diagnoses en interventies te komen heb ik informatie
over mw. Z verzameld door mevrouw te observeren/verzorgen en gebruik maken van het EPD.
Communicator
Ik heb de rol ‘communicator’ behaald omdat ik alle gedragscriteria in mijn stage heb gehaald.
Voordat de zorg begint, communiceer ik met mijn begeleider welke patiënten ik kan verzorgen.
Als dit besloten is, ga ik naar de patiënt toe. Ik stel me voor en begroet de patiënt op een
beleefde manier. Door mw. M. (88) te verzorgen, was het gelukt om aandacht te besteden aan
haar emoties en houding. Ik herkende ook welke gesprekstechnieken, die ik moest gebruiken.
Dit heb ik aangetoond in mijn reflectieverslag: gesprektechnieken aanpassen (bijlage 3).
Mw. H. (60) was een ‘open-dicht’ patiënt. In het begin wilde ik alleen mevrouw ondersteunen
tijdens ADL. Echter, merkte ik dat mevrouw ook een praatje met mij wilde maken. In mijn
reflectieverslag: kwetsbaar opstellen als ‘communicator’ (bijlage 4) heb ik beschreven hoe ik
het heb aangepakt. Ik nam initiatief om met mevrouw te praten en bleef eerlijk tegen haar.
Samenwerkingspartner
Ik heb de rol ‘samenwerkingspartner’ behaald omdat ik alle gedragscriteria in mijn stage heb
gehaald. Voordat de zorg begint, bespreken ik en mijn collega’s wie wat gaat doen en wat mijn
leerdoel is. Aan het eind van de dag vraag ik aan een collega of mijn begeleider of we dag
kunnen evalueren. In mijn reflectieverslag: samenwerken met een patiënt om meer te gaan
mobiliseren (bijlage 5) heb ik opgeschreven hoe ik afspraken met mw. V. maak (gezamenlijke
besluitvorming) en hoe we samenwerken naar een gezamenlijk doel. Op een gegeven moment
wist ik niet meer hoe ik de situatie verder moet aanpakken en heb ik om suggesties gevraagd bij
mijn begeleider en een andere collega. Ik heb ook feedback van mijn begeleider gekregen hoe
ik nog beter met een patiënt kan samenwerken. Verder heb ik initiatief genomen om een dag
met een andere collega te werken. Ik stel vragen wanneer ik iets niet begrijp, vraag naar haar
mening en sta open voor suggesties. Dit heb ik aangetoond in mijn logboek: samenwerken met
Annemieke (bijlage 6). Hierin staat ook een afbeelding over mijn rapportage van mw. J, dit is
een manier van schriftelijk overdragen naar collega's van de volgende dienst(en). In mijn
reflectieverslag: kwetsbaar opstellen als ‘communicator’ (bijlage 4) bewaak ik mijn eigen
grenzen en gaf ik aan dat het me niet zal lukken om op dat moment naar de patiënt te gaan.
Naam student:
Studentnummer:
Stageplaats:
Docent praktijkleren:
Datum:
Inhoudsopgave
Reflectieve ebp-professional....................................................................................................3
Professional-kwaliteitsbevorderaar.........................................................................................4
, Zorgverlener
Ik heb de rol ‘zorgverlener’ behaald omdat ik alle gedragscriteria in mijn stage heb voldaan. Bij
de zorgmomenten, stel ik me altijd voor en houd ik rekening met de wensen en behoeften van
patiënten. Ik zorg er ook voor dat de patiënten zoveel mogelijk zelf doen, dus het
zelfmanagement stimuleren. Dit heb ik aangetoond in mijn reflectieverslag: samenwerken met
een patiënt om meer te gaan mobiliseren (bijlage 5).
Verder was het mogelijk om verpleegtechnische handelingen uit te voeren. In mijn
reflectieverslag: verblijfskatheter verwijderen en methodisch werken (bijlage 2) beschreef ik
hoe ik het verwijderen van een verblijfskatheter op een methodische wijze aanpak, maar hierin
ging het nog niet helemaal goed. Als laatste heb ik een verpleegplan (bijlage 1) voor mw. Z.
(103) opgesteld. Om tot verpleegkundige diagnoses en interventies te komen heb ik informatie
over mw. Z verzameld door mevrouw te observeren/verzorgen en gebruik maken van het EPD.
Communicator
Ik heb de rol ‘communicator’ behaald omdat ik alle gedragscriteria in mijn stage heb gehaald.
Voordat de zorg begint, communiceer ik met mijn begeleider welke patiënten ik kan verzorgen.
Als dit besloten is, ga ik naar de patiënt toe. Ik stel me voor en begroet de patiënt op een
beleefde manier. Door mw. M. (88) te verzorgen, was het gelukt om aandacht te besteden aan
haar emoties en houding. Ik herkende ook welke gesprekstechnieken, die ik moest gebruiken.
Dit heb ik aangetoond in mijn reflectieverslag: gesprektechnieken aanpassen (bijlage 3).
Mw. H. (60) was een ‘open-dicht’ patiënt. In het begin wilde ik alleen mevrouw ondersteunen
tijdens ADL. Echter, merkte ik dat mevrouw ook een praatje met mij wilde maken. In mijn
reflectieverslag: kwetsbaar opstellen als ‘communicator’ (bijlage 4) heb ik beschreven hoe ik
het heb aangepakt. Ik nam initiatief om met mevrouw te praten en bleef eerlijk tegen haar.
Samenwerkingspartner
Ik heb de rol ‘samenwerkingspartner’ behaald omdat ik alle gedragscriteria in mijn stage heb
gehaald. Voordat de zorg begint, bespreken ik en mijn collega’s wie wat gaat doen en wat mijn
leerdoel is. Aan het eind van de dag vraag ik aan een collega of mijn begeleider of we dag
kunnen evalueren. In mijn reflectieverslag: samenwerken met een patiënt om meer te gaan
mobiliseren (bijlage 5) heb ik opgeschreven hoe ik afspraken met mw. V. maak (gezamenlijke
besluitvorming) en hoe we samenwerken naar een gezamenlijk doel. Op een gegeven moment
wist ik niet meer hoe ik de situatie verder moet aanpakken en heb ik om suggesties gevraagd bij
mijn begeleider en een andere collega. Ik heb ook feedback van mijn begeleider gekregen hoe
ik nog beter met een patiënt kan samenwerken. Verder heb ik initiatief genomen om een dag
met een andere collega te werken. Ik stel vragen wanneer ik iets niet begrijp, vraag naar haar
mening en sta open voor suggesties. Dit heb ik aangetoond in mijn logboek: samenwerken met
Annemieke (bijlage 6). Hierin staat ook een afbeelding over mijn rapportage van mw. J, dit is
een manier van schriftelijk overdragen naar collega's van de volgende dienst(en). In mijn
reflectieverslag: kwetsbaar opstellen als ‘communicator’ (bijlage 4) bewaak ik mijn eigen
grenzen en gaf ik aan dat het me niet zal lukken om op dat moment naar de patiënt te gaan.