Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting sociale kaart van Nederland

Rating
-
Sold
3
Pages
10
Uploaded on
15-01-2015
Written in
2014/2015

Samenvatting sociale kaart van Nederland voor het vak Journalistiek en Maatschappij

Institution
Course

Content preview

Samenvatting sociale kaart van Nederland.

H1.

Alle verklaringen van de crisis draaien om instituties en organisaties
Instituties  formele en informele regels die bepalend zijn voor ons gedrag. De
‘spelregels’ van onze samenleving. Ze beperken ons in sommigen opzichten
maar zorgen er ook voor dat wij makkelijk met elkaar kunnen samenleven. (bijv.
rechts rijden, zo kunnen wij ons makkelijk verplaatsen van a naar b)
Formele instituties: Zijn regels die op papier zijn vastgesteld. Zoals; wetten.
Hierbij horen organisaties die het naleven van deze regels checken; politie,
advocaten
Informele instituties: Zijn niet op papier vastgesteld en worden niet
gecontroleerd. Zoals; normen, waarden, routines. Ook al worden deze niet
gecontroleerd ze kunnen wel als negatief ervaren worden. Zoals naar een
verjaardag zonder cadeau. Een cadeau is niet wettelijk verplicht maar wel
vanzelfsprekend.

Organisatie: Verband tussen mensen die hetzelfde doel nastreven (bijv.winst
maken)
Formele organisaties: rechtspersonen kunnen publiekrechtelijk zijn (rijksoverheid,
gemeenten) of privaatrechtelijk zijn. (wel of geen winst)
Informele organisatie: geen rechtspersonen, lichter karakter.

Proces van organisatie en institutionalisering in 3 fases:
1. Ontstaan Meeste organisaties en instituties zijn ontstaan door de jaren heen
door historische continuïteit (kersttoespraak koningin/koning) anderen zijn weer
met opzet gecreëerd.
2. Voortbestaan  door padafhankelijkheid= omdat ze al jaren bestaan door een
toevallige gebeurtenis. Mensen gaan het als vanzelfsprekend zien en denken niet
dat er een alternatief is.
3. Veranderen of verdwijnen Crisis. Als iets hoog op de politieke agenda staat
(vergrijzing)

Drie vormen institutionele veranderingen:
1. Institutionele arrangementen kunnen veranderen ook al zijn ze erg stabiel. Er
wordt te lang gewacht op vernieuwing waardoor het arrangement ongebruikelijk
wordt en er discussies ontstaan.
2. Arrangementen zijn permanent in beweging. Sommigen delen van het
arrangement kunnen afsterven en worden vervangen. Daardoor zijn deze soms
onsamenhangend (=bricolage).
3. Arrangementen hebben soms geen invloed meer, ondanks lange geschiedenis
(zuilen)

Zes belangrijkste samenhangende verandering:
1. Verstatelijking en verzuiling
2. Anti-institutionele stemming jaren 60’en 70’
3. Marktwerking jaren 80’ en 90’
4. Individualisering
5. Horizontalisering

,6. Internationalisering

De markt  waar goederen geruild worden tegen een prijs (terrein waar
organisaties opereren)
de overheid waar goederen en diensten worden gefinancierd uit algemene,
publieke middelen.
Maatschappelijk middenveld  Waar vrijwillige inzet en bijdragen dominant zijn.

De organisaties zijn door de jaren heen verschoven van het middenveld naar de
overheid en vanuit daar weer naar de markt.
1. Door de verzuiling was er stabiliteit en ontstond er een sterk maatschappelijk
middenveld waarin de overheid zich zo min mogelijk mocht bemoeien met zaken
die zelf geregeld konden worden (=subsidiariteit/soevereiniteit).

Verzuiling werd gevolgd door verstatelijking (=de overheid nam maatschappelijke
taken over).
Het proces van verzuiling naar verstatelijking is te zien in de sociale zekerheid. in
de typologie van Esping Andersen wordt dit duidelijk gemaakt. Hij onderscheidt:
1. Corporatistisch zekerheidsstelsel (Duitsland en Oostenrijk)
2. Liberaal marktgeoriënteerd stelsel waarin burgers zichzelf moeten verzekeren
(Engeland)
3. Sociaaldemocratisch door de staat gedomineerd stelsel (Scandinavië)
Nederland is niet in te delen, het is een mix.

2. In de jaren 60 en 70 vond men dat de overheid de individuele vrijheid
beperkte. Er was weinig respect voor organisaties en instituties. Anti-instutional
mood  burgers willen meer directe macht. Met behulp van D66 proberen ze de
mensen meer macht te geven, maar dit mislukt keer op keer. De grondwet zou
moeten worden aangepast en de huidige machthebbers hebben daar geen zin in.

3. De overheid drong terug doordat ze teveel overheidsuitgaven hadden.
Hierdoor gaven ze de markt meer ruimte.
Organisaties werden opener, horizontaler en democratischer. Ze verschoven in
de richting van het liberale model.
Toch vonden burgers dat ze nog te weinig hun stem konden laten horen op de
markt. Dit kon beter in een overheidsarrangement of het middenveld.
Amerikaanse econoom Hirschman laat zien hoe burgers zich tot instituties en
organisaties kunnen verhouden;
- Loyalty; tonen van stilzwijgende betrokkenheid.
-Voice; stem verheffen.
-Exit; door zich uit de voeten te maken.
4. Kenmerken individualisering:
- Decollectivisering: verschuiving wij-ik-balans (Norbert Elias)
-Mensen zoeken elkaar minder op om gezamenlijke activiteiten te ondernemen.
-Toegenomen pluriformiteit.
-Het vaporiseren van klassieke categorieën (klasse, sekse, leeftijd doet er niet
toe)
5. Relatie tussen burgers/organisaties en organisaties onderling.
Drie aspecten horizontalisering:
1. Zeggenschap van de overheid op organisaties is afgenomen.

, 2. Veranderende verdeling van verantwoordelijkheid tussen burgers en
organisaties.
3. Burgers laten zich niet makkelijk reguleren door de overheid.
Accountability= er worden steeds meer eisen gesteld aan de verantwoording van
publieke middelen.
Isomorfisme/homogenisering= wanneer instituties/organisaties door
wetten/regelgeving sterk op elkaar gaan lijken.
6. Als men een steeds grotere oriëntatie op het buitenland krijgt. Als men meer
met het buitenland gaat handelen, krijgt men vanuit het buitenland steeds meer
concurrentie.

H2.

Iedereen moet zich aan de wet houden. Het recht beïnvloed instituties en hoe
wetten worden gemaakt.
Informele instituties  Bijvoorbeeld; waarden beïnvloeden het formele recht.
Homo zijn is niet meer strafbaar in Nederland (informeel wordt formeel).
Primaire functie van het recht  dat mensen niet het recht in eigen handen
nemen.
Het recht zorgt voor rechtvaardigheid in de wereld en bewaakt de rechtstaat en
mensenrechten.
Grondwet gelijkheid, non-discriminatie, vrijheid van mening, vrijheid van
drukpers, vereniging en vergadering, godsdienst, sociale grondrechten,
arbeidszorg/gezondheidszorg.
WRO = wet ruimtelijke ordening (bouwvergunningen).
Rechtssysteem als institutie is een samenspel tussen:
-formele regels, normen en beginselen van het recht
-juridische organisaties
- de dagelijkse handelingen van burgers/organisaties


Verschillende soorten juridische organisaties:
Wetgevende  stellen formele regels op.
Rechtsprekende  passen de regels toe
Rechtsbijstand  vertegenwoordigen mensen en het openbaar bestuur dat de
regels uitvoert

Recht heeft verschillende sociale functies:
- reguleren conflicten
- creëren van verwachte gedragspatronen zodat mensen kunnen samenwerken
- herverdelen van welvaart om ongelijkheid te verminderen
- handhaven onderlinge afspraken (=metaregelsysteem) afspraken tussen
burgers en overheid wordt gehandhaafd door het bestuursrecht. Afspraken
tussen burgers onderling wordt gehandhaafd door het civiele recht.
-een bepaalde norm stellen: welk gedrag is toegestaan welke niet.

Recht van de EU = het allerbelangrijkst.
Staats-en bestuur regelt inrichting van de staat (staan in: AWB algemene wet
bestuursrecht).
In Nederland is er sprake van rechtsvervreemding: burgers hebben minder

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1, 2, 3, 6, 7, 9, 11
Uploaded on
January 15, 2015
Number of pages
10
Written in
2014/2015
Type
SUMMARY

Subjects

$4.10
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
roosanne12
2.7
(3)

Get to know the seller

Seller avatar
roosanne12 Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
11 year
Number of followers
9
Documents
3
Last sold
6 year ago

2.7

3 reviews

5
0
4
1
3
0
2
2
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions