Samenleven: Veiligheid en Beleid
Blok C
Literatuur:
- Profiel Nederlandse overheid
, Literatuur
Lezen C1: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 2, 8, 9.1, 9.2, 10.1 en 10.2
Lezen C2: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 12 en 19
Lezen C3: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 3 en 12
Lezen C4: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 4
Lezen C5: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 5
Lezen C6: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 6
Lezen C7: -X
, Leerdoelen
C1 De student kan:
- aangeven wat de inhoud van de hoorcolleges is en wat er van hem/haar verwacht wordt.
- aangeven wat beleid is.
- onderscheiden welke vraagstukken en initiatieven het thema Veiligheid en beleid betreffen
en daar voorbeelden van geven.
- een definitie geven van het begrip overheid.
- de definitie van beleid volgens Hoogerwerf geven en kan deze herkennen en uitleggen.
- de definitie geven van wat een probleem is en deze toepassen.
- het begrip trias politica uitleggen.
- uitleggen wat de vierde en de vijfde macht is.
- de drie bestuurslagen van het openbaar bestuur in Nederland noemen.
- per bestuurslaag de wetgevende, controlerende en uitvoerende macht noemen.
- per bestuurslaag aangeven wie de functie van voorzitter heeft.
C2 De student kan:
- de klassieke en sociale grondrechten benoemen, uitleggen en herkennen.
- de belangrijkste organen van de Europese Unie noemen en kan aangeven welk orgaan de
wetgevende, controlerende en uitvoerende macht heeft.
- het verschil tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitleggen.
C3 De student kan:
- het systeemmodel voor totstandkoming van beleid herkennen en beschrijven.
- de stappen in een procesanalyse van beleid benoemen.
C4 De student kan:
- X
C5 De student kan:
- de fasen van beleid noemen en toepassen.
- in eigen woorden een definitie geven van het begrip agendavorming.
- de verschillende soorten van agenda’s noemen en beschrijven.
- de vier modellen van agendavorming noemen en beschrijven.
- de fasering in de beleidsvorming noemen en beschrijven.
- de beperkingen in de beleidsbepaling herkennen en benoemen.
- de factoren die van invloed zijn op de beleidsuitvoering noemen.
- een definitie geven van beleidsevaluatie.
C6 De student kan:
, - de stappen en elementen die van belang zijn bij het besluitvormingsproces van beleid
beschrijven.
- de belangrijkste besluitvormingsmodellen noemen en toelichten.
- de succesvoorwaarden noemen waardoor iemand invloed op de besluitvorming heeft.
- het begrip en het belang van legitimiteit van beleid omschrijven.
- de factoren noemen die van invloed zijn op het bereiken van overeenstemming in de
besluitvorming.
C7 De student kan:
- het verschil tussen hoofddoelen en tussendoelen uitleggen.
- een doelboomhiërarchie beschrijven.
- noemen welke categorieën van beleidsinstrumenten er zijn.
- de twee pijlers van beleid noemen en een voorbeeld geven.
- voorbeelden geven van hoe burgers invloed kunnen hebben op het beleid.
- de vijf elementen van een beleidstheorie noemen en uitleggen.
- uitleggen welke beleidseffecten er kunnen zijn en toelichten met een voorbeeld.
- uitleggen wat beleidsevaluatie is en welke vragen er dan gesteld moeten worden.
- de begrippen effectief en efficiënt uitleggen
C8 De student kan:
- Herhaling
Blok C
Literatuur:
- Profiel Nederlandse overheid
, Literatuur
Lezen C1: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 2, 8, 9.1, 9.2, 10.1 en 10.2
Lezen C2: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 12 en 19
Lezen C3: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 3 en 12
Lezen C4: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 4
Lezen C5: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 5
Lezen C6: - Profiel Nederlandse overheid hoofdstuk 6
Lezen C7: -X
, Leerdoelen
C1 De student kan:
- aangeven wat de inhoud van de hoorcolleges is en wat er van hem/haar verwacht wordt.
- aangeven wat beleid is.
- onderscheiden welke vraagstukken en initiatieven het thema Veiligheid en beleid betreffen
en daar voorbeelden van geven.
- een definitie geven van het begrip overheid.
- de definitie van beleid volgens Hoogerwerf geven en kan deze herkennen en uitleggen.
- de definitie geven van wat een probleem is en deze toepassen.
- het begrip trias politica uitleggen.
- uitleggen wat de vierde en de vijfde macht is.
- de drie bestuurslagen van het openbaar bestuur in Nederland noemen.
- per bestuurslaag de wetgevende, controlerende en uitvoerende macht noemen.
- per bestuurslaag aangeven wie de functie van voorzitter heeft.
C2 De student kan:
- de klassieke en sociale grondrechten benoemen, uitleggen en herkennen.
- de belangrijkste organen van de Europese Unie noemen en kan aangeven welk orgaan de
wetgevende, controlerende en uitvoerende macht heeft.
- het verschil tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitleggen.
C3 De student kan:
- het systeemmodel voor totstandkoming van beleid herkennen en beschrijven.
- de stappen in een procesanalyse van beleid benoemen.
C4 De student kan:
- X
C5 De student kan:
- de fasen van beleid noemen en toepassen.
- in eigen woorden een definitie geven van het begrip agendavorming.
- de verschillende soorten van agenda’s noemen en beschrijven.
- de vier modellen van agendavorming noemen en beschrijven.
- de fasering in de beleidsvorming noemen en beschrijven.
- de beperkingen in de beleidsbepaling herkennen en benoemen.
- de factoren die van invloed zijn op de beleidsuitvoering noemen.
- een definitie geven van beleidsevaluatie.
C6 De student kan:
, - de stappen en elementen die van belang zijn bij het besluitvormingsproces van beleid
beschrijven.
- de belangrijkste besluitvormingsmodellen noemen en toelichten.
- de succesvoorwaarden noemen waardoor iemand invloed op de besluitvorming heeft.
- het begrip en het belang van legitimiteit van beleid omschrijven.
- de factoren noemen die van invloed zijn op het bereiken van overeenstemming in de
besluitvorming.
C7 De student kan:
- het verschil tussen hoofddoelen en tussendoelen uitleggen.
- een doelboomhiërarchie beschrijven.
- noemen welke categorieën van beleidsinstrumenten er zijn.
- de twee pijlers van beleid noemen en een voorbeeld geven.
- voorbeelden geven van hoe burgers invloed kunnen hebben op het beleid.
- de vijf elementen van een beleidstheorie noemen en uitleggen.
- uitleggen welke beleidseffecten er kunnen zijn en toelichten met een voorbeeld.
- uitleggen wat beleidsevaluatie is en welke vragen er dan gesteld moeten worden.
- de begrippen effectief en efficiënt uitleggen
C8 De student kan:
- Herhaling