CESTODEN
Diphyllobothrium latum
Kenmerken:
- Komt voor in dunne darm bij carnivoren en mens
- Vooral in subarctische en gematigde streken van
Noordelijk Halfrond (vroeger ook bij ons)
- 2-10 meter
Levenscyclus:
- Eieren verlaten gastheer via feces en gaat embryonaal ontwikkelen tot coracidium
- Coracidium verlaat ei via operculum en zwemt vrij rond
- Coracidium opgenomen door Crustacea (1ste tussengastheer) en ontwikkelt hier tot procercoid
- 1ste tussengastheer wordt opgenomen door 2de tussengastheer (vis)
- Procercoid doorboort darm, nestelt zich in spieren/organen en ontwikkelt tot plerocercoid
- Eventueel wachtgastheren (roofvissen zoals snoek) waarin pleroceroid in onveranderd blijft
- Eindgastheer besmet zich door eten van rauwe vis
,Mesocestoides lineatus
Kenmerken:
- Komt voor in dunne darm bij wilde carnivoren (soms hond)
- Wijd verspreid in Europa
- Grootte 80 cm
Levenscyclus:
- 2 tussengastheren:
1) Oribatide mijten of coprophage insecten waarin jonge tetrathyridium ontwikkelt
2) Amfibie, reptiel of vogel waarin zich volwassen tetrathyridium vormt
- Na opname door eindgastheer ontwikkeling tot adult
, Anoplocephala perfiolata**
Kenmerken:
- Komt voor in caecum (thv. ileo-cecale klep) bij paarden
- Universeel en frequent
- 1-4 cm
Levenscyclus:
- Eieren verlaten gastheer via feces (heeft tussengastheer nodig om verder te kunnen ontwikkelen)
- Mijten nemen eieren op (tussengastheer)
- In de mijt ontwikkeling tot cysticercoïd (scolex opgesloten in blaasje)
- Eindgastheer neemt gras + geïnfecteerde mijt op
- Zonder verdere migratie ontwikkelt de cysticercoid zich tot volwassen worm
Diphyllobothrium latum
Kenmerken:
- Komt voor in dunne darm bij carnivoren en mens
- Vooral in subarctische en gematigde streken van
Noordelijk Halfrond (vroeger ook bij ons)
- 2-10 meter
Levenscyclus:
- Eieren verlaten gastheer via feces en gaat embryonaal ontwikkelen tot coracidium
- Coracidium verlaat ei via operculum en zwemt vrij rond
- Coracidium opgenomen door Crustacea (1ste tussengastheer) en ontwikkelt hier tot procercoid
- 1ste tussengastheer wordt opgenomen door 2de tussengastheer (vis)
- Procercoid doorboort darm, nestelt zich in spieren/organen en ontwikkelt tot plerocercoid
- Eventueel wachtgastheren (roofvissen zoals snoek) waarin pleroceroid in onveranderd blijft
- Eindgastheer besmet zich door eten van rauwe vis
,Mesocestoides lineatus
Kenmerken:
- Komt voor in dunne darm bij wilde carnivoren (soms hond)
- Wijd verspreid in Europa
- Grootte 80 cm
Levenscyclus:
- 2 tussengastheren:
1) Oribatide mijten of coprophage insecten waarin jonge tetrathyridium ontwikkelt
2) Amfibie, reptiel of vogel waarin zich volwassen tetrathyridium vormt
- Na opname door eindgastheer ontwikkeling tot adult
, Anoplocephala perfiolata**
Kenmerken:
- Komt voor in caecum (thv. ileo-cecale klep) bij paarden
- Universeel en frequent
- 1-4 cm
Levenscyclus:
- Eieren verlaten gastheer via feces (heeft tussengastheer nodig om verder te kunnen ontwikkelen)
- Mijten nemen eieren op (tussengastheer)
- In de mijt ontwikkeling tot cysticercoïd (scolex opgesloten in blaasje)
- Eindgastheer neemt gras + geïnfecteerde mijt op
- Zonder verdere migratie ontwikkelt de cysticercoid zich tot volwassen worm