Motiverende gespreksvoering
Doel:
Je begrijpt de methode van motiverende gespreksvoering, welke stappen en welke
vaardigheden daarbij van belang zijn en kan benoemen hoe deze methode ingezet
kan worden in het motiveren van patiënten.
Hfst. 7 uit Allemaal mensen
Gedragstheorieën
Verklaring Verandering
Theory of planned behavior Social Cognitive Transtheoretisch Model
theory Health Belief Model
Transtheoretical Model
1. Precontemplatie: geen intentie om binnen 6 maanden het ongezonde gedrag te
veranderen,
2. Contemplatie: Intentie om binnen 6 maanden het ongezonde gedrag te
veranderen
3. Voorbereiding: intentie om binnen 1 maand het ongezonde gedrag te veranderen
4. Actie: Echte verandering van ongezond naar gezond gedrag
5. Behoud (maintenance): Langer dan zes maanden volhouden van het nieuwe
gezonde gedrag
Wens:
Een actieve patiënt
Blijvende gedragsverandering
Een gemotiveerde en tevreden patiënt
Stereotype benadering
Confrontatie met het gedrag en de consequenties daarvan
Negatieve consequenties en het overtuigen van patiënten van het slechte van het
gedrag blijkt ineffectief te zijn en geen verandering teweeg te brengen.
Weerstand bij:
Gedragsverandering
Angst
Confrontatie
Irritatie
Onduidelijkheid
Financiële zorgen
Op basis van ervaring
‘’Waarom?’’ Kan voor weerstand zorgen! Verantwoording
o Heeft iemand ervaring?
, Deel 1: basis motiverende gespreksvoering
Wat is motiverende gesprekvoering (motivational interviewing)
o Gesprekstechniek op het vergroten van de eigen motivatie van patiënt om
ongezond gedrag te veranderen in gezond gedrag.
Soorten communicatie:
1. Directieve stijl
2. Volgende stijl
3. Gidsende stijl
Motivatie en ambivalentie
Motivatie: waarom voert de patiënt bepaald gedrag uit? Zodat hij bij controle voldoet
aan de wens van de behandelaar (extrinsiek) of omdat hij zelf wil veranderen
(intrinsiek)?
Eigen argumenten zijn krachtiger
Ambivalentie: tegenstrijdigheden in wens ‘’ik wil wel gezonder worden, maar ik weet
niet of ik wil veranderen’’
‘’Ik weet wel dat roken slecht is, maar het is zo lekker’’
Als behandelaar aan een kant van de ambivalentie gaat zitten, heeft patiënt de
neiging om de andere kant te verdedigen > ongewenst effect. Daarom eigen
argumenten!
Uitgangspunt MI (onder begeleiding van de zorgverlener):
Beslist de patiënt of en hoe hij het probleem zal aanpakken
Voert de patiënt het plan uit
Bedenkt de patiënt een plan van aanpak
Doel:
Je begrijpt de methode van motiverende gespreksvoering, welke stappen en welke
vaardigheden daarbij van belang zijn en kan benoemen hoe deze methode ingezet
kan worden in het motiveren van patiënten.
Hfst. 7 uit Allemaal mensen
Gedragstheorieën
Verklaring Verandering
Theory of planned behavior Social Cognitive Transtheoretisch Model
theory Health Belief Model
Transtheoretical Model
1. Precontemplatie: geen intentie om binnen 6 maanden het ongezonde gedrag te
veranderen,
2. Contemplatie: Intentie om binnen 6 maanden het ongezonde gedrag te
veranderen
3. Voorbereiding: intentie om binnen 1 maand het ongezonde gedrag te veranderen
4. Actie: Echte verandering van ongezond naar gezond gedrag
5. Behoud (maintenance): Langer dan zes maanden volhouden van het nieuwe
gezonde gedrag
Wens:
Een actieve patiënt
Blijvende gedragsverandering
Een gemotiveerde en tevreden patiënt
Stereotype benadering
Confrontatie met het gedrag en de consequenties daarvan
Negatieve consequenties en het overtuigen van patiënten van het slechte van het
gedrag blijkt ineffectief te zijn en geen verandering teweeg te brengen.
Weerstand bij:
Gedragsverandering
Angst
Confrontatie
Irritatie
Onduidelijkheid
Financiële zorgen
Op basis van ervaring
‘’Waarom?’’ Kan voor weerstand zorgen! Verantwoording
o Heeft iemand ervaring?
, Deel 1: basis motiverende gespreksvoering
Wat is motiverende gesprekvoering (motivational interviewing)
o Gesprekstechniek op het vergroten van de eigen motivatie van patiënt om
ongezond gedrag te veranderen in gezond gedrag.
Soorten communicatie:
1. Directieve stijl
2. Volgende stijl
3. Gidsende stijl
Motivatie en ambivalentie
Motivatie: waarom voert de patiënt bepaald gedrag uit? Zodat hij bij controle voldoet
aan de wens van de behandelaar (extrinsiek) of omdat hij zelf wil veranderen
(intrinsiek)?
Eigen argumenten zijn krachtiger
Ambivalentie: tegenstrijdigheden in wens ‘’ik wil wel gezonder worden, maar ik weet
niet of ik wil veranderen’’
‘’Ik weet wel dat roken slecht is, maar het is zo lekker’’
Als behandelaar aan een kant van de ambivalentie gaat zitten, heeft patiënt de
neiging om de andere kant te verdedigen > ongewenst effect. Daarom eigen
argumenten!
Uitgangspunt MI (onder begeleiding van de zorgverlener):
Beslist de patiënt of en hoe hij het probleem zal aanpakken
Voert de patiënt het plan uit
Bedenkt de patiënt een plan van aanpak