1. Beschrijf het caries proces nav kenmerken.
Caries ontstaat door langdurige aanwezigheid van tandplaque. Eerst vormt zich een
wittevlekleasie (= doffe witte verkleuring), daarna wordt het een donkere doorschemering
en tot slot een caviteit (=holte)
2. Wat is een belangrijk verschil tussen glazuur en dentine, waardoor het
caries proces zich iets anders gedraagt in de verschillende weefsels en
wat is dat verschil?
Een belangrijk verschil tussen glazuur en dentine zijn de percentages van de
componenten die erin zitten. In glazuur zit er erg veel anorganisch materie
wat ervoor zorgt dat het erg hard is terwijl dit percentage in dentine vele
male kleiner is. Verder bevat dentine meer organisch materiaal dan glazuur.
ook bevat dentine meer water.
Omdat glazuur harder is dan dentine duurt het proces van het ontstaan van
cariës langer.
3. Waarvoor wordt de DMFT/S gebruikt?
Om de cariësverleden van de patiënt te achterhalen. Dit kan een hulpmiddel zijn voor het
behandelplan of diagnose
4. Wat betekenen de letters DMFT/S?
D = decayed (gecaviteerd)
M = Missing (geëxtraheerd wegens cariës)
F = Filled (gerestaureerd)
T = Teeth (aantal tanden)
S = Surfaces (aantal vlakken)
5. Leer de prediletieplaatsen uit je hoofd. Klasse I, II, III, IV, V
1= caviteit die in putjes of fissuren beginnen --- 2= caviteit die in approximale
vlakken van de (pre)molaren beginnen --- 3= caviteit die in de approximale vlakken
van de snij- of hoetanden beginnen zonder betrekking van incisale rand --- 4=
caviteit die in de approximale vlakken van de snijtanden beginnen en waarbij incisale
hoek betrokken is --- 5= caviteit die in het gingivale derde deel van de vestibulaire of
linguale vlakken beginnen
6. Leg de etiologie van caries uit mbv de circels van Keyes en Jordan,
1963
Het model bied een verklaring van het cariësrisico. Het wordt vertegenwoordigd door de
overlapping van de 3 binnenste cirkels. Wanneer dus een risicofactor toeneemt, wordt de
Caries ontstaat door langdurige aanwezigheid van tandplaque. Eerst vormt zich een
wittevlekleasie (= doffe witte verkleuring), daarna wordt het een donkere doorschemering
en tot slot een caviteit (=holte)
2. Wat is een belangrijk verschil tussen glazuur en dentine, waardoor het
caries proces zich iets anders gedraagt in de verschillende weefsels en
wat is dat verschil?
Een belangrijk verschil tussen glazuur en dentine zijn de percentages van de
componenten die erin zitten. In glazuur zit er erg veel anorganisch materie
wat ervoor zorgt dat het erg hard is terwijl dit percentage in dentine vele
male kleiner is. Verder bevat dentine meer organisch materiaal dan glazuur.
ook bevat dentine meer water.
Omdat glazuur harder is dan dentine duurt het proces van het ontstaan van
cariës langer.
3. Waarvoor wordt de DMFT/S gebruikt?
Om de cariësverleden van de patiënt te achterhalen. Dit kan een hulpmiddel zijn voor het
behandelplan of diagnose
4. Wat betekenen de letters DMFT/S?
D = decayed (gecaviteerd)
M = Missing (geëxtraheerd wegens cariës)
F = Filled (gerestaureerd)
T = Teeth (aantal tanden)
S = Surfaces (aantal vlakken)
5. Leer de prediletieplaatsen uit je hoofd. Klasse I, II, III, IV, V
1= caviteit die in putjes of fissuren beginnen --- 2= caviteit die in approximale
vlakken van de (pre)molaren beginnen --- 3= caviteit die in de approximale vlakken
van de snij- of hoetanden beginnen zonder betrekking van incisale rand --- 4=
caviteit die in de approximale vlakken van de snijtanden beginnen en waarbij incisale
hoek betrokken is --- 5= caviteit die in het gingivale derde deel van de vestibulaire of
linguale vlakken beginnen
6. Leg de etiologie van caries uit mbv de circels van Keyes en Jordan,
1963
Het model bied een verklaring van het cariësrisico. Het wordt vertegenwoordigd door de
overlapping van de 3 binnenste cirkels. Wanneer dus een risicofactor toeneemt, wordt de