100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Taal-en spraakontwikkeling (Volledige samenvatting)

Rating
-
Sold
2
Pages
15
Uploaded on
13-08-2021
Written in
2020/2021

Hoofdstuk 1-6 volledig uitgelegd in de samenvatting vanuit het boek.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 13, 2021
Number of pages
15
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Spraak- en taalontwikkeling
spraak – en taalontwikkeling

Nieuwe woorde vormen met
Hoofdstuk 1: Taalontwikkeling: een multidimensioneel bestaande woorden (=
gebeuren neologisme)
• Zinnen (syntaxis)
Taalontwikkeling is gebaseerd op interactie tussen aangeboren Eerste uitingen: bestaan uit een
taalvermogen van het kind en taalaanbod van de buitenwereld. of twee woorden.
Kindt ondekt dat je zinnen kan
Aan het schijnbaar probleemloos leren praten van kinderen samenvoegen + dat er een bepaalde
gaan heel wat voorbereidende processen vooraf, en er moeten volgorde is.
heel wat basisvoorwaarden vervuld worden: een multifactorieel • Betekenis van taaluitingen (semantiek-
proces dus. derivatiemorfologie)
Eindeloze afspraken over klankcombinaties.
1.1) Taalontwikkeling en algemene ontwikkeling Nauwe band tussen betekenis en vorm. Vb.
Verschil tussen geldzak en zakgeld.
Basisvoorwaarden voor vlotte taalontwikkeling = normale • Gebruik van taaluitingen (pragmatiek)
anatomische en neurologische ontwikkeling. Kind ontdekt vroeg dat taal dient om dingen te
- Goede spraak- en gehoororganen realiseren in communicatie.
- Normaal rijpingsproces van het zenuwstelsel. Niet eenvoudig voor jonge kinderen.
• Nadenken over taal (metalinguïstiek)
Kind ontwikkelt op verschillende domeinen: Kind gaat bewust nadenken over eigen
taalgebruik.
De sensori-motorische ontwikkeling: Staat stil bij de betekenis van woorden.
- Sensorische ontwikkeling van de zintuigen (zien,
horen) 1.3) Fasen van taalontwikkeling
- Motorische ontwikkeling (leren bewegen, kruipen)

- Prelinguale fase (Voortalige fase) 0-12 maanden.
De cognitieve ontwikkeling:
- Vroeglinguale fase (Vroegtalige periode) 1-2;6 jaar
- Ontwikkeling denk-vermogen
- Differentiatiefase 2;6-5 jaar
- Werking van het geheugen
- Voltooiingsfase 5-10/12 jaar
- Intelligentie

1.4) Neurobiologische aspecten van de taalontwikkeling
De sociale ontwikkeling:
- Gevoelswereld van het kind
- Interactie met andere mensen Tot 7 jaar: vorming van verschillende functionele systemen in
het CZS
1.2) Componenten van de taalontwikkeling Bij pasgeborene:
- Neuronenaantal gelijk
- Neuronen worden groter
• Taalbegrip-taalproductie
- Meer axonen en dendrieten
- Meer synapsen
• Vorm van taaluitingen
De toename is afhankelijk van de stimulatie, door deprivatie kan
• Klanken (fonetiek/fonologie)
er een structureel abnormaal hersensysteem opgebouwd
Eerste opdracht: articulatie van
worden.
individuele klanken
Klanken met fijnere motoriek:
3 hersensystemen die betrokken zijn bij de opbouw van het
/r/ en /s/ komen later
taalsysteem:
Klanken samenvoegen tot
1. Het systeem van bewustzijnsregulatie
lettergrepen
2. Het opname-verwerkingssysteem
• Woorden (flexiemorfologie)
3. Het handelingssyteem
Inzicht dat woorden in
verschillende vormen
1.5) Taalaanbod als didactisch instrument
voorkomen. Vb. boek → boekje
1

, Syntactisch-morfologische aanpassingen andere
Onder taalaanbod verstaan we de taal die het kind hoort vanaf linguïstische aanpassingen
zijn geboorte. Het kind vangt enerzijds taal op die niet specifiek • Vervanging van persoonlijke en bezittelijke
tot hem gericht is. = BREDE OMGEVINGSTAAL voornaamwoorden door eigennamen
• Frequent gebruik van vraagzinnen
Het leert veel meer uit de taal die specifiek tot hem gericht • Kortere zinslengte
wordt. In het Engels noemen we dit CHILD DIRECTED SPEECH. In • Vervanging van vervoegde ww. door ‘doen + infinitief’
het nederlands: VERZORGERSTAAL. Semantische aanpassingen
• Onomatopeeën
Fine tuning mechanisme • Woorden kenmerkend voor een categorie
De taal van de volwassene past zich aan het taalniveau van het • Gebruik van basisniveautermen
kind.
1.6) Stijlen van taalaanbod
Babytaal = verzorgerstaal gesproken tot kinderen tussen +/- 6-
18 maanden.
- Conversationele stijl
Gesprek op gang brengen en houden +
Het taalgebruik van de ouders loopt altijd net iets voor op het
indirect vormelijk corrigeren/ veel open vragen stellen / kind
taalgebruik van het kind.
leidt.
- Directieve stijl
1.5.1) Taalaanbod als communicatie-ontlokkend instrument
Sturen van kinderlijke activiteiten / weinig vragen
stellen en andere conversationele middelen.
Non-verbale periode = de volwassene giet betekenis in het pre- - Intrusieve stijl
intentionele kind. = pseudo-dialoog; protoconversatie. Kind zoveel mogelijk laten deelnemen aan de
Verbale periode = echte dioloog + wederkerigheid in de conversatie, maar volwassene is heel sturend /veel
communicatie neemt toe. gesloten vragen.
- Didactische stijl
Volwassene wil de dialoog gaande houden : De inhoud van de conversatie is belangrijker dan
• Veel vragen stellen de conversatie zelf/ relatief meer beweringen
• Vraag- en antwoordsequenties inbouwen
• Voortdurend benoemen waarmee het kind bezig is Stijlen kunnen door elkaar gebruikt worden afhankelijk van de
combinatie.
1.5.2) Taalaanbod als didactisch instrument
Hoofdstuk 2: De Voortalige periode
Volwassene wil het taalgebruik van het kind verbeteren:
- Expansie/ impliciete feedback 2.1) De (Klank)vorm van de taaluiting
= herhalen en uitbreiden + verbteren wat het
kind zegt. 2.1.1) Eerste geluidswaarnemingen en schreien (0-6 weken)
- Break downs
= herhalen + vereenvoudiging van langere zinnen.
Receptief: Eerste geluidswaarnemingen
- Build-ups
- Gehoororgaan van de baby is al van voor de geboorte
= herhalen + uitbouwen van korte uitingen naar
ontwikkeld
langere zinnen.
- Foetussen van 5 maanden reageren reeds op sterke
geluidsprikkels
1.5.3) Linguistische kenmerken van het taalaanbod
- Speciale voorkeur voor stem van moeder vanaf
geboorte
- Zachte geluiden hebben sussend effect
Fonologische aanpassingen:
- Baby kan heel vroeg verschillende geluiden
• Hogere stem ; overdreven intonatiepatronen; langere
onderscheiden.
pauzes; overduidelijke articulatie
• Fonologische eigenschappen van babytaalwoordjes:
Productief: Schreien
– Veel fonemen die vooraan in de mond
- Geboorteschreeuw: luid, scherp en gespannen
gearticuleerd worden
- Eerste zes weken: regelmatig schreien. (Honger,
– Weinig fricatieven en liquidae
woede, pijn, wegnemen fopspeen)
– Weinig medeklinkerverbindingen
- Ook vegetatieve en reflexmatige geluiden (hikken en
– Veel eenlettergrepige woorden
boertje laten).
– Veel reduplicaties


2
$6.11
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
logostudentambi

Get to know the seller

Seller avatar
logostudentambi Katholieke Hogeschool VIVES
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
5 year
Number of followers
10
Documents
0
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions