Vreemdetaalverwerving en vreemdetaaldidactiek 1
Deel 1 Vreemdetaalverwerving en –didactiek
Hoofdstuk 1: stromingen in vreemdetaalverwerving en –didactiek
1.1. Inleiding
- Zeer ruim domein
- In de volgende vier lessen:
(1) Stromingen in vreemdetalenonderwijs + evaluatie van taalvaardigheden
(2) Individuelevariabelen die taalleersucces beïnvloeden
(3) Soorten onderzoek in vreemdetaalverwerving
(4) Woordenschatverwerving in een vreemde taal
(5) CALL
1.2. Historiek
Toegepaste taalkunde = onderwijsmethode gebaseerd op onderzoek naar tweede- of
vreemdetaalverwerving.
Beïnvloeding door 4 factoren:
1) Sociale, culturele en eco evoluties
2) Trends in de theoretische taalkunde
3) Trends in de pedagogie
4) Empirisch onderzoek in de toegepaste taalkunde
Een dialectisch verloop binnen de didactiek v/h vreemdetalenonderwijs:
- Ideeën & stromingen lokken vaak reactie uit die gekenmerkt wordt door radicaal
andere opvattingen over hoe talen dienen te worden onderwezen
Soms vinden inzichten van toegepaste taalkundigen een weg naar het klaslokaal
Taaldidactiek gekenmerkt door 2 spanningsvelden (steeds weerkerende discussie)
- Kennen en kunnen
- Leren en verwerven
Kennen en kunnen
Kunnen (proficiency/taalvaardigheid) kennen (language awareness/taalbewustzijn)
Luistervaardigheid expliciete kennis van onder meer
Spreekvoordigheid normatieve grammatica
Leesvaardigheid
Schrijfvaardigheid
Gericht op betekenis en vlotheid gericht op vorm en correctheid
Discussie: dragen doelstellingen v/h 2de luik bij tot de doelstellingen v/h 1ste luik?
- Heb je expliciete kennis v/d grammatica v/e taal nodig om te kunnen spreken,
luisteren, schrijven en lezen?
Opvattingen variëren sterk
gesch v/d taaldidactiek = slingerbeweging
,Vreemdetaalverwerving en vreemdetaaldidactiek 2
- Periodes waarin expliciete grammatica-instructie wordt aangeprezen
- Periodes waarin impliciete taalverwerving via authentieke communicatie wordt
gepromoot (Richards en Rodgers)
Leren en verwerven
- Verwerven: vermogen om taal te gebruiken op basis van niet onderwezen kennis
(impliciet, a.h.v. imitatie, vb. moedertaal)
- Leren: bewust kennis opdoen (expliciet, formele context)
overzicht v/d verschillende paradigma’s in de vreemdetaaldidactiek
de grammatica-vertaalmethode
belangrijkste kenmerken
- Gebaseerd op hoe Latijn geleerd werd
- Glossaria + info grammaticale systeem teksten vertalen
- Exclusief gericht op taalanalyse expliciet, deductief grammatica-onderwijs
o taalonderwijs gericht op analyse v/h grammaticale systeem (taalvormen &
taalstructuren)
- literair georiënteerd (‘methode v/d filologische vertaling)
- belang geschreven woord (lees- en schrijfvaardigheid)
- nadruk op vertaling en memoriseren
- handboek = centraal
o hoofdstukken met: grammaticaregels, vertalende woordenschatlijsten,
vertaalzinnen
problemen
- goede resultaten op schriftelijke examens, maar geen productieve, communicatieve
vaardigheden (minder belang aan productieve vaardigheden)
tot 1970 standaardmethode, nu: grote impact op taalonderwijs + hybride vormen
de directe methode = natuurlijke methode
belangrijkste kenmerken
- imitatie moedertaalverwerving (communicatie in doeltaal)
- grondleggers: Saveur en Francke (1900)
- Leerkracht = moedertaalgebruiker van doeltaal + dompelt lln onder in doeltaal
- Geen handboek, nadruk op mondelinge vaardigheden
o >< grammatica-vertaalmethode
- Geen vertaling, geen expliciete grammaticaregels
o Grammaticaregels afleiden uit taalgebruik (inductief)
- Populair in DUI en FR
, Vreemdetaalverwerving en vreemdetaaldidactiek 3
Problemen (kritiek)
- intensief talenonderwijs niet realistisch in normale schoolcontext
- Onvoldoende LK die moedertaalsprekers zijn
- Nieuwe overheersende taalkundige en psychologische paradigma’s in jaren ‘50
o Binnen taalkunde
Structuralisme: sterke nadruk op zinspatronen met lexicale elementen
o Binnen psychologie
Behaviorisme: sterk geloof in kracht van conditionering
de audio-linguale methode
aanleidingen
- Gevolg van structuralisme (TK) en behaviorisme (PSY)
o Structuralisme:
Ferdinand de saussure
Belangrijke stroming binnen de taalkunde
Taal = structuur waarin vormen op een systematische manier met
elkaar verbonden zijn
o Behaviorisme
Studie v/h gedrag van mensen en dieren
Skinner (’50): ontwikkelde de gedragsanalyse
Conditionering: wisselwerking organisme en omgeving
Doel: voorspellen of beïnvloeden van gedrag
Voorbeelden: speekselproductie honden (Pavlov)
belangrijkste kenmerken
- Driloefeningen: zinnen nazeggen, patronen inoefenen automatisering
- Ook taal is vorm van gedrag (verbaal gedrag) onderhevig aan conditionering
- Leren = gedrag veranderen door nieuwe gewoonten aan te leren
- Scholen investeren in taallaboratoria om taalstructuren aan te leren via
conditionering
- LK hoeft geen moedertaalspreker te zijn
- Belang van foutvermijding
- Gewoontevorming primeert op grammaticaal inzicht
Problemen
- Overdreven nadruk op imiteren van zinnen zonder communicatieve context
Taalleerders niet in staat om kennis taalpatronen toe te passen in echte situaties
de communicatieve methode
- Hymes (1972) Communicative competence
Deel 1 Vreemdetaalverwerving en –didactiek
Hoofdstuk 1: stromingen in vreemdetaalverwerving en –didactiek
1.1. Inleiding
- Zeer ruim domein
- In de volgende vier lessen:
(1) Stromingen in vreemdetalenonderwijs + evaluatie van taalvaardigheden
(2) Individuelevariabelen die taalleersucces beïnvloeden
(3) Soorten onderzoek in vreemdetaalverwerving
(4) Woordenschatverwerving in een vreemde taal
(5) CALL
1.2. Historiek
Toegepaste taalkunde = onderwijsmethode gebaseerd op onderzoek naar tweede- of
vreemdetaalverwerving.
Beïnvloeding door 4 factoren:
1) Sociale, culturele en eco evoluties
2) Trends in de theoretische taalkunde
3) Trends in de pedagogie
4) Empirisch onderzoek in de toegepaste taalkunde
Een dialectisch verloop binnen de didactiek v/h vreemdetalenonderwijs:
- Ideeën & stromingen lokken vaak reactie uit die gekenmerkt wordt door radicaal
andere opvattingen over hoe talen dienen te worden onderwezen
Soms vinden inzichten van toegepaste taalkundigen een weg naar het klaslokaal
Taaldidactiek gekenmerkt door 2 spanningsvelden (steeds weerkerende discussie)
- Kennen en kunnen
- Leren en verwerven
Kennen en kunnen
Kunnen (proficiency/taalvaardigheid) kennen (language awareness/taalbewustzijn)
Luistervaardigheid expliciete kennis van onder meer
Spreekvoordigheid normatieve grammatica
Leesvaardigheid
Schrijfvaardigheid
Gericht op betekenis en vlotheid gericht op vorm en correctheid
Discussie: dragen doelstellingen v/h 2de luik bij tot de doelstellingen v/h 1ste luik?
- Heb je expliciete kennis v/d grammatica v/e taal nodig om te kunnen spreken,
luisteren, schrijven en lezen?
Opvattingen variëren sterk
gesch v/d taaldidactiek = slingerbeweging
,Vreemdetaalverwerving en vreemdetaaldidactiek 2
- Periodes waarin expliciete grammatica-instructie wordt aangeprezen
- Periodes waarin impliciete taalverwerving via authentieke communicatie wordt
gepromoot (Richards en Rodgers)
Leren en verwerven
- Verwerven: vermogen om taal te gebruiken op basis van niet onderwezen kennis
(impliciet, a.h.v. imitatie, vb. moedertaal)
- Leren: bewust kennis opdoen (expliciet, formele context)
overzicht v/d verschillende paradigma’s in de vreemdetaaldidactiek
de grammatica-vertaalmethode
belangrijkste kenmerken
- Gebaseerd op hoe Latijn geleerd werd
- Glossaria + info grammaticale systeem teksten vertalen
- Exclusief gericht op taalanalyse expliciet, deductief grammatica-onderwijs
o taalonderwijs gericht op analyse v/h grammaticale systeem (taalvormen &
taalstructuren)
- literair georiënteerd (‘methode v/d filologische vertaling)
- belang geschreven woord (lees- en schrijfvaardigheid)
- nadruk op vertaling en memoriseren
- handboek = centraal
o hoofdstukken met: grammaticaregels, vertalende woordenschatlijsten,
vertaalzinnen
problemen
- goede resultaten op schriftelijke examens, maar geen productieve, communicatieve
vaardigheden (minder belang aan productieve vaardigheden)
tot 1970 standaardmethode, nu: grote impact op taalonderwijs + hybride vormen
de directe methode = natuurlijke methode
belangrijkste kenmerken
- imitatie moedertaalverwerving (communicatie in doeltaal)
- grondleggers: Saveur en Francke (1900)
- Leerkracht = moedertaalgebruiker van doeltaal + dompelt lln onder in doeltaal
- Geen handboek, nadruk op mondelinge vaardigheden
o >< grammatica-vertaalmethode
- Geen vertaling, geen expliciete grammaticaregels
o Grammaticaregels afleiden uit taalgebruik (inductief)
- Populair in DUI en FR
, Vreemdetaalverwerving en vreemdetaaldidactiek 3
Problemen (kritiek)
- intensief talenonderwijs niet realistisch in normale schoolcontext
- Onvoldoende LK die moedertaalsprekers zijn
- Nieuwe overheersende taalkundige en psychologische paradigma’s in jaren ‘50
o Binnen taalkunde
Structuralisme: sterke nadruk op zinspatronen met lexicale elementen
o Binnen psychologie
Behaviorisme: sterk geloof in kracht van conditionering
de audio-linguale methode
aanleidingen
- Gevolg van structuralisme (TK) en behaviorisme (PSY)
o Structuralisme:
Ferdinand de saussure
Belangrijke stroming binnen de taalkunde
Taal = structuur waarin vormen op een systematische manier met
elkaar verbonden zijn
o Behaviorisme
Studie v/h gedrag van mensen en dieren
Skinner (’50): ontwikkelde de gedragsanalyse
Conditionering: wisselwerking organisme en omgeving
Doel: voorspellen of beïnvloeden van gedrag
Voorbeelden: speekselproductie honden (Pavlov)
belangrijkste kenmerken
- Driloefeningen: zinnen nazeggen, patronen inoefenen automatisering
- Ook taal is vorm van gedrag (verbaal gedrag) onderhevig aan conditionering
- Leren = gedrag veranderen door nieuwe gewoonten aan te leren
- Scholen investeren in taallaboratoria om taalstructuren aan te leren via
conditionering
- LK hoeft geen moedertaalspreker te zijn
- Belang van foutvermijding
- Gewoontevorming primeert op grammaticaal inzicht
Problemen
- Overdreven nadruk op imiteren van zinnen zonder communicatieve context
Taalleerders niet in staat om kennis taalpatronen toe te passen in echte situaties
de communicatieve methode
- Hymes (1972) Communicative competence