=Maatschappijleer thema rechtstaat part
2.1:
Bijna iedereen kent de noodzaak van regels. Sommige zijn ongeschreven, zoals de regel dat
je eerst treinreizigers uit laat stappen voordat je zelf instapt, of dat je niet in een korte broek
naar een begrafenis gaat. Andere zijn wel beschreven, bijvoorbeeld in de bijbel: ‘gij zult niet
stelen’. Vaak komen normen en gedragsregels voort uit geloof, tradities en gewoonten.
Rechtsnormen zijn gedragsregels die door de overheid zijn vastgelegd. Het geheel van in
wetten vastgestelde regels noemen we ‘het recht’. Rechtsnormen ontstaan enerzijds om het
maatschappelijke leven geordend te laten verlopen en conflicten op te lossen. Anderzijds
komen rechtsnormen voort uit de waarden en normen die mensen met elkaar delen.
Sommige rechtsnormen kunnen ingaan tegen het gevoel rechtvaardigheid van mensen.
Daarom veranderen rechtsnormen af en toe. Het recht is ook wel in beweging, want wetten
veranderen mee met onze opvattingen.
Om gevoelens van onrechtvaardigheid en mistanden te voorkomen, ontstond ruim 2
eeuwen geleden in sommige landen het idee van een rechtstaat. Een rechtstaat is een staat
waarin burgers door grondrechten worden beschermd tegen het machtsmisbruik en
willekeur van de overheid. In 1789 had de Franse revolutie met veel geweld een einde
gemaakt aan de absolute monarchie, hier heeft de koning alle macht. Burgers kwamen toen
in opstand. In dat jaar werd de ‘verklaring van rechten van de mens en van de burger’
opgesteld, waarbij iedereen gelijke rechten had. Tegenwoordig hebben veel landen een
grondwet waarin staat wat de grondrechten zijn en hoe het land geregeerd moet worden.
De eerste grondwet in Nederland is in 1798 gemaakt.
Een grondwet is geen garantie voor een rechtstaat. Ook dictaturen hebben vaak een
grondwet, maar daarin worden de grondrechten niet gerespecteerd. In een dictatuur
bepaalt een machthebber of een partij in feite wat de regels zijn.
In een rechtstaat gelden rechten en plichten. Deze plichten gelden voor de overheid en de
burgers. Zo geldt voor alle jongeren de leerplicht en heeft de overheid de plicht voor goed
onderwijs. Verder ben je wettelijk verplicht dat je iemand helpt die in levensgevaar zit.
Het publiekrecht regelt de inrichting van de staat en overheid:
- Staatsrecht: bevat alle regels voor inrichting van de Nederlandse staat, zoals
bevoegdheden van ministers, rechten van Kamerleen en hoe je als politieke partij
mee kunt doen aan de verkiezingen
- Bestuursrecht: regelt verhouding tussen burger en overheid. Als je een huis wil
bouwen of café wil beginnen, moet je eerst een vergunning hebben. Het bevat ook
regels die je beschermen tegen de overheid, bijvoorbeeld als de gemeente een weg
wilt aanleggen, mag je daar bezwaar tegen hebben.
- Strafrecht: bestaat uit alle wettelijke regels die aangeven welk gedrag strafbaar is.
Het privaatrecht of burgerlijk recht regelt de betrekkingen tussen burgers onderling. Het
zorgt ervoor dat burgers elkaar rechtvaardig behandelen.
- Personen- en familierecht: regelt zaken zoals huwelijk, echtscheiding, geboorte,
overlijden en het adopteren van kinderen
, - Ondernemingsrecht: bepaalt onder welke voorwaarden je een bedrijf of vereniging
mag oprichten.
- Vermogensrecht: omvat alle zaken die te maken hebben met iemands vermogen.
Bijv. koopovereenkomst, huurovereenkomst of arbeidsovereenkomst, of het
nalatenschap.
2.2:
Het doel van de rechtsstaat is om te zorgen voor de veiligheid van burgers: ze beschermen
tegen de macht van de overheid en ervoor zorgen dat burgers gelijk behandeld worden en in
vrijheid kunnen leven. Deze doelen zijn uitgewerkt in de volgende grondbeginselen:
- Er is sprake van een verdeling van de macht
- Grondrechten zijn vastgesteld in de grondwet
- Door legaliteitsbeginsel mag de overheid alleen beperkingen opleggen aan de vrijheid
van burgers als die beperkingen in wetten zijn vastgesteld.
Het principe van de machtenscheiding of trias politica werd bedacht door de Franse filosoof
Montesquieu (1689-1755). Volgens hem moest de macht van de overheid in 3en worden
verdeeld, zodat niet alle macht in de handen van 1 persoon zouden liggen:
- Wetgevende macht: maakt wetten waaraan burgers en overheid zich moeten
houden, zoals de Leerplichtwet en alle wetten in het Wetboek van Strafrecht.
- Uitvoerende macht: zorgt ervoor dat eenmaal goedgekeurde wetten worden
uitgevoerd, en hiervoor is de regering verantwoordelijk. Leerplichtambtenaren kijken
of ouders, leerlingen en scholen zich aan de leerplichtwet houden.
- Rechterlijke macht: beoordeelt of burgers of machthebbers wetten overtreden en
doen uitspraken in conflicten. Ouders die toestaan dat hun kinderen spijbelen krijgen
een geldboete.
Belangrijkste van de trias politica is dat staatsmachten elkaar controleren en scherp houden.
Als een wetvoorstel strijdig is met het Europese regels, moet de rechter de minister en het
parlement tot orde roepen. Dit evenwicht wordt checks and balances genoemd (checks =
controle, balances = evenwicht). Ook doen sommige ministers wetvoorstellen (wetgevende
macht), maar moeten ze ook zorgen voor de uitvoering van de wet (uitvoerende macht). De
rechterlijke macht is wel alleen.
Het feit dat rechters neutraal en onafhankelijk zijn, zorgt voor bescherming:
- Je kan rekenen op eerlijke rechtspraak, waarin de mening van rechters niet
meespeelt.
- Je wordt beschermd tegen ongeoorloofd optreden of nalatigheid van de overheid.
- Onafhankelijke rechtspraak zorgt ervoor dat mensen geen eigen rechter gaan spelen.
Om hun afhankelijkheid te waarborgen, worden rechters voor het leven benoemd en
kunnen ze dus niet ontslagen worden.
Er zijn 2 soorten grondrechten:
- Klassieke grondrechten: Dit zijn rechten die de overheid moet garanderen, bijv. het
recht op gelijke behandeling, vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, en
het recht op onaantastbaarheid van het lichaam.
- Sociale grondrechten: Deze rechten kan de overheid niet garanderen, maar moet
zich er wel voor inspannen. bijv. het recht op werk, gezondheidszorg, en
2.1:
Bijna iedereen kent de noodzaak van regels. Sommige zijn ongeschreven, zoals de regel dat
je eerst treinreizigers uit laat stappen voordat je zelf instapt, of dat je niet in een korte broek
naar een begrafenis gaat. Andere zijn wel beschreven, bijvoorbeeld in de bijbel: ‘gij zult niet
stelen’. Vaak komen normen en gedragsregels voort uit geloof, tradities en gewoonten.
Rechtsnormen zijn gedragsregels die door de overheid zijn vastgelegd. Het geheel van in
wetten vastgestelde regels noemen we ‘het recht’. Rechtsnormen ontstaan enerzijds om het
maatschappelijke leven geordend te laten verlopen en conflicten op te lossen. Anderzijds
komen rechtsnormen voort uit de waarden en normen die mensen met elkaar delen.
Sommige rechtsnormen kunnen ingaan tegen het gevoel rechtvaardigheid van mensen.
Daarom veranderen rechtsnormen af en toe. Het recht is ook wel in beweging, want wetten
veranderen mee met onze opvattingen.
Om gevoelens van onrechtvaardigheid en mistanden te voorkomen, ontstond ruim 2
eeuwen geleden in sommige landen het idee van een rechtstaat. Een rechtstaat is een staat
waarin burgers door grondrechten worden beschermd tegen het machtsmisbruik en
willekeur van de overheid. In 1789 had de Franse revolutie met veel geweld een einde
gemaakt aan de absolute monarchie, hier heeft de koning alle macht. Burgers kwamen toen
in opstand. In dat jaar werd de ‘verklaring van rechten van de mens en van de burger’
opgesteld, waarbij iedereen gelijke rechten had. Tegenwoordig hebben veel landen een
grondwet waarin staat wat de grondrechten zijn en hoe het land geregeerd moet worden.
De eerste grondwet in Nederland is in 1798 gemaakt.
Een grondwet is geen garantie voor een rechtstaat. Ook dictaturen hebben vaak een
grondwet, maar daarin worden de grondrechten niet gerespecteerd. In een dictatuur
bepaalt een machthebber of een partij in feite wat de regels zijn.
In een rechtstaat gelden rechten en plichten. Deze plichten gelden voor de overheid en de
burgers. Zo geldt voor alle jongeren de leerplicht en heeft de overheid de plicht voor goed
onderwijs. Verder ben je wettelijk verplicht dat je iemand helpt die in levensgevaar zit.
Het publiekrecht regelt de inrichting van de staat en overheid:
- Staatsrecht: bevat alle regels voor inrichting van de Nederlandse staat, zoals
bevoegdheden van ministers, rechten van Kamerleen en hoe je als politieke partij
mee kunt doen aan de verkiezingen
- Bestuursrecht: regelt verhouding tussen burger en overheid. Als je een huis wil
bouwen of café wil beginnen, moet je eerst een vergunning hebben. Het bevat ook
regels die je beschermen tegen de overheid, bijvoorbeeld als de gemeente een weg
wilt aanleggen, mag je daar bezwaar tegen hebben.
- Strafrecht: bestaat uit alle wettelijke regels die aangeven welk gedrag strafbaar is.
Het privaatrecht of burgerlijk recht regelt de betrekkingen tussen burgers onderling. Het
zorgt ervoor dat burgers elkaar rechtvaardig behandelen.
- Personen- en familierecht: regelt zaken zoals huwelijk, echtscheiding, geboorte,
overlijden en het adopteren van kinderen
, - Ondernemingsrecht: bepaalt onder welke voorwaarden je een bedrijf of vereniging
mag oprichten.
- Vermogensrecht: omvat alle zaken die te maken hebben met iemands vermogen.
Bijv. koopovereenkomst, huurovereenkomst of arbeidsovereenkomst, of het
nalatenschap.
2.2:
Het doel van de rechtsstaat is om te zorgen voor de veiligheid van burgers: ze beschermen
tegen de macht van de overheid en ervoor zorgen dat burgers gelijk behandeld worden en in
vrijheid kunnen leven. Deze doelen zijn uitgewerkt in de volgende grondbeginselen:
- Er is sprake van een verdeling van de macht
- Grondrechten zijn vastgesteld in de grondwet
- Door legaliteitsbeginsel mag de overheid alleen beperkingen opleggen aan de vrijheid
van burgers als die beperkingen in wetten zijn vastgesteld.
Het principe van de machtenscheiding of trias politica werd bedacht door de Franse filosoof
Montesquieu (1689-1755). Volgens hem moest de macht van de overheid in 3en worden
verdeeld, zodat niet alle macht in de handen van 1 persoon zouden liggen:
- Wetgevende macht: maakt wetten waaraan burgers en overheid zich moeten
houden, zoals de Leerplichtwet en alle wetten in het Wetboek van Strafrecht.
- Uitvoerende macht: zorgt ervoor dat eenmaal goedgekeurde wetten worden
uitgevoerd, en hiervoor is de regering verantwoordelijk. Leerplichtambtenaren kijken
of ouders, leerlingen en scholen zich aan de leerplichtwet houden.
- Rechterlijke macht: beoordeelt of burgers of machthebbers wetten overtreden en
doen uitspraken in conflicten. Ouders die toestaan dat hun kinderen spijbelen krijgen
een geldboete.
Belangrijkste van de trias politica is dat staatsmachten elkaar controleren en scherp houden.
Als een wetvoorstel strijdig is met het Europese regels, moet de rechter de minister en het
parlement tot orde roepen. Dit evenwicht wordt checks and balances genoemd (checks =
controle, balances = evenwicht). Ook doen sommige ministers wetvoorstellen (wetgevende
macht), maar moeten ze ook zorgen voor de uitvoering van de wet (uitvoerende macht). De
rechterlijke macht is wel alleen.
Het feit dat rechters neutraal en onafhankelijk zijn, zorgt voor bescherming:
- Je kan rekenen op eerlijke rechtspraak, waarin de mening van rechters niet
meespeelt.
- Je wordt beschermd tegen ongeoorloofd optreden of nalatigheid van de overheid.
- Onafhankelijke rechtspraak zorgt ervoor dat mensen geen eigen rechter gaan spelen.
Om hun afhankelijkheid te waarborgen, worden rechters voor het leven benoemd en
kunnen ze dus niet ontslagen worden.
Er zijn 2 soorten grondrechten:
- Klassieke grondrechten: Dit zijn rechten die de overheid moet garanderen, bijv. het
recht op gelijke behandeling, vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, en
het recht op onaantastbaarheid van het lichaam.
- Sociale grondrechten: Deze rechten kan de overheid niet garanderen, maar moet
zich er wel voor inspannen. bijv. het recht op werk, gezondheidszorg, en