Samenvatting
onderzoeksmethodologie
Topic 1: intro academisch onderzoek
Wat is academisch onderzoek?
“Research is a systematic inquiry aimed at providing information to solve
problems.” (Emory, 1985)
“systematic” is hier belangrijk onderzoek is geen willekeurig
proces, onderzoek is een proces dat redelijk goed geijkt staat en dat dus
vaste stappen heeft, vaste procedures die we volgen.
Het eindwerk van onderzoek is een paper, een paper heeft ook bepaalde
layout criteria die standaard er in zitten.
Verschillende vormen van onderzoek
Fundamenteel onderzoek = onderzoek dat erop gericht is om bepalde
theorien te testen, bepaalde vooropgestelde economische banden te
testen, …
Nadruk op theorievorming binnen financieel management
Voorbeeld: Theorievorming rond kapitaalstructuur van een
onderneming. Binnen de kapitaalstructuur heb je 2 grote stromingen:
• Pecking order theorie “natuurlijke volgorde van
financieringsvormen”: stelt dat er een zeer duidelijke rangorde
tussen de vormen van financiering van een onderneming moet zijn
o intern gegenereerde middelen (1) > schuldfinanciering (2)
> extern eigen vermogen (3)
De Pecking order theorie kan getest worden testen of dit gedrag
van toepassing is bij Belgische ondernemingen
• Trade-off theory “Optimale schuldgraad is een afweging”:
Voordelen (ondernemingen kunnen de kosten van interesten
aftrekken voordat ze belastingen moeten betalen) van
schuldfinanciering gaan afwegen tegen de nadelen (te veel
schuldfinanciering kan ervoor zorgen dat je het risico loopt om
insolvent te worden en dit veroorzaakt kosten van fianncial distress)
ervan
Toegepast onderzoek = eerder zeer toegespitst op 1 probleem
, probleemoplossend & beslissingsgericht, hier wordt geen theorie of
economisch verband getest.
voorbeeld: is het voor bedrijf X zinvol om een IPO te doen of niet? En
wat zou dan de prijs moeten zijn van deze IPO?
Consultents zijn enorm veel hiermee bezig
• “Wat verklaart underpricing van IPO’s?” dit is wel een
fundamenteel onderzoek binnen de context van toegepast
onderzoek
Wat is goed onderzoek?
Goed onderzoek?
- Objectief opgebouwd en onderbouwd is
- Refereer naar voorgaand onderzoek om logica op te bouwen
- Documenteer alles duidelijk bij het uitvoeren van de
onderzoeksvraag zorg er dus voor dat het onderzoek
repliceerbaar is
• Zowel nodig voor fundamenteel als toegepast onderzoek!
• Doel wordt zeer duidelijk afgebakend
• Repliceerbaar
o Procedures worden in detail besproken
o Anderen moeten in staat zijn jouw onderzoek te herhalen,
resultaten kunnen worden geverifieerd
• Objectief
o Onderzoeksopbouw (hypothese, steekproef, variabelen)
o Analyse van de resultaten
• Correcte (statistische) analyse
o In functie van het (theoretisch) conceptueel kader
o Op basis van testbare hypotheses
• Conclusies blijven beperkt tot de populatie waarvan de steekproef
representatief is (generaliseerbaar?) denk na over de limitaties
van de conclusies tot waar gelden de conclusies?
Een onderzoeksvraag is altijd relevanter als het een breder
toepassingsgebied heeft.
Voorbeeld: Belgische data gebruiken voor het onderzoek maar de
conclusie geldt voor overal in de wereld, dan heb je meer lezers van
de paper bereikt.
• Correlatie versus causaliteit (wat is verschil?)
Er bestaan ook correlaties die compleet random zijn. Je moet daarom
opletten om van elke correlatie een causaal verband te trekken.
, • Aandacht voor de beperkingen van je onderzoek
Bijna elk onderzoek heeft limitaties belangrijk om zelf in te schatten
wat de beperkingen zijn
o Vaak ten gevolge van datacollectie
• Weinig gegevens, onvoldoende beschikbaar doorheen de
tijd
• Voorbeeld: Omzet van een onderneming met verkort
schema
o Aandacht voor potentiële vertekeningen ten gevolge van deze
beperkingen, (e.g., survivorship bias, selection bias,
endogeneity,…)
Veel redenen voor een vertekening, voorbeelden zijn:
Survivorship bias =
Voorbeeld: sommige bedrijven hoge faillissementskost, die mogen maar
een lage schuldkost hebben volgens de theorie. Al diegene die dan te
veel schulden hebben en effectief failliet gaan zullen dan niet in de
dataset zitten enkel als je werkt met een dataset waarbij je enkel
huidige en bestaande onderneming opneemt die failliete bedrijven
zullen dan buitengesloten worden VERTEKEND BEELD!
Kan je dan het verband onderzoeken tussen kapitaalstructuur (hoeveel
schuldgraad neem ik) en de trade-off theory (als je te veel
faillissementskosten hebt, dan ga je dat niet mogen doen) diegene die
failliet zijn gegaan zitten wel niet meer in de dataset je gaat dan uit
het onderzoek vinden dat de schuldgraad over het algemeen laag is
VERTEKEND BEELD = CONCLUSIES ZIJN VERTEKEND!
Er zijn ook wel onderzoeken waarbij een survivorshipbias geen probleem
veroorzaakt.
Selection bias =
Er zijn geen objectieve selectie voorwaarden om in de dataset aanwezig
te zijn.
Voorbeeld: geinteresseerd in hoe graag de gemiddelde vlaming sport en
om deze te beantwoorden ga je aan de ingang van de fitness staan en
de mensen daar bevragen. Mensen die naar de gym gaan die sporten
graag dus is een selection bias.
Selection bias kan voor problemen zorgen die je niet zal hebben als je de
volledige populatie opneemt in het onderzoek.
Endogeniteit =
Bij een “normale” onderzoeksvraag ga je altijd het verband testen
tussen X en Y. Hier is een derde variabele in het spel. We zien een
verband tussen X en Y maar er is eigenlijk niet een verband tussen
beide, geen causaal verband tussen X en Y. Er is een externe die X
verklaart en Y verklaart waardoor het lijkt dat er een verband is tussen X
, en Y. Die externe variabele verklaart op hetzelfde moment X als Y.
Endogeniteit heeft 3 redenen waarom een correlatie niet per se een
causaal verband is.
Y = afhankelijke variabele
X = onafhankelijke variabele
Als er limitiaties zijn dan betekent dit niet dat je onderzoek waardeloos is
je moet in dat geval duidelijk aangeven wat de limitaties zijn en
vermelden dat je gegeven de beschikbare data die optie niet kan
uitlsluiten en testen.
Opbouw empirisch onderzoek
redelijl belangrijke kader!!
Geeft weer hoe academisch onderzoek eruit ziet.
1: denk na over een onderzoeksvraag
2: positioneer de onderzoeksvraag in de literatuur
3: denk na over de onderzoeksmethode wat is er daar al rond
onderzocht geweest, klopt het dat het antwoord op mijn vraag nog
nergens beschreven staat (= bijdrage aan de literatuur)
deze 3 samen noemt men het conceptueel kader.
4: analyse van de resultaten in stata
5: conclusies trekken en bespreek de beperkingen als die er zouden zijn.
Conceptueel kader
onderzoeksmethodologie
Topic 1: intro academisch onderzoek
Wat is academisch onderzoek?
“Research is a systematic inquiry aimed at providing information to solve
problems.” (Emory, 1985)
“systematic” is hier belangrijk onderzoek is geen willekeurig
proces, onderzoek is een proces dat redelijk goed geijkt staat en dat dus
vaste stappen heeft, vaste procedures die we volgen.
Het eindwerk van onderzoek is een paper, een paper heeft ook bepaalde
layout criteria die standaard er in zitten.
Verschillende vormen van onderzoek
Fundamenteel onderzoek = onderzoek dat erop gericht is om bepalde
theorien te testen, bepaalde vooropgestelde economische banden te
testen, …
Nadruk op theorievorming binnen financieel management
Voorbeeld: Theorievorming rond kapitaalstructuur van een
onderneming. Binnen de kapitaalstructuur heb je 2 grote stromingen:
• Pecking order theorie “natuurlijke volgorde van
financieringsvormen”: stelt dat er een zeer duidelijke rangorde
tussen de vormen van financiering van een onderneming moet zijn
o intern gegenereerde middelen (1) > schuldfinanciering (2)
> extern eigen vermogen (3)
De Pecking order theorie kan getest worden testen of dit gedrag
van toepassing is bij Belgische ondernemingen
• Trade-off theory “Optimale schuldgraad is een afweging”:
Voordelen (ondernemingen kunnen de kosten van interesten
aftrekken voordat ze belastingen moeten betalen) van
schuldfinanciering gaan afwegen tegen de nadelen (te veel
schuldfinanciering kan ervoor zorgen dat je het risico loopt om
insolvent te worden en dit veroorzaakt kosten van fianncial distress)
ervan
Toegepast onderzoek = eerder zeer toegespitst op 1 probleem
, probleemoplossend & beslissingsgericht, hier wordt geen theorie of
economisch verband getest.
voorbeeld: is het voor bedrijf X zinvol om een IPO te doen of niet? En
wat zou dan de prijs moeten zijn van deze IPO?
Consultents zijn enorm veel hiermee bezig
• “Wat verklaart underpricing van IPO’s?” dit is wel een
fundamenteel onderzoek binnen de context van toegepast
onderzoek
Wat is goed onderzoek?
Goed onderzoek?
- Objectief opgebouwd en onderbouwd is
- Refereer naar voorgaand onderzoek om logica op te bouwen
- Documenteer alles duidelijk bij het uitvoeren van de
onderzoeksvraag zorg er dus voor dat het onderzoek
repliceerbaar is
• Zowel nodig voor fundamenteel als toegepast onderzoek!
• Doel wordt zeer duidelijk afgebakend
• Repliceerbaar
o Procedures worden in detail besproken
o Anderen moeten in staat zijn jouw onderzoek te herhalen,
resultaten kunnen worden geverifieerd
• Objectief
o Onderzoeksopbouw (hypothese, steekproef, variabelen)
o Analyse van de resultaten
• Correcte (statistische) analyse
o In functie van het (theoretisch) conceptueel kader
o Op basis van testbare hypotheses
• Conclusies blijven beperkt tot de populatie waarvan de steekproef
representatief is (generaliseerbaar?) denk na over de limitaties
van de conclusies tot waar gelden de conclusies?
Een onderzoeksvraag is altijd relevanter als het een breder
toepassingsgebied heeft.
Voorbeeld: Belgische data gebruiken voor het onderzoek maar de
conclusie geldt voor overal in de wereld, dan heb je meer lezers van
de paper bereikt.
• Correlatie versus causaliteit (wat is verschil?)
Er bestaan ook correlaties die compleet random zijn. Je moet daarom
opletten om van elke correlatie een causaal verband te trekken.
, • Aandacht voor de beperkingen van je onderzoek
Bijna elk onderzoek heeft limitaties belangrijk om zelf in te schatten
wat de beperkingen zijn
o Vaak ten gevolge van datacollectie
• Weinig gegevens, onvoldoende beschikbaar doorheen de
tijd
• Voorbeeld: Omzet van een onderneming met verkort
schema
o Aandacht voor potentiële vertekeningen ten gevolge van deze
beperkingen, (e.g., survivorship bias, selection bias,
endogeneity,…)
Veel redenen voor een vertekening, voorbeelden zijn:
Survivorship bias =
Voorbeeld: sommige bedrijven hoge faillissementskost, die mogen maar
een lage schuldkost hebben volgens de theorie. Al diegene die dan te
veel schulden hebben en effectief failliet gaan zullen dan niet in de
dataset zitten enkel als je werkt met een dataset waarbij je enkel
huidige en bestaande onderneming opneemt die failliete bedrijven
zullen dan buitengesloten worden VERTEKEND BEELD!
Kan je dan het verband onderzoeken tussen kapitaalstructuur (hoeveel
schuldgraad neem ik) en de trade-off theory (als je te veel
faillissementskosten hebt, dan ga je dat niet mogen doen) diegene die
failliet zijn gegaan zitten wel niet meer in de dataset je gaat dan uit
het onderzoek vinden dat de schuldgraad over het algemeen laag is
VERTEKEND BEELD = CONCLUSIES ZIJN VERTEKEND!
Er zijn ook wel onderzoeken waarbij een survivorshipbias geen probleem
veroorzaakt.
Selection bias =
Er zijn geen objectieve selectie voorwaarden om in de dataset aanwezig
te zijn.
Voorbeeld: geinteresseerd in hoe graag de gemiddelde vlaming sport en
om deze te beantwoorden ga je aan de ingang van de fitness staan en
de mensen daar bevragen. Mensen die naar de gym gaan die sporten
graag dus is een selection bias.
Selection bias kan voor problemen zorgen die je niet zal hebben als je de
volledige populatie opneemt in het onderzoek.
Endogeniteit =
Bij een “normale” onderzoeksvraag ga je altijd het verband testen
tussen X en Y. Hier is een derde variabele in het spel. We zien een
verband tussen X en Y maar er is eigenlijk niet een verband tussen
beide, geen causaal verband tussen X en Y. Er is een externe die X
verklaart en Y verklaart waardoor het lijkt dat er een verband is tussen X
, en Y. Die externe variabele verklaart op hetzelfde moment X als Y.
Endogeniteit heeft 3 redenen waarom een correlatie niet per se een
causaal verband is.
Y = afhankelijke variabele
X = onafhankelijke variabele
Als er limitiaties zijn dan betekent dit niet dat je onderzoek waardeloos is
je moet in dat geval duidelijk aangeven wat de limitaties zijn en
vermelden dat je gegeven de beschikbare data die optie niet kan
uitlsluiten en testen.
Opbouw empirisch onderzoek
redelijl belangrijke kader!!
Geeft weer hoe academisch onderzoek eruit ziet.
1: denk na over een onderzoeksvraag
2: positioneer de onderzoeksvraag in de literatuur
3: denk na over de onderzoeksmethode wat is er daar al rond
onderzocht geweest, klopt het dat het antwoord op mijn vraag nog
nergens beschreven staat (= bijdrage aan de literatuur)
deze 3 samen noemt men het conceptueel kader.
4: analyse van de resultaten in stata
5: conclusies trekken en bespreek de beperkingen als die er zouden zijn.
Conceptueel kader