law and morals
Leesvragen kunnen vragen zijn op het examen!!!!
Scheiding Recht (= wat is) en moraal (= wat zou moeten zijn)
1. Welke fout maken de critici van het rechtspositivisme volgens Hart?
Critici gooien verschillende ideeën die onder de noemer positivisme vallen
op één hoop. Hart zegt dat ze niet onderscheiden tussen:
(a) het scheiden van recht en moraal,
(b) de bevelstheorie van Austin (recht = bevelen met sancties),
(c) het belang van analytische rechtsfilosofie.
Daardoor denken critici dat als de bevelstheorie fout is, ook de scheiding
van recht en moraal fout moet zijn – wat volgens Hart een vergissing is.
2. Welke drie kritieken onderscheidt Hart op het rechtspositivisme?
Hart bespreekt drie soorten kritiek:
De bevelstheorie is te simplistisch: recht is niet simpelweg bevel +
sanctie (Austin’s “gunman theory”).
wetten hebben een kern van betekenis, maar ook randgevallen die keuze
vereisen. Critici zeggen dat hier moraal altijd binnensluipt.
De nazi-ervaring: de scheiding tussen recht en moraal zou gevaarlijk zijn
omdat het leidde tot gehoorzaamheid aan onrechtvaardige wetten.
3. Welke auteurs bespreekt Hart als rechtspositivisten (die hij soms ook
‘Utilitarians’ noemt)?
Hart bespreekt vooral:
(a) Jeremy Bentham
(b) John Austin
Daarnaast verwijst hij naar Oliver Wendell Holmes (meer modern, VS), en
ook N. St. John Green en Gray.
4. Wat is volgens Hart de kern van rechtspositivisme, en hoe verschilt
het van wat hij het positivisme van wat hij de ‘Utitilitarians’ (met
name Austin) noemt?
, Kern van rechtspositivisme (in Hart’s visie): er is geen noodzakelijk
verband tussen recht en moraal. Een regel kan rechtsgeldig zijn, ook al is
ze moreel slecht.
Bij de Utilitarians (Bentham/Austin): ze koppelden dit aan hun eigen
theorieën (beveltheorie, utilitarisme). Hart neemt afstand van de
beveltheorie, maar verdedigt wel de scheidingsthese.
5. Wat is volgens Hart analytische rechtsfilosofie?
Analytische rechtsfilosofie = een analyse van de betekenis van juridische
concepten en termen (zoals “recht”, “plicht”, “bevoegdheid”), los van
historische, sociologische of morele studies.
Het gaat om duidelijkheid in de taal van het recht, niet om
waardeoordelen.
Hart benadrukt dat dit nuttig en noodzakelijk is, maar vaak door critici
wordt verward met morele of sociologische vragen.
6. Waarom is Austin’s beveltheorie van recht volgens Hart een
‘rovertheorie’ (gunman theory)?
Austin: recht = bevel van de soeverein, met dreiging van sanctie.
Hart: dit lijkt op de situatie van een overvaller (“your money or your life”)
→ een bevel met dwang.
Probleem: dit geeft een verkeerd beeld van recht, want wetten zijn niet
simpelweg dwangbevelen; ze zijn ingebed in een systeem van regels die
ook bevoegdheden geven.
7. Waarom valt Austin’s beveltheorie moeilijk toe te passen in een
democratie?
Austin zegt: wet komt van een “soeverein” die gewoonlijk wordt
gehoorzaamd.
In een democratie: wetgevers wisselen, er is geen vaste persoon of
groep die permanent gehoorzaamheid krijgt.
Bovendien gehoorzaamt “het volk” via verkiezingen eigenlijk zichzelf →
het idee van een bevelgever buiten de wet werkt dan niet.
8. Wat is volgens Hart de kritiek van juristen van het Europese
continent op de beveltheorie?
Continentale juristen wezen erop dat de bevelstheorie geen plaats laat
voor rechten.