Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 5 pages
Summary

Samenvatting Monitoraat 2 Grondwettelijk recht | Staatshervorming & Bevoegdheidsverdeling | KU Leuven

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 5 pages

Dit monitoraatmateriaal voor Grondwettelijk recht aan KU Leuven behandelt staatshervorming en bevoegdheidsverdeling in België. Het bevat actualiteitsvragen over staatshervorming, een overzicht van alle staatshervormingen, meerkeuzevragen over constitutieve autonomie en bevoegdheidsverdeling, en casusanalyses. Het document helpt je de verticale organisatie van bevoegdheden tussen federaal niveau en deelstaten te begrijpen en biedt oefenmateriaal voor tentamenvoorbereiding.

Content preview

GRONDWETTELIJK RECHT: MONITORAAT 2.
STAATSHERVORMING EN BEVOEGDHEIDSVERDELING
Opdracht 1. Actualiteit
Lees het krantenartikel “Uitstel maar geen afstel: premier Bart De Wever bereidt
staatshervorming” uit de Standaard en beantwoord de volgende vragen.
1. Het artikel handelt over een mogelijke staatshervorming in de toekomst.
Welke meerderheid moet de premier bereiken vooraleer een
staatshervorming kan worden doorgevoerd? In welke bepaling(en) (van de
Grondwet) vindt men deze meerderheid terug?
Hiervoor is een tweederdemeerderheid nodig, en dat is bepaald in artikel
195 GW (bevat aanwezigheidsquorum en meerderheidsquorum) en artikel
4 GW (bevat aanwezigheidsquorum een meerderheidsquorum)
=> verschil tussen de 2 artikelen? Bij art 4 is het gewone aanwezigheid
van de helft en bij art 195 is het voor beide tweederdemeerderheid

2. In het verleden werden er staatshervormingen doorgevoerd zonder deze
vereiste meerderheid. Hoe noemt men deze techniek? Welke
staatshervormingen werden er doorgevoerd zonder grondwetswijziging?
Deconstitutionalisering => staatshervorming doorvoeren zonder
grondwetswijziging (zonder het respecteren van art 195 GW)
=> staatshervorming zonder respecteren van art 195 GW? De 5 e
staatshervorming

3. In het artikel wordt gesproken over een “asymmetrisch beleid” van
bevoegdheden. Wat houdt dit in? Welke concrete voorbeelden worden er
besproken in het artikel?
Verwijst naar beleidsmaatregelen die verschillen tussen de gewesten,
aangepast aan hun specifieke noden, binnen het bestaande institutionele
kader.


Opdracht 2. Overzicht staatshervormingen
Maak een overzicht/tijdslijn van de verschillende staatshervormingen en noteer
voor elke staatshervorming de belangrijkste wijzigingen.
Zie ppt
Opdracht 3. Meerkeuzevragen
1. Welke van de onderstaande stellingen is juist?
A. Op grond van de constitutieve autonomie, kan het Vlaams
Parlement middels een decreet het aantal leden van het
parlement bepalen.
=> constitutieve autonomie = autonomie met betrekking tot de werking
van de regering en het parlement bepalen (gemeenschappen en gewesten
kunnen eigen instellingen organiseren) ; Art 24 BWHI


1

, B. De bepaling van een categorie belastingplichtigen kan nooit aan de Koning
worden gedelegeerd.
=> dit kan wel in uitzonderlijke gevallen
C. De Duitstalige gemeenschap is bevoegd voor de taalregeling in
bestuurszaken binnen het Duitstalig grondgebied.
=> (art 130, bolletje 5 GW) gebruik van talen in onderwijs door de
overheid.
=> residuaire bevoegdheden (= bevoegdheden die federale overheid
heeft, die niet uitgedeeld zijn) ; op grond van residuaire bevoegdheden is
die bevoegdheid aan de federale overheid gegeven (art 35 GW)
D. Alle voorgaande stellingen zijn fout.


2. Welke van de onderstaande stellingen is fout?
A. Jan mag zijn buurvrouw, minister van Energie, mevrouw Tinne Van der
Straeten dagvaarden voor de vrederechter wegens burenhinder.
B. De parlementaire onverantwoordelijkheid, verzet zich ertegen dat
een burger zonder verlof van de kamer, tijdens de zitting van het
Parlement een volksvertegenwoordiger voor de correctionele
rechtbank kan dagvaarden.
=> parlementaire onverantwoordelijkheid en parlementaire wordt hier
door elkaar gehaald.
C. Het Grondwettelijk Hof meent dat het EVRM geen voorrang heeft op de
Grondwet.
=> voor GWH gaat grondwet altijd voor, behalve voor het internationaal
recht
D. In België geldt het verticaliteitsbeginsel. De beperkt of oneigenlijk
concurrerende bevoegdheid vormen daar een uitzondering op.


3. Welke van de onderstaande stellingen is juist?
A. Het Vlaams Gewest is bevoegd voor de windmolens op de Noordzee.
=> Federaal, omdat het internationaal territorium is
B. De federale overheid is bevoegd voor de gesloten jeugdcentra.
=> bevoegdheid van de gemeenschappen
C. De federale overheid is bevoegd voor de uitbating van alle luchthavens
binnen België.
=> Enkel voor de luchthaven van Zaventem
D. Alle voorgaande stellingen zijn fout.


2

Document information

Study
Uploaded on
August 19, 2026
Number of pages
5
Written in
2024/2025
Type
Summary
$6.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
32
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions