Casus 1. Sedert de teerbeminde Rudy Verboven op met pensioen ging, is de stad Damme
op zoek naar een nieuwe financieel directeur. Deze legt zich onder meer toe op het voeren en het
afsluiten van de boekhouding, het verzorgen van de financiële analyse en het thesauriebeheer
van de stad. Artikel 167 van het Decreet Lokaal Bestuur stelt over die aanstelling uitdrukkelijk:
"De gemeenteraad stelt de algemeen directeur en de financieel directeur aan binnen zes
maanden nadat het ambt vacant is geworden. Die termijn kan eenmaal worden verlengd met
maximaal zes maanden, als de wervings- of bevorderingsprocedure is opgestart of als die
procedure geen geslaagde kandidaat heeft opgeleverd."
Simon Depauw, net afgestudeerd als TEW’er, krijgt lucht van de openstaande vacature. Hij stuurt
prompt zijn kandidatuur in. Hij is echter niet de enige: zeven andere geïnteresseerden wagen
eveneens hun kans. Het aantrekkelijk loon gecombineerd met gunstige werkuren én een
idyllische ligging maken de job bijzonder gegeerd. Om de kandidaten te beoordelen wordt er een
jury samengesteld. Deze bestaat uit de voorzitter van de OCMW-raad, twee leden van het college
van burgemeester en schepenen, de vast aangestelde advocaat van de gemeente en de voorzitter
van de gemeenteraad. Simon verschijnt op 5 september 2024 voor deze jury en licht zijn cv en
motivatiebrief uitvoerig toe. Hij verlaat de zitting met een goed gevoel, al kan hij uiteraard niet
in de kaarten van de juryleden kijken.
Op 10 oktober 2024 ontvangt Simon via zijn e-Box het verdict: diezelfde dag heeft de jury beslist
om een andere kandidaat aan te werven. Hij is met verstomming geslagen. Niet alleen had hij
deze uitkomst totaal niet verwacht, hij fronst bovendien de wenkbrauwen bij het feit dat de jury
zélf de beslissing zou hebben genomen.
Jij bent advocaat in het publiekrecht. De dag na ontvangst van de beslissing zit Simon in je
kantoor met de vraag of hij hiertegen iets kan ondernemen. Wat kan je hem vertellen? Leg uit en
verwijs naar de relevante rechtsgrond(en).
Welke norm is het probleem? Wat gaan we aanvechten? => beslissing van de jury
Het gaat om een administratieve rechtshandeling (beslissing administratieve overheid)
We gaan naar de Raad van State om een annulatieberoep in te dienen
Op basis waarvan willen we vernietigen? => art 167 DLB bepaald dat gemeente bevoegd is, en niet de
jury
Annulatieberoep kan op basis van 3 gronden ingesteld worden (algemeen)
o 1 Bevoegdheidsoverschrijding => is hier de juiste
o 2 Machtsafwending
o 3 Overtreding norm
Er is een termijn van 60 dagen vanaf bekendmaking van de beslissing
Wie kan dat annulatieberoep instellen? => elke belanghebbende (Simon kan dat hier)
Het gevolg is nietigverklaring van de beslissing
Dus, Simon kan best een annulatieberoep instellen bij de Raad van State
, Casus 2. Benny, een inwoner van de stad Brugge, heeft al sinds zijn kindertijd een
verlamming aan zijn rechterarm. In zijn streven naar maximale zelfstandigheid en mobiliteit,
koopt hij in 2023 een aangepaste auto. Zijn oog valt op een kampeerauto van het type Mercedes
G6150, die meer dan 3,5 ton weegt.
Op 22 november 2024 neemt de stad Brugge een reglement aan waarbij auto’s en andere
voertuigen die meer dan 3 ton wegen vanaf 1 november 2025 niet meer de binnenstad in
mogen. Ook de straat van Benny wordt getroffen door het verbod. Voor Benny vormt dit
uiteraard een groot probleem, aangezien hij voortaan zijn huis niet meer zo vlot kan bereiken.
Kan Benny iets ondernemen tegen het verbod? Leg uit en verwijs naar de relevante
rechtsgrond(en).
Het probleem is het reglement van de stad Brugge.
We gaan exceptie van illegaliteit vragen (art 159 GW) bij de gewone rechter
Het lokaal reglement schendt VN-verdrag ter zake van mensen met een beperking
(gewone rechter kan niet toetsen aan GW of bijzondere wetten)
Er geldt geen termijn, en de sanctie is niet-toepassing
Dus, Benny kan naar de gewone rechter en kan niet-toepassing van het reglement vragen