Rusten en slapen
1. Algemene kennis
1.1 Slaap – waak ritme
De biologische klok genereert zelf een zich herhalende patroon met een periode van ongeveer 24
uur ( circadiaanse ritme). Het slaap-waak ritme wordt bijgesteld door de licht- donkerinformatie uit
de omgeving die via de ogen de hersenen bereikt. De biologische klok geeft vervolgens door aan het
lichaam hoe laat het is. Daardoor kunnen allerlei processen zowel:
o Fysiologisch ( verandering in de hormoonconcentratie waarin het hormoon melatonine een sleutelrol
speelt)
Lichaamstemperatuur
hartfrequentie
o Psychologische ( cognitief functioneren)
In het lichaam worden afgestemd op 24 uursvariatie in de omgeving. De biologische klok heeft ook
een invloed op de timing van slaap:
o Bepaald de voorkeurtijd voor de slaap
Die invloed is groot genoeg om ervoor dat de meeste mensen s’ nachts slapen, maar de invloed is
zodanig klein dat de nodige flexibiliteit bestaat af en toe s’ nachts wakker te blijven of overdag te
slapen
1.2 Slaapfasen en – cycli
Bij een normale slaap doorloopt men 5 slaapstadia, namelijk 4 stadia van achtereenvolgens dieper
wordende slaap ( non – rem – slaap) en een vijfde stadium ( REM- slaap)
De opeenvolging van lichte slaap naar diepe slaap en droomslaap noemt men slaapcyclus
Stadia 1: het in slaap vallen
Stadia 2: lichte slaap : ongeveer helft van de slaap bestaat uit lichte slaap
o Hersenactiviteit neemt af ten opzichte van de waaktoestand
o Gemakkelijke gewekt worden
Stadia 3 en 4: diepe slaap: ongeveer een kwart van de slaap bestaat uit diepe slaap
o Hersenactiviteit vertraag verder -> tal van herstelprocessen
De aanmaak van groeihormoon
o AH langzamer en regelmatig
o Bloeddruk, lichaamstemperatuur en hartslag vertragen
Stadia 5: droomslaap of REM – slaap: ongeveer een kwart van de slaap bestaat uit REM -
slaap
o Hersenactiviteit hoog
o Snelle bewegingen ( oog onder gesloten oogleden)
o Onregelmatig AH
o Dromen
o Plotselinge spiercontracties in de extremiteiten en het gezicht
1