VERBINTENISSENRECHT
INLEIDING
SITUERING VAN HET VAK IN DE OPLEIDING
VERBINTENISSENRECHT
= gemeen recht, in hoofdzaak voor het brede privaatrecht
= privaatrecht (relaties tussen burgers onderling = verbintenissenrecht) publiek recht (relaties tussen burgers en
overheden en tussen overheden onderling)
Vele raakvlakken tussen de 2 omdat het gemeenrecht is (bv. Overheidsaansprakelijkheid,
goederenrecht, OH contracten, vertrouwensleer, mensenrechten)
= gaat over schulden en schuldvorderingen met SE en SA/afdwingbare aanspraken tussen SE-SA en hoe ze
ontstaan
= begrippen en beginselen zijn de fundamenten voor het op te trekken gebouw (basis voor bv. voor GBO,
economisch en vennootschapsrecht, …).
= ook verdieping in mastervakken: Foundations of Private Law, Verbintenissenrecht in de onderneming,
Schadeloosstellingsrecht, Bewijsrecht, Consumentenrecht...
We kijken enkel naar ‘vermogensrechtelijke ( = afdwingbare) verbintenissen’
Verbintenissenrecht is ‘vermogensrecht’ (passief vermogen (zijde van de SN) actief vermogen (zijde van SE))
Net als goederenrecht, BO, ondernemingsrecht, arbeidsrecht, verzekeringsrecht, …
= gemeen recht: overeenkomstig van toepassing op andere Verb. art. 5.13 BW
• 270 artikels: bevatten ‘gemeen verbintenissenrecht’: Art. 5.1-5.270 BW
= overstijgt het burgerlijk recht of privaatrecht (zie art. 1.1 BW) want:
• Raakvlakken met Publiek Recht
• Nauw verweven met brede Economisch Recht (ondernemingsrecht, vennootschapsrecht,
consumentenrecht, insolventierecht, verzekeringsrecht)
§1 WETTELIJK KADER VAN HET VERBINTENISSENRECHT
Voor 1/1/2023: het Oud BW (art. 1101-1386bis OBW)
• De Code Napoléon van 1804 is verouderd; inhoudelijk onvolledig; onoverzichtelijk en weinig
toegankelijk
• Biedt niet meer het beeld van het geldend recht dat evolueerde, maar evoluties waren enkel in de RS
en rechtsleer te vinden
➔ Rechtszekerheid kwam in het gedrang: geldend recht was niet meer ‘toegankelijk’ en niet meer
‘voorspelbaar’.
o Gaten in het oud BW (vb. ENAC stond bij de koop: gat in het verbintenissenrecht) en
gebrek aan transparantie en coherentie
o Het geldend recht was nergens gecodificeerd -> je moest het zoeken in arresten etc. (heel
moeilijk)
o Niet voorspelbaar -> ene arrest was nog niet vaste rechtspraak en het ander ineens wel
Vanaf september 2015: toenmalige Minister van Justitie, Koen Geens, lanceerde hercodificatie van het OBW met de
Franse hervorming van 2016 als trigger
1
,2
(Nieuw) BW is ingevoerd bij wet van 13 april 2019 en bevat intussen de meerderheid van de 10 boeken
• Boek 1. Algemene bepalingen (inwerkingtreding: 1/1/2023)
o Art. 1.3 – 1.6, 1.8, 1.10, 1.12 BW (artikels oorspronkelijk in Boek 5)
• Boek 2. Personen, familie en relatievermogensrecht (inwerkingtreding relatie-vermogensrecht:
1/7/2022)
• Boek 3. Goederen (inwerkingtreding: 1/9/2021)
• Boek 4. Nalatenschappen, schenkingen en testamenten (inwerkingtreding: 1/7/2022)
• Boek 5. Verbintenissen (inwerkingtreding: 1/1/2023)
• Boek 6. Buitencontractuele aansprakelijkheid (inwerkingtreding: 1/1/2025)
• Boek 7. Bijzondere contracten (work in progress)
• Boek 8. Bewijs (inwerkingtreding: 1/11/2020)
• Boek 9. Zekerheden (work in progress)
• Boek 10. Verjaring (work in progress)
Overgangsrecht: vereenvoudigd weergegeven voor contracten, maar ze gelden voor rechtshandelingen en rechtsfeiten
• Boek 5 is NIET van toepassing (tenzij andere afspraak tussen partijen):
o op ‘oude contracten’ (gesloten voor 1/1/2023);
o rechtsgevolgen van oude contracten die intreden na 1/1/2023;
o rechtshandelingen gesteld na 1/1/2023 maar die betrekking heeft op oud contract (bv. betaling of
opzegging).
• Boek 5 is WEL van toepassing:
o op ‘nieuwe contracten’ (gesloten op of na 1/1/2023);
o onder het nieuw recht vallen kan voordelen hebben, u kan in uw oud contract al aangeven dat u het contract
wil vernieuwen bij een nieuwe wetgeving
o als de omstandigheden waarin het contract is opgesteld veranderen en de SA het moeilijker krijgt te
presteren kan de rechter dit contract aanpassen/nietigen… (idk IRW) = imprevisie
-> verandering van omstandigheden art. 5.74 BW
2
,3
➔ Oud en nieuw recht blijven bestaan: soort ‘cohabitation’, maar niet problematisch want Boek 5 verankert
nieuwigheden uit recente oude recht + rechters inspireren zich aan nieuwe
• Cohabitation: 2 systemen blijven van kracht
o Complex, maar niet problematisch
o Nieuw recht is grotendeels een codificatie van het oude recht
o Het zoekt aansluiten bij het recht dat al gold (verankering, bevestiging, verfijning)
• De rechtsspraak is al gekeerd: groeit naar elkaar toe -> oud recht gaat ten stille dood
DOELSTELLINGEN VAN BOEK 5 MODERNISERING EN HERKENBAARHEID
Aan de hand van 3 krachtlijnen:
• rechtszekerheid bieden en meer voorspelbaarheid: door het recente geldende recht uit in RS en RL – de
verworvenheden – wettelijk te verankeren, maar ook geldend recht aan te vullen en te vernieuwen en
discussies te beslechten waar nodig.
• toegankelijkheid versterken: door het nastreven van een coherenter en overzichtelijker geheel: o.a.
door hoofding per artikel, inleidende overzichten, vereenvoudiging inhoud, nieuwe structuur en
moderne taal
• oog hebben voor maatwerk + proportionaliteit ➔ nieuw evenwicht instellen: tussen de versterking van
de wilsautonomie en de versterking van de bescherming van de zwakkere partij.
Bv. Boek 5 = aanvullend recht, tenzij uit de tekst of de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een
karakter van dwingend recht of van openbare orde hebben (art. 5.3 BW).
Bv. buitengerechtelijke sancties, maar controle nadien door de rechter (art. 5.94 BW); Bv.
gedeeltelijke nietigheid (art. 5.63 BW); prijsvermindering (art. 5.97 BW)
Extra voorbeelden:
• Verworvenheden uit vaste RS. worden wettelijk verankerd (bv. uitzonderingen op voorafgaande
ingebrekestelling; verbintenis uit eenzijdige rechtshandeling; verrijking zonder oorzaak, enac…)
• Aanvullingen worden opgenomen voor ontbrekende figuren/regels die RS en RL al kenden (bv. voor
de precontractuele fase, regels over aanvaarding van algemene voorwaarden, …)
• Innovaties (zoals anticipatieve enac., imprevisieregels met aanpassingsbevoegdheid voor de
rechter) zijn vaak geïnspireerd:
o uit de rechtsvergelijking (bv. Franse C. civ., NBW, BGB)
o internationale en Europese instrumenten (bv. Weens Koopverdrag, DCFR)
Vb van vernieuwing:
• anticipatieve ENAC, ontbinding (als je vreest dat je tegenpartij zijn deel niet nakomt al op
voorhand opzeggen)
o Als partijen iets niet willen (zoals anticipatieve ENAC) vermeld dat zelf in hun contract dat
dat niet mogelijk is
• Modernere taal: bv. goede pater famillia -> zorgvuldige en redelijke persoon
• MAAR als een SE ‘wapens’ krijgt dan kan de rechter achteraf altijd controle uitvoeren met een 5- tal
instrumenten (Rechtmatigheidstoest = toetsen aan rechtsmisbruik)
o wapens zoals ancticipatieve sancties…
o erkenning van de partij beslissing
o gedeeltelijke nietigheid
3
, 4
o prijsvermindering
o ….
§2 DE VERBINTENIS
A. DEFINITIE
Art. 5.1. Verbintenis
Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een
schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen.
Art. 5.2. Natuurlijke verbintenis
De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden
afgedwongen. Restitutie is niet mogelijk voor een natuurlijke verbintenis die zonder
vergissing of dwang werd
nagekomen.
De erkenning, zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke verbintenis doet een verbintenis ontstaan.
Analyse van de (vermogensrechtelijke of juridische) verbintenis
= rechtsband nodig tussen 2 of méér personen (minstens een SE en een SA)
• Actief zijde : SE
• Passief zijde: SA
o (je mag SE en SA als afk gebruiken op het examen)
= door de wet erkend (zie bronnen: art. 5.3)
= ontstaan uit een menselijk handelen (een rechtshandeling of een ander menselijk gedrag om rechtsgevolgen te beogen of net niet)
of uit de wet
zodat de SE aanspraken/eisen aan de SA kan doen gelden
die in geld waardeerbaar zijn
die juridisch en, zo nodig in rechte, afdwingbaar zijn
o Als je een verbintenis maakt dan krijg je verbintenis gevende kracht => obligatoire kracht (je
bent verbonden, je moet presteren)
o Voorwerp van de verbintenis is altijd een prestatie
• soms is elke partij SE én SA
→ wanneer er meerdere verbintenissen
ontstaan tussen hen (niet bij eenzijdige
contracten)
• bv. wederkerig contract, zoals koop, arbeidscontract, huur, … = verhuurder kan aanspraak doen op betaling van de huur, huurder kan aanspraak doen op
rust & genot van het huurgoed
→ Verkoper is SE van betalingsverbintenis
→ Verkoper is SA van leveringsverbintenis
➔ Wederkerige verbintenissen: Er ontstaan verbintenissen aan wederzijden = wederzijds én samenhangend
➔ slachtoffer van onrechtmatige daad kan schadeherstel eisen (in geld of in natura)
Stel 1 partij komt zijn prestatie niet na: ENAC (opschorting) = verweermiddel
B. KENMERKEN
4