Financiele Rekenkunde
Examenvragen en kernleerstof, geordend per hoofdstuk
Universiteit Gent
Handelswetenschappen, derde bachelor
Echte en gereconstrueerde examenvragen met correcte antwoorden
Examenvragen 2011 tot en met januari 2026
Gebaseerd op 26.138 uitgelezen Discord-berichten
Antwoorden waar mogelijk gebaseerd op de modeloplossingen van prof. P. Carette
Examenfocus Financiele Rekenkunde 1
,Hoe gebruik je dit document?
Dit is geen samenvatting. Het draait om examenvragen: zoveel mogelijk echte en gereconstrueerde vragen met een
volledig uitgewerkt antwoord, geordend per hoofdstuk. De theorie staat erbij, maar beknopt. Verhouding ongeveer
20% theorie en 80% vragen.
Financiele Rekenkunde is een rekenvak. Een eindantwoord zonder redenering levert geen punten op, dat staat
letterlijk op de examenbundel. Elk antwoord hieronder toont daarom de formule, de ingevulde formule, de
tussenstappen en pas dan het resultaat. Waar de prof een tijdlijn vraagt, staat die beschreven.
De belangrijkste bron zijn de modeloplossingen van de prof zelf. Voor bijna elke zittijd sinds 2021-2022 bestaat er
een. Waar die er is, staat het antwoord vast. Waar die er niet is, komt het antwoord uit de post-examen-discussie en
staat de betrouwbaarheid erbij.
Leeswijzer van de kleuren: rood is een examenvraag, groen het uitgewerkte antwoord, blauw de theorie die je nodig
hebt, geel een valkuil of tip, grijs wat studenten na afloop over die vraag zeiden.
Achteraan vind je vier dingen die je best als laatste doorneemt: alle bewijzen volledig uitgeschreven, de
reconstructie per zittijd in examenvolgorde, het volledige formularium met de betekenis van elk symbool, en de
valkuilen met het glossarium.
De tabel op de volgende pagina toont welke thema's het vaakst terugkomen. De frequentie is berekend als het
aantal zittijden waarin het thema voorkwam, gedeeld door het aantal uitgelezen zittijden.
Examenfocus Financiele Rekenkunde 2
,Thema-frequentietabel
Deze frequentietabel is opgebouwd uit 13 volledig uitgelezen examens met modeloplossing van de prof, 8 oudere
examenbundels en 9 post-examen-reconstructies. De frequentie is het aantal zittijden waarin het thema minstens
een vraag opleverde, gedeeld door het aantal uitgelezen zittijden.
Thema Hoe vaak Prioriteit Waarover ging het
Obligaties: koers, waarde, ██████████ MUST KNOW Koerswaarde, netto boekwaarde,
rendement 20/21 nettorendement, lineaire interpolatie, a pari
of met premie
Annuiteiten: constant en █████████░ MUST KNOW Pensioensparen, terugverdientijd
veranderlijk 19/21 zonnepanelen, meetkundige rij met reden q
Leningen: aflossingstabel ████████░░ MUST KNOW Constante annuiteiten, constante
17/21 kapitaalaflossingen, f , r , A , B , V
t t t t t
Bewijzen uit de cursus ███████░░░ MUST KNOW Meetkundige rij van f , aanvangs- en
t
15/21 slotwaarde, dalend of stijgend en convex
Equivalente rentevoeten ██████░░░░ Hoge prio i, j(m), r(m), omzetten en vergelijken; i > j(m)
13/21 als m > 1
Meerkeuze en juist of fout █████░░░░░ Hoge prio Vijf stellingen met giscorrectie; verbanden
11/21 tussen a, ä, s, s̈ en tussen P en P x x+1
Enkelvoudige intrest en █████░░░░░ Hoge prio Wissel, discontovoet d, bankiersregel met 360
disconto 10/21 dagen, dagnummertabel
Terugverdientijd van een ████░░░░░░ Hoge prio Zonnepanelen, warmtepomp: meetkundige
investering 9/21 annuiteit gelijkstellen aan de investering
Gemiddelde vervaldag ███░░░░░░░ Middelgroot Vergelijking van gelijkwaardige
7/21 kapitaalwaarden oplossen naar t 0
Reconstitutie ██░░░░░░░░ Middelgroot Remuneratieve i en reproductieve i', f , RF
5/21 reconstitutievoet
Perpetuiteit ██░░░░░░░░ Middelgroot a = 1/i en ä = 1/d, fonds voor een
∞|i ∞|i
4/21 eeuwigdurende prijs
Schrikkeljaar en dagtelling █░░░░░░░░░ Klein maar j(366)/366, dagnummertabel plus een dag
3/21 puntenpakker vanaf 1 maart
Lees de tabel zo: alles wat MUST KNOW is, kwam in minstens drie kwart van de uitgelezen zittijden voor. Obligaties en
annuiteiten samen zijn goed voor ongeveer de helft van de punten.
Examenfocus Financiele Rekenkunde 3
, Hoofdstuk 1. Enkelvoudige intrest en disconto
Enkelvoudige intrest wordt berekend op de beginwaarde, nooit op de reeds verworven intrest. Dat is het verschil
met samengestelde intrest. In de praktijk gebruik je enkelvoudige intrest enkel voor korte periodes: wissels,
overbruggingskredieten, disconto bij de bank en de verlopen rente sinds de laatste coupon van een obligatie.
THEORIE
Kernformules enkelvoudige intrest
I = k · i · t met k de beginwaarde, i de intrestvoet per periode en t de tijd in periodes.
K = k(1 + i·t) is de eindwaarde of vervalwaarde.
Kernformules enkelvoudig disconto
D = K · d · t is het disconto, berekend op de EINDWAARDE K (niet op k).
k = K(1 − d·t) is het bedrag dat de bank vandaag uitbetaalt.
Daaruit volgt: d = (1 − k/K)/t en K = D/(d·t).
Verband tussen i en d
i = d/(1 − d) en d = i/(1 + i). Steeds geldt i > d.
Dagtelling
Bankiersregel: t = d/360 met d het exacte aantal dagen. Dat is de standaard als er niets anders vermeld staat.
Gewone intrest deelt door 360, exacte intrest door 365.
De dagnummertabel staat op het formularium. In een schrikkeljaar tel je bij elk dagnummer vanaf 1 maart
een dag bij.
TIP
De klassieke fout: disconto berekenen op k in plaats van op K. D = K·d·t, dus je vertrekt van de vervalwaarde.
Bij "welk bedrag betaal je op vervaldag terug" zoek je K, niet k.
VRAAG
Vraag 1.1
Examen 2023-2024 zittijd 1, 20 januari 2024 (modeloplossing van de prof, vraag 5a)
Een wissel ter waarde van € 500 vervalt over exact 6 maanden. De bank is vandaag bereid om er € 480 voor
te betalen. Hoeveel bedraagt de door de bank gehanteerde enkelvoudige discontovoet?
Examenfocus Financiele Rekenkunde 4