Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 56 pages
Summary

Volledige samenvatting Bioinformatica-2026

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 56 pages

Deze samenvatting omvat alle leerstof voor het examen bioinformatica. Dit document is gebaseerd op de gegeven slides en de volledige Syllabus.

Content preview

Bioinformatics
Moore’s law: computer met meer capaciteitskracht voor dezelfde kostà toename van
rekenkracht met prijs (slimmer omgaan met bepaalde algorithmes).
à referentiegenoom: kijken naar is er een verschil met genoom van individu.


2: Computer science background
1. Databases
File-based storage: structuur is volledig gebaseerd op de creator
à verschillende datasets kunnen afwijken van elkaar

Relational databases: Een relationele database organiseert gegevens in tabellen die met
elkaar in verbinding (relatie) kunnen staan.

n Tabellen: hierin worden gegevens opgeslagen
n Rijen: elke rij vertegenwoordigt één specifiek item of persoon (bijv. één
specifieke student).
n Kolommen: Elke kolom bevat een specifiek kenmerk van dat item
n Keys:
à primary key (PK): Een unieke identificatie voor elke rij
à Foreign key (FK): Een sleutel die verwijst naar de Primary Key van een andere
tabel om een koppelvlak te maken.
n Relationships: De lijnen tussen tabellen geven aan hoe gegevens samenhangen
n Structured Query Language (SQL): De standaardtijd/taal die gebruikt wordt om
gegevens op te vragen, in te voeren, te wijzigen of te verwijderen uit een
relationele database.

Populaire relationale databasesysteem-voorbeelden: MySQL; PostgreSQL, SQLite, Oracle

NoSQL databases
NoSQL ("Not Only SQL") databases zijn ontworpen om gegevens te verwerken die niet
netjes in traditionele rijen en kolommen passen (zoals grote hoeveelheden
ongestructureerde tekst, JSON-documenten, netwerken/grafen of real-time datastreams).

Belangrijkste kenmerken:

- Schema flexibility
- Veriety of data models
- Scalability (makkelijk servers aan toe te voegen)
- Performance (geoptimaliseerd voor grote heoveelheden data te verwerken)
- Unstructured and semi-structured data
- Distributed architecture: gebouwd om over meerdere computers/ servers tegelijk
te draaien
- Specific use cases: ideaal voor specifieke toepassingen

, 2. Algorithms
à Input: data en de definitie van een probleem
à proces: het algoritme (de logische stappen die de computer uitvoert)
à output: de oplossing van het probleem

Algoritme= een proces of een reeks regels die stap voor stap worden gevolgd bij
berekeningen of het oplossen van een probleem.
à is een stappenplan om een probleem op te lossen

n Traditionele algoritmes
à Dit zijn procedures en regels die expliciet door een software engineer
geschreven zijn.
à de programmeur bedenkt vooraf elke stap en instructie
n Zelflerende algoritmes
à recente ontwikkeling: Tegenwoordig gebruiken we ook "zelflerende" of
"machine learning" algoritmes (onderdeel van kunstmatige intelligentie / AI).
à In plaats van dat een programmeur alle regels handmatig typt, leert de
computer zelf patronen te herkennen op basis van grote hoeveelheden
voorbeelddatasets.

Aannames in algoritmes (assumptions)
à Zowel recepten als algoritmes zijn gebaseerd op bepaalde aannames (assumptions).

Voorwaarde voor correctheid: Een algoritme kan pas een correct resultaat garanderen
als al deze aannames daadwerkelijk geldig zijn.

Voorbeeld: Als een algoritme aanneemt dat een DNA-sequentie alleen de letters A, C, G en
T bevat, kan het fout gaan wanneer er een onbekende letter (zoals 'N') in de data staat.

Het translatieprobleem & de basisprocedure
Het doel is om een gegeven DNA-sequentie alle mogelijke eiwitsequenties te
voorspellen

n Input: Een DNA-sequentie en een genetische codetabel (codontabel).
n Output: Alle (6) mogelijke eiwitsequenties die door translatie van deze DNA-
sequentie kunnen ontstaan.

De basisprocedure:

1. Neem telkens 3 DNA-letters (een codon) en zoek de bijbehorende AZ-code op in
de codontabel
2. Voeg het AZ toe aan de keten en schuif 3 posities op naar rechts
3. Herhaal dit tot het einde van de sequentie bereikt is

,De 6 reading frames
(3 mogelijke van forward strand (5’à 3’) en 3 mogelijke van reverse complement (3’à
5’))

à de uiteindelijke output van het algoritme bestaat uit 6 mogelijke AZ sequenties

Pairwise sequence alignment Algorithm
Een pairwise sequence alignment algorithm vergelijkt twee
biologische sequenties (zoals eiwitten of DNA) door ze onder elkaar
te leggen om overeenkomsten, verschillen en evolutie op te sporen.


3. Principles of classification
Classificatieprobleem: Veel bio-informaticavragen vallen onder klassificatie; een
algoritme krijgt een object met bepaalde eigenschappen en moet daar een klasse-label
(class label) aan toewijzen.

Toepassingen:

- Search: bepalen of een sequentie wel of niet bij een specifieke eiwitfamilie hoort
- Prediction: ziekterisico voorspellen op basis van DNA
- Identificatie: een obekend organisme identificeren
- Diagnose: bepalen of een patiënt ziek of gezond is

Vb: een algoritme krijgt een afbeelding van een dier (object) en moet beslissen of het label
“kat” of “hond” is.

The confusion matrix
De confusion matrix is een tabel die de voorspellingen
van het algoritme (predicted class) vergelijkt met de
werkelijke werkelijkheid (actual class).

1. True positives (TP=5): Het algoritme zei "kat" en
het wás ook echt een kat. (Correct positief)
2. True negatives (TN= 13): Het algoritme zei "andere" en het was ook géén kat.
(Correct negatief)
3. False positives (FP=2): Type I fout: Het algoritme zei "kat", maar het was eigenlijk
iets anders. (Vals alarm / Fout-positief)
4. False Negatives (FN= 3): Type II fout: Het algoritme zei "andere", maar het was
stiekem tóch een kat. (Gemiste detectie / Fout-negatief)

Type I fout= incorrectly labelling a healthy individual as sick
Type II fout= not recognizing a true diseased individual

Met de waarden uit de confusion matrix worden formule-gebaseerde maten berekend
om te zien hoe goed het algoritme presteert:

n Accuracy (nauwkeurigheid):

, n Sensitivity (gevoeligheid):
Het percentage van de werkelijke positieve gevallen dat door het algoritme
correct is opgemerkt. Hoge gevoeligheid betekent dat er weinig echte gevallen
gemist worden (lage Type II-fout).

n Specificiteit:

Het percentage van de werkelijke negatieve gevallen dat correct als negatief is
geïdentificeerd. Hoge specificiteit betekent dat er weinig valse alarmen zijn (lage
Type I-fout).

ROC analysis = geen leerstof!


4. Graph theory

Basiselementen van een graph
Graph: Een netwerkweergave van relaties tussen een verzameling elementen.

- Nodes (knooppunten): De elementen in het netwerk (in het
voorbeeld de cirkels 1 t/m 6). In de bio-informatica kunnen dit
bijvoorbeeld genen, eiwitten of metabolieten zijn.
- Edges: De verbindingen tussen de knooppunten (de lijnen, zoals de
rode lijn tussen 6 en 4). Dit geeft een relatie of interactie aan.

Simple undirected graph: Een graaf waarbij de
verbindingen geen richting hebben (geen
pijlpunten); een relatie geldt in beide richtingen.
Directed graph: de edges have orientations (wordt
aangeduid met pijltjes)

Adjacency matrix (aangrenzendheidsmatrix)
Een computer kan een visueel netwerk niet direct
"zien", dus wordt het opgeslagen als een matrix:

- Opbouw: Een tabel met evenveel rijen als
kolommen (hier 6 × 6, voor knopen 1 t/m 6).
- Werking: 1= verbinding tusse, de 2 knopen; 0= geen
verbinding

Adjacency list (aangrezendheidslijst)
Een alternatieve manier om een graaf op te slaan in de computer
is de adjacency list:

Opbouw: Voor elke knoop (links) wordt een lijst bijgehouden van
alle knopen waarmee hij direct verbonden is (rechts).

Document information

Study
Uploaded on
August 16, 2026
Number of pages
56
Written in
2026/2027
Type
Summary
$9.83

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
4
Followers
0
Items
7
Last sold
1 week ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions